Economie
Armoede in Nederland neemt toe
op
Door
Redactie Indepen
Uit nieuwe cijfers van het CBS uit december 2025 blijkt dat de armoede in Nederland voor het eerst in vijf jaar tijd fors is toegenomen. Vooral zzp’ers komen veel voor in de cijfers, waarmee de grootste groep die in armoede leeft bestaat uit werkenden. Hoe komt het dat ons land weer de verkeerde kant op gaat en hoe verhoudt zich dit tot de ontwikkelingen binnen de EU?
Helft van de mensen die in armoede leven heeft een baan
Ongeveer 50 procent van de mensen die in armoede leven heeft een baan en 29 procent zit in de bijstand, aldus dit artikel.
Het CBS heeft in samenwerking met het Nibud een nieuwe methode ontwikkeld om de armoedecijfers te berekenen. “In plaats van dat we kijken naar het inkomen en de uitgaven, kijken we naar wat mensen kwijt zijn voor vaste lasten, zoals wonen en energie”, legt Van Horssen – interim directeur bij het Nibud – uit.
“Als je daarna niet genoeg overhoudt om noodzakelijke uitgaven te doen, word je gerekend tot de mensen die in armoede leven.”
Wat veel negatieve impact heeft gehad, is het afschaffen van de energietoeslag, volgens Van Horssen. Vooral dat heeft tienduizenden Nederlanders extra in de armoede gestort, waarmee maar weer eens is aangetoond dat de door de EU opgelegde energietransitie direct doorwerkt in de armoedecijfers.
Volgens Van Horssen zijn mensen “ontzettend afhankelijk geworden van toeslagen” en moet het eigen inkomen “stabieler” worden “zodat de basis beter is.”
Nederlandse armoede volgens het CBS: 551.000 mensen
Het jaarlijkse armoederapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is hier te vinden en bespreekt de ontwikkelingen met betrekking tot Nederlandse armoede tot en met het jaar 2024. De cijfers over 2025 komen pas eind 2026 uit.
In 2024 waren 551.000 mensen arm. Dat is 3,1 procent van de bevolking en meer dan in 2023, toen 2,7 procent arm was. Vijf jaar op rij daalde de armoede in Nederland, om daarna toe te nemen. Het aandeel arme kinderen bleef met 2,8 procent wel hetzelfde als in 2023. Dat staat in de publicatie “Leven in armoede 2025”, die het CBS maakt op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De energietoeslag zorgde in 2022 en 2023 nog voor minder armoede. In 2023 werd het minimumloon verhoogd en kregen bijna 600.000 huishoudens met weinig inkomen een lagere huur. In 2019 en 2020 daalde de armoede onder andere door loonstijgingen en tijdelijke coronasteunmaatregelen. Maar…. zonder extra overheidssteun en met alleen inkomen uit werk, redden honderdduizenden Nederlanders het niet meer. Zzp’ers zeker niet (meer).
Iemand is arm als in het huishouden, nadat de woonlasten, energiekosten, zorgverzekering en eigen risico betaald zijn, te weinig inkomen en te weinig financieel bezit overblijven voor de andere basisbehoeften, zoals eten, kleren en sociale activiteiten. Financieel bezit is spaargeld en ander direct te besteden bezit. Een eigen huis telt niet mee.
De armoedegrens is het minimumbedrag dat een huishouden nodig heeft om normaal te kunnen leven. Dat bedrag hangt af van het aantal volwassenen en kinderen in het huishouden en van de leeftijd van deze kinderen. In 2024 was dit voor iemand die alleen woont netto 1.600 euro per maand, bij een paar 2.145 euro netto.
Een groot deel van de armoede in Nederland komt dus voor onder zzp’ers. Die groep zal in 2026 – en verder – alleen maar groter worden, gezien het fiscale beleid van de overheid. De zelfstandigenaftrek wordt in 2026 drastisch verlaagd met de bedoeling deze uiteindelijk naar nul te brengen.
Nog eens 1.100.000 Nederlanders op de grens van armoede
Lees je het CBS-rapport wat verder door, dan zie je dat er maar liefst meer dan een miljoen – voornamelijk werkende – Nederlanders net boven de armoedegrens uitkomen. Dat is volgens het CBS 6,4 procent van de bevolking. Met deze groep hoeft niet veel geks te gebeuren, of ze komen ook in de groep onder de armoedegrens terecht.
Van alle kinderen tot 18 jaar wonen 245.000 (7,5 procent) in een bijna-arm gezin en 93.000 (2,8 procent) in een arm gezin. Dit betekent dat in een schoolklas van 30 kinderen er gemiddeld 3 met armoede of bijna-armoede te maken hebben. Arm en bijna arm bij elkaar omvat een groep van maar liefst 9,5 procent van alle Nederlanders.

(Bron: CBS)
Nederlandse armoede in EU-verband
Volgens Eurostat – het CBS van de EU – golden in 2024 de volgende cijfers voor de gehele Europese Unie:
- 93,3 miljoen mensen op, of onder de armoedegrens; dit komt overeen met 21,0 procent van de EU-bevolking.
- In 2024 had de werkstatus een grote invloed op het percentage mensen in armoede; 10,9 procent voor werkenden en 66,6 procent voor werklozen.
- In 2024 zat ruim een vijfde (21,9 procent) van de EU-bevolking van huishoudens met inwonende kinderen op, of onder de armoedegrens.
Eurostat meet de armoede in EU-lidstaten anders dan het CBS. Volgens EU-normen, kent Nederland een percentage van 12 procent op- of onder de armoedegrens. Pakken we bovenstaande CBS-gegevens samen, dan is het 9,5 procent. CBS-percentages omtrent de Nederlandse armoede komen dus 2,5 procent gunstiger uit dan de metingen van Eurostat.
De EU draagt bij aan groeiende armoede in Nederland
De opzet ten tijde van de EEG was precies het tegenovergestelde, maar inmiddels werkt de EU mee aan vergroting van armoede in ons land.
Allereerst legt de EU een directe financiële claim op de nationale begroting. De Nederlandse nettobijdrage aan de EU behoort tot de hoogste per hoofd van de bevolking en stijgt ieder jaar. Dit zijn miljarden euro’s aan belastinggeld die niet ingezet kunnen worden voor het versterken van de sociale zekerheid, het verlagen van lasten op arbeid, of het investeren in betaalbare huisvesting in Nederland. Dit beperkt de financiële armslag van de overheid om armoede effectief te bestrijden.
Ten tweede drijven ambitieuze EU-klimaatdoelstellingen de kosten voor burgers en bedrijven op. Het Europese emissiehandelssysteem (ETS) en nationale CO2-heffingen verhogen direct de energierekening en de kosten van levensonderhoud.
Ten derde moeten bedrijven, vooral het mkb, hoge kosten maken om wetgeving op het gebied van data (GDPR), productveiligheid, klimaatrapportage en arbeid te implementeren. Deze kosten vertalen zich in beperktere ruimte voor loonsverhogingen, hogere consumentenprijzen en stijgende inflatie.
Samengevat: de financiële overdracht van belastinggeld aan Brussel, de kosten van klimaatbeleid, en de verzwaringskosten voor EU-regelgeving vormen een drievoudige financiële aderlating die wegvloeit uit de Nederlandse economie. Deze middelen hadden ingezet kunnen worden voor koopkrachtversterking, sociale voorzieningen en economische groei.
INDEPEN staat voor een onafhankelijk en pluriform medialandschap met ruimte voor kritische en diepgaande journalistiek. Steun onafhankelijk nieuws voor slechts €2 per maand.
JA, ik help jullie!
1 Reactie
Laat een reactie achter
Reactie annuleren
Laat een reactie achter
Lees verder
-
Wereldwijd gitzwart toekomstbeeld blijkt uit VS Defensie rapport
-
Kosten asielopvang 1 miljard euro gestegen in 2023
-
Armoede in de EU grootste verkiezingsthema op 6 juni
-
Grote oorzaak groeiende armoede: rentebeleid FED en ECB
-
Nederlandse Steun aan Oekraïne; wanneer is het genoeg geweest?
-
Staat ons een gitzwart scenario te wachten voor 2024?
Economie
Nieuwe EU-ketenregels dreigen inflatie aan te jagen en mkb te vernietigen
Gepubliceerd
1 week geledenop
15 januari 2026Door
Twan Houben
Vanaf 2026 en 2027 gelden nieuwe EU-regels die bedrijven verplichten tot transparantie over herkomst en milieu-impact van de gebruikte materialen uit de toeleveringsketen. Een juridisch voortvloeisel uit de Europese Green Deal. Zonder bewijs van die keten, geen toegang meer tot de Europese markt. De nieuwe verplichtingen zullen voor veel mkb-bedrijven echter niet op te brengen zijn en mogelijk tot een golf van faillissementen leiden. Een overzicht van de nieuwe EU-plannen voor het bedrijfsleven en de consument.
De nieuwe Europese Ontbossingsverordening (EUDR)
De EUDR dwingt – vanaf 30 december 2026 – samenwerking in de keten af voor bedrijven vanaf 250 medewerkers en/of een balanswaarde van minimaal 25 miljoen euro en/of een omzet van 50 miljoen euro. De EUDR is ontwikkeld om:
- wereldwijde ontbossing en bosdegradatie te verminderen;
- de CO2-uitstoot te verlagen en klimaatverandering tegen te gaan;
- de transparantie in toeleveringsketens te vergroten en ethische inkoop te stimuleren.
De regelgeving is van toepassing op zeven belangrijke grondstoffen en de daarvan afgeleide producten:
- vee
- cacao
- koffie
- palmolie
- rubber
- soja
- hout
Bedrijven die de genoemde grondstoffen verkopen of exporteren naar de EU moeten:
- locatiegegevens verstrekken waaruit blijkt waar het product is geproduceerd;
- aantonen dat het land van herkomst vrij is van ontbossing;
- aantonen dat de productie legaal plaatsvindt in het land van herkomst;
- een due diligence-verklaring indienen voordat de goederen de EU-markt betreden of verlaten.
Dramatisch gevolgen voor bedrijven en consumenten in de EU
Op het moment dat de Europese Commissie met nieuwe – ingrijpende – wetgeving voor bedrijven en consumenten komt, wordt er vrijwel nooit naar de financiële consequenties gekeken.
De markt moet dat maar oplossen, aldus de Europese Commissie. Als gevolg van dit gebrek aan verantwoordelijkheid nemen, laat de private sector vaak zelf onderzoek doen.
Wat blijkt? Dit soort wetgeving heeft een vernietigend effect op consumentenprijzen en winstgevendheid van bedrijven!
Een forse toename van inflatie en het aantal faillissementen zal het gevolg zijn van de EUDR. Dat volgt uit meerdere externe studies zoals deze waarin de volgende conclusies worden getrokken:
- 80 procent van de agrarische bedrijven in Afrika kunnen vooralsnog niet voldoen aan de EUDR en worden uitgesloten van handel met in de EU actieve bedrijven. De resterende 20 procent Afrikaanse bedrijven die wel voldoen, kunnen hun prijzen aan in EU gevestigde bedrijven torenhoog opschroeven, want; schaarste.
- Kleinere Europese importeurs van Afrikaanse soja, vee, cacao en palmolie kunnen de kosten van de nieuwe regels volgens de EUDR niet dragen en dreigen massaal failliet te gaan.
- Als gevolg van het vorige punt, zullen vele kleinere bedrijven worden opgekocht door multinationals, die de consumentenprijzen verder opdrijven.
- Cacao is al erg duur, maar wordt onbetaalbaar. Cacao die in Europa wordt geïmporteerd, is grotendeels afkomstig uit West-Afrika. Een bulkschip kan ongeveer 5.000 ton cacaobonen vervoeren, afkomstig van zo’n 80.000 boerderijen. Om te voldoen aan de regels volgens de EUDR moeten EU-importeurs voor al hun importen gegevens bijhouden waaruit blijkt dat er bij geen enkele van de 80.000 boerderijen ontbossing heeft plaatsgevonden. Ondoenlijk.
- De administratieve lasten die door de EUDR worden opgelegd aan Europese producenten van rundvlees, zuivel en sojabonen zullen ertoe leiden dat boeren overstappen op een kleiner aantal gewassen, waardoor de consumentenkeuze wordt beperkt.
- Aangezien de andere grote economische blokken – VS en China – niet meedoen met deze wetgeving, zullen alleen de prijzen in de EU tussen de 10 en 30 procent stijgen, waardoor er minder wordt gekocht.
- Dat wat niet in de EU wordt gekocht, gaat tegen dumpprijzen naar landen buiten de EU, zodat er een minimaal effect is op mondiale ontbossing.
De deadlines van de EUDR regelgeving zijn uitgesteld met als nieuwe nalevingsdata:
- 30 december 2026 – middelgrote en grote bedrijven,
- 30 juni 2027 – kleine en micro-ondernemingen.
Na deze data mogen producten die niet aan de regelgeving voldoen niet meer op de EU-markt worden verkocht of worden geëxporteerd buiten de EU.
Verwacht forse inflatie en een golf aan faillissementen en bedrijfsovernames na deze data.
Het digitaal productpaspoort (DPP)
Nog zo’n fraai staaltje destructieve EU-wetgeving is het digitaal productpaspoort (DPP). Waar de EUDR vooral over landbouw- en voedselproducten gaat, treft het DPP de non-food producten zoals textiel, meubelen en elektronica.
Vrijwel elk product dat de Europese Unie (EU) binnenkomt, moet een digitaal dossier hebben met materiaalinformatie, herkomstgegevens, geverifieerde duurzaamheidsinformatie en richtlijnen voor de afvalverwerking. Sectoren zoals textiel, meubels, cosmetica en kleding zullen als eerste met deze eisen te maken krijgen.
Vanaf 2027 moet de retailer voor veel producten aantonen waar ze vandaan komen, wat erin zit, hoe ze zijn gemaakt en hoe ze gerecycled kunnen worden. Dat helpt om processen te verbeteren en verspilling te beperken, aldus de Europese Commissie.
Elk item – een kledingstuk bijvoorbeeld – heeft een unieke identificatiecode, waardoor klanten, partners en toezichthouders gedurende de gehele levenscyclus toegang hebben tot accurate herkomstgegevens.
Het DPP is volgens de TU Delft ook weer een voortvloeisel uit de Europese Green Deal en brengt vooral veel uitdagingen voor logistiek en ICT met zich mee voor de detailhandel.
De exacte voorschriften voor het bedrijfsleven zijn in deze verordening terug te vinden, en zijn zodanig kostenverhogend, dat ook voor alle non-foodaankopen zoals sokken, schoenen, televisies en koelkasten vele procenten prijsverhogingen zullen ontstaan, vele bedrijven failliet zullen gaan en/of verkocht worden en grote multinationals het nog meer voor het zeggen krijgen in de EU. Zie het lijstje kledingmerken op deze website.
Ook hier heeft de Europese Commissie verzuimd om een berekening van implementatiekosten te maken – dat zou mensen maar afschrikken – en is het rekenwerk door de markt gedaan.
- Alleen al aan de extra software betaalt een klein mkb-bedrijf circa 10.000 – 15.000 euro per jaar, naast de extra handling en opslagkosten die afhankelijk zijn van het aantal items dat verkocht wordt.
- Een middelgroot bedrijf is voor die software jaarlijks tussen de 15.000 en 50.000 euro kwijt.
- Een groot bedrijf betaalt voor deze extra software tussen de 100.000 en 500.000 euro per jaar.
Dit zijn alleen automatiseringskosten. Daar komen de extra transport-, administratie- en opslagkosten nog bovenop.
Op jaarbasis zullen de EUDR en de DPP tientallen miljarden euro’s extra kosten genereren binnen de EU-lidstaten. Deze kosten komen deels ten laste van het bedrijfsresultaat en komen deels als prijsstijgingen – inflatie – bij de consument terecht.
De EU bewijst mij keer op keer dat ze de bijl is aan de wortels van onze welvaart. Dat was niet de bedoeling, maar is zo gekomen met de regel- en controledrift vanuit Brussel.
EU staat garant voor de vernietiging van welvaart in Europa en graaft daarmee haar eigen graf.
Economie
Europese Commissie trekt zich niets aan van (Mercosur) protesten
Gepubliceerd
1 week geledenop
14 januari 2026Door
Twan Houben
Er gaat regelmatig wat goed fout in de Europese Unie als gevolg van beleid van de Europese Commissie. Denk aan de eurozone crisis, de immigratiecrisis en de COVID-19-crisis. En nu de mogelijke crisis door het Mercosur-handelsverdrag. Allemaal momenten waarop de Europese Commissie acties ondernam waartegen forse protesten klonken. Om op volgende crises binnen de EU zo snel mogelijk een antwoord te hebben, zijn eerdere crises geanalyseerd. Wie dat doet, waarom en met welk resultaat, volgt in dit artikel.
De EU heeft een eigen universiteit die onderzoek doet
In 1972 werd het European University Institute (EUI) opgericht door de toenmalige lidstaten van de EU. Aan dat instituut kunnen mensen met een masteropleiding aan een Europese universiteit promoveren op onderzoek naar elementen van de EU en EU-beleid.
Op de website van dit instituut lezen we:
“Het EUI is een intergouvernementele organisatie die geavanceerde academische opleidingen en baanbrekende onderzoeksmogelijkheden biedt op het gebied van economie, geschiedenis, recht, politicologie, sociale wetenschappen en meer.”
EUI-onderzoek naar hoe protesten in de EU worden gemobiliseerd
Op 6 juni 2024 publiceerde de EUI dit onderzoek naar de drie grootste crises binnen de EU sinds 2005:
- de eurozonecrisis (vanaf 2008), met bezuinigingen, werkloosheid en schuldenproblematiek;
- de vluchtelingencrisis (vanaf 2015), met spanningen rond migratie, opvang en identiteit;
- de COVID-19-crisis (vanaf 2020), met lockdowns, gezondheidsrisico’s en beperkingen van vrijheden.
De onderzoekers analyseerden protesten in Europese landen over de periode 2000–2021.
Deze drie gebeurtenissen brachten diepe maatschappelijke spanningen met zich mee en raakten burgers in hun portemonnee, veiligheid en vrijheden. Centrale vragen bij het onderzoek waren de omvang van de protesten, wie er achter de organisatie van deze protesten zaten en met welk doel.
Opzet van het onderzoek
Voor hun onderzoek maakten de auteurs gebruik van miljoenen nieuwsberichten van internationale persbureaus. In totaal werden protesten in 30 Europese landen in kaart gebracht, variërend van demonstraties en stakingen tot blokkades en gewelddadige acties.
Zo konden de onderzoekers niet alleen tellen hoeveel protesten er waren, maar ook analyseren:
- wie er protesteerden (burgers, vakbonden, partijen);
- welke thema’s centraal stonden;
- hoe radicaal of massaal de acties waren;
- en hoe dit alles door de tijd en per regio veranderde.
De grote trends: afname van het aantal demonstraties, maar toename van geweld
De belangrijkste bevinding is helder: het aantal protesten in Europa daalt, maar de intensiteit en het geweld nemen toe. Die daling in aantallen protesten zet vooral sterk door na het hoogtepunt van de eurozonecrisis rond 2011–2012.
De daling verloopt niet overal gelijk:
- Zuid-Europa (met name Frankrijk, Griekenland en Spanje) kende tijdens de eurozonecrisis uitzonderlijk veel protest, maar zag daarna een scherpe terugval.
- Noordwest-Europa liet al vroeg een afname zien bij elke vorm van protest.
- Centraal- en Oost-Europa kende gedurende de hele periode relatief weinig protest.
Na 2015 bewegen alle regio’s zich richting een lager, stabieler protestniveau qua aantallen, maar niet qua geweld. Dat nam toe.
Economische of culturele redenen voor protest?
Tot circa 2008 draaide een groot deel van protest in Europa om economische kwesties: lonen, banen, sociale zekerheid. Juist dit type protest mobiliseerde veel mensen en werd meestal georganiseerd door vakbonden.
Tijdens de eurozonecrisis explodeerde dit economische protest, vooral in Zuid-Europa. Maar vanaf 2012 stortte het economische protest vrijwel in, behalve in Frankrijk (gele hesjes en pensioenproblematiek).
Latere crises – vanaf 2015 – draaiden vooral om culturele en maatschappelijke thema’s, zoals immigratie, identiteit en coronamaatregelen.
Dit soort protesten:
- is vaker kleinschalig;
- wordt minder ondersteund door grote organisaties;
- is relatief vaker gewelddadig, radicaal of gepolariseerd.
Het verdwijnen van grootschalig economisch protest verklaart grotendeels de daling in het aantal protesten vanaf 2012.
Waarom neemt protest in aantal af?
De onderzoekers noemen meerdere verklaringen:
- verzwakking en reducering in aantal van vakbonden
Vakbonden zijn traditioneel het krachtigste in mobiliseren van protest. Het aantal vakbonden en het aantal leden van vakbonden, neemt af. Hun terugtrekking uit de maatschappij én hun kleinere rol daarin, verlaagde de protestcapaciteit het meeste. - teleurstelling en uitputting
Veel activisten zagen dat massaal protest tijdens de eurozonecrisis nauwelijks effect had op de macht in Brussel en weinig structurele verandering opleverde. Dat ondermijnt het geloof in protest als effectief middel. - verschuiving naar andere kanalen
Onvrede uit zich vaker via verkiezingen (bijvoorbeeld steun voor protestpartijen) of online activisme, en minder op straat.
2026 protesten Mercosur-handelsverdrag en verder…..
Economische onzekerheid mobiliseert het sterkst, maar alleen als mensen geloven dat actie zin heeft en zolang organisaties als vakbonden bereid en in staat zijn om die actie te dragen.
De Europese Commissie lijkt uit bovengenoemd onderzoek de conclusie te trekken dat niet reageren op maatschappelijke onvrede en protesten, het beste is. Dat leidt uiteindelijk tot uitputting, of het ondergronds gaan van protesten op sociale media.
Vanaf 2022 zijn er vele ontwikkelingen in de EU die een nieuw traject van maatschappelijke onvrede en protesten hebben ingeluid:
- Protesten tegen kosten van levensonderhoud en inflatie (2022–2024).
In 2022 protesteerden tienduizenden mensen in Frankrijk tegen stijgende energie- en voedselprijzen, met landelijke stakingen en blokkades. Ook in Duitsland, Roemenië en Tsjechië waren er omvangrijke demonstraties, met zorgen over energieprijzen en inkomensdruk als gevolg van EU-beleid.
- In heel Europa waren er in 2023 en 2024 aanzienlijke arbeidsconflicten; spoorwegen, luchtvaart, gezondheidszorg en onderwijs waren vaak betrokken bij stakingen en demonstraties.
- Vanaf eind 2023 escaleerde een nieuwe golf van protesten onder landbouwers in verschillende EU-lidstaten.
- Op 9 januari 2026 stemde een meerderheid van regeringsleiders – inclusief Nederland – voor ondertekening van het Mercosur-handelsverdrag. Frankrijk, Polen, Ierland, Oostenrijk en Hongarije stemden tegen. België bracht geen stem uit.
- Nederlandse boeren zijn niet tegen het Mercosur-handelsverdrag omdat Nederlandse veehouders meer mest mogen produceren in ruil voor instemming met het verdrag.
- Op 10 januari 2026 trokken tienduizenden boeren in vele EU-lidstaten opnieuw de straten op om te protesteren tegen het Mercosur-handelverdrag (met Zuid-Amerikaanse landen), dat zij vrezen zal leiden tot goedkope import en concurrentievervalsing.
- In de vroege ochtend van 13 januari 2026 liep het in Parijs volledig uit de hand met 350 tractoren die het centrum van de stad platlegden tijdens spitsuur.
De enorme woede van boeren uit Frankrijk, Polen en Ierland tegenover de Europese Commissie is ook sterk gericht tegen de tsunami aan wetten en regels waaraan hun bedrijven in de EU moeten voldoen, maar de bedrijven in Zuid-Amerika niet. Dat leidt tot ongelijke concurrentie en het wegvagen van Europese boerenbedrijven.
Onderzoeksbureau Verisk Maplecroft verwacht in 2026 een aanzienlijke toename van instabiliteit in 60 procent van de Europese landen door mislukt EU-beleid en anti-regeringssentimenten.
2026 wordt een pittig jaar!
Economie
De mogelijke gevolgen van de Bulgaarse euro voor Nederland
Gepubliceerd
1 week geledenop
13 januari 2026Door
Twan Houben
Per 1 januari 2026 heeft de Bulgaarse regering, na maandenlange massale burgerprotesten, de euro als wettig betaalmiddel ingevoerd. De euro lijkt de Bulgaarse bevolking door de strot te zijn geduwd. Waarom is deze munt ingevoerd in een land met een protesterende bevolking en een zwakke economie, en welke effecten heeft die invoering voor de eigen bevolking, de eurozone en Nederland?
De problematische besluitvorming rond de Bulgaarse euro
Het Europees Parlement stemde op 24 juni 2025 met een ruime meerderheid vóór een rapport dat de euro voor Bulgarije aanbeveelt. De totstandkoming van dit rapport riep in Bulgarije zelf direct vragen op over mogelijke belangenverstrengeling.
De Bulgaarse Europarlementariër Rada Laykova – politica van de partij Vazrazhdane – noemde het hele proces “politiek theater.” Ze wees erop dat de economische cijfers van Bulgarije in het plan volgens haar twijfelachtig zijn. Laykova vindt bovendien dat de Bulgaarse bevolking wordt buitengesloten: een referendum over de euro werd afgewezen en belangrijke zorgen van de Bulgaarse bevolking worden genegeerd.“ De gewone Bulgaren betalen straks de prijs”, waarschuwde ze, aldus een artikel in het blad Brusselse Nieuwe.
Woede onder de Bulgaarse bevolking, tevredenheid bij het Bulgaarse grootbedrijf
Op 29 december 2025 publiceerde BNR Nieuwsradio dit artikel, dat er geen doekjes om windt: “Europa gaat ten onder” aan de Bulgaarse introductie van de euro. “Per 1 januari 2026 ruilt het Balkanland de nationale munteenheid lev in voor de euro. Die langverwachte mijlpaal wordt onthaald met een mengeling van enthousiasme, scepsis en in sommige kringen zelfs woede.”
“Anderen vrezen dat gebruik van de euro de prijzen zal opdrijven. Daarnaast is er ook veel wantrouwen richting de Bulgaarse regering, die deze maand is afgetreden vanwege een verhitte discussie over voorgestelde belastingverhogingen.”
Dit NRC-artikel van 30 december 2025 (paywall) geeft aan dat bijna 50 procent van alle Bulgaren tegen de invoering van de euro is.
Er is woede onder de bevolking tegenover tevredenheid bij het grootbedrijf en multinationals.
Veroorzaakt de introductie van de euro inflatie?
Veel Bulgaarse burgers vrezen voor een snelle stijging van de inflatie vanaf 1 januari 2026. In Nederland steeg de inflatie direct na de introductie van de euro naar 4,5 procent, om het jaar daarna weer af te nemen naar 3,4 procent en nog een jaar later naar 2,1 procent.
Het voorlaatste land dat toetrad tot de Europese Unie, was Kroatië dat per 1 januari 2023 de euro invoerde. Ook in dat land steeg de inflatie – kort na de introductie – aanzienlijk tot bijna 3 procent en ligt momenteel zelfs op 3,8 procent waardoor het tot de top 3 van landen in de eurozone met de hoogste inflatie behoort. De inflatie is het hoogst in de dienstensectoren horeca en recreatie. Daar gingen de prijzen met 9,2 procent omhoog, vooral ten nadele van vakantiegangers.
Volgens deze langjarige studie naar de inflatoire effecten na invoering van de euro, is de hierboven gemelde prijsstijging slechts van tijdelijke aard; na introductie van de euro ontstaat een inflatie-effect door het afronden naar boven van de nieuwe consumentenprijzen.
Introductie van de euro zou na de eerste twee jaar dus geen effect meer hebben op consumentenprijzen.
Maar………..
Kredietzeepbellen en exploderende huizenprijzen: activa inflatie
Als je kijkt naar de algemene effecten van de introductie van de euro, dan valt het met de consumentenprijzen relatief mee. Het venijn zit in de inflatie van activa zoals huizen, aandelen en obligaties, maar ook groeiende staatsschulden:
- Kredietzeepbellen
Veel landen met een vergelijkbare economie als Bulgarije, konden na introductie van de euro tegen veel lagere rentes lenen. Immers; de eurozone = stabiliteit als je deze vergelijkt met landen als Griekenland, Spanje, Italië, Ierland vóór de introductie van de euro.
De staatsschulden van – met name – Griekenland, Portugal, Ierland, Spanje en Cyprus namen fors toe na invoering van de euro. Die hogere staatsschulden werden gebruikt om overheidsuitgaven, ambtenarensalarissen en pensioenen te verhogen. Dit gebeurde echter zonder herstructureringen van de economieën in deze zwakke eurolanden met als gevolg dat Griekenland, Portugal, Ierland en Cyprus in 2010-2011 met belastinggeld van de lidstaten uit de eurozone gered moesten worden.
Je ziet in onderstaande grafiek weer hetzelfde gebeuren in Kroatië sinds de invoering van de euro: een staatsschuld die 20-30 procent groeit vanaf 2020, nadat bekend werd dat het land tot de eurozone toe ging treden. Ergo, nieuwe landen die tot de eurozone toetreden met een zwakke economie, leunen op de andere, sterkere EU-lidstaten, waaronder Nederland.

(Bron: Trading Economics)
- Exploderende huizenprijzen
Invoering van de euro doet overal de rente dalen. Niet alleen voor de overheid, maar ook op de hypotheek- en huizenmarkt. In brede zin heeft de euro daarom de grootste bijdrage geleverd aan het onbetaalbaar worden van huizen in de landen die deze munt gebruiken.
Meer specifiek ging dat in Spanje en Ierland zo ver, dat er een bankencrisis ontstond zoals in Griekenland, waarbij de ECB en het IMF genoodzaakt werden om in te grijpen met leningen die opliepen tot 40 procent van het bnp van deze landen.
Wat betekent invoering van de euro in Bulgarije voor de EU en Nederland ?
Vanuit het belang van Bulgarije bezien aan de positieve kant:
- meer financiële integratie bij de rest van de EU,
- lagere financieringskosten voor bedrijfsleven en burgers,
- groei in Oost-Europa.
Vanuit het belang van de rijkere EU-lidstaten – waaronder Nederland – zijn de gevolgen vooral negatief:
- De eurozone kent één rente, maar meerdere economische werkelijkheden die in toenemende mate gefinancierd worden door een steeds kleiner wordend deel rijkere – noordelijke – lidstaten.
- Noord-Europese landen worden risicodragers voor de economische ontwikkeling van Bulgarije.
- Vakanties in Bulgarije worden circa 10 procent duurder, als Bulgarije het pad volgt van Kroatië na euro-introductie.
- Bulgarije krijgt een zetel binnen de ECB waarmee de balans van de stemmen binnen het ECB-beleid doorslaat richting de belangen van zuidelijke en oostelijke – armere – lidstaten. Dit gaat ten koste van de rijkere noordelijke lidstaten waaronder Nederland.
- De nieuwe stroom euro’s gaat – als het klassieke pad van toetreding wordt gevolgd – niet naar productiviteitsgroei in Bulgarije, maar vooral naar consumptie en vastgoed.
- De overheveling van vermogen vanuit de Noord-Europese lidstaten naar het oosten en zuiden van de EU wordt versterkt doorgezet waardoor de armoede in ons land toeneemt.
In juni 2025 – en nog voorafgaand aan de ministeriele stemming over invoering van de euro in Bulgarije – kraaide onze VVD-minister van Financiën Eelco Heinen al geen bezwaren te hebben tegen deze toetreding. Heinen: “Nu ze aan de eisen voldoen, kunnen we vandaag een volgende stap in dit proces nemen.”
Leuk, een minister als Heinen. Volledig vertrouwend op wat de EU en ECB hem voorschotelen en blijkbaar zonder eigen mening, noch inzicht. Met zulke ministers, geeft Nederland het stuur over de eigen toekomst uit handen.
Recent
Mainstreammedia mythemeter
‘Wie bewaakt de bewakers?’ schreef een Romeinse dichter ooit. Maar wie controleert de zelfverklaarde hoeders van het vrije ware woord...
Hoe de publieke opinie gemanipuleerd wordt (deel 1)
De (politieke) meningen en opinies die we allemaal hebben, zijn grotendeels het gevolg van jarenlange beïnvloeding, manipulatie van feiten en...
De leaseauto als melkkoe én machtsmiddel van de politiek
De leaseauto is voor velen een noodzakelijk gereedschap om zijn of haar beroep uit te oefenen. Voor de Belastingdienst is...
Duitsland erkent dat de energietransitie een grote ramp is
Zelfs bij de hoogste baas van Duitsland, Friedrich Merz, is nu eindelijk doorgedrongen dat de gedwongen ‘energietransitie’ in Duitsland is...
Amerika stapt uit het klimaatverdrag van Rio
De Amerikaanse president Trump heeft een meer dan symbolische daad verricht door de VS terug te trekken uit 66 internationale...
Nieuwe EU-ketenregels dreigen inflatie aan te jagen en mkb te vernietigen
Vanaf 2026 en 2027 gelden nieuwe EU-regels die bedrijven verplichten tot transparantie over herkomst en milieu-impact van de gebruikte materialen...
Europese Commissie trekt zich niets aan van (Mercosur) protesten
Er gaat regelmatig wat goed fout in de Europese Unie als gevolg van beleid van de Europese Commissie. Denk aan...
De mogelijke gevolgen van de Bulgaarse euro voor Nederland
Per 1 januari 2026 heeft de Bulgaarse regering, na maandenlange massale burgerprotesten, de euro als wettig betaalmiddel ingevoerd. De euro...
Zakendoen met de VS holt Nederlandse economie uit
Het Centraal Planbureau (CPB) deed voor de Nederlandse politiek onderzoek naar de gevaren van economische en financiële samenwerking met de...
Armoede in Nederland neemt toe
Uit nieuwe cijfers van het CBS uit december 2025 blijkt dat de armoede in Nederland voor het eerst in vijf...
Trending
-
Economie1 week geledenNieuwe EU-ketenregels dreigen inflatie aan te jagen en mkb te vernietigen
-
Economie1 week geledenDe mogelijke gevolgen van de Bulgaarse euro voor Nederland
-
Klimaat3 dagen geledenDuitsland erkent dat de energietransitie een grote ramp is
-
Klimaat6 dagen geledenAmerika stapt uit het klimaatverdrag van Rio
-
Economie1 week geledenEuropese Commissie trekt zich niets aan van (Mercosur) protesten
-
Politiek1 dag geledenHoe de publieke opinie gemanipuleerd wordt (deel 1)
-
Economie1 week geledenZakendoen met de VS holt Nederlandse economie uit
-
Politiek2 dagen geledenDe leaseauto als melkkoe én machtsmiddel van de politiek



Ramon Van Gennip
9 januari 2026 in 10:13
Op school wordt scociaal democratie onderwezen. Het enige waar je in Nederland geen vergunning voor nodig hebt en geen belasting op wordt betaald, is niets doen. dat doen steeds meer mensen. Niks of zielig doen wordt gesubsidieert. Vermogen wordt binnengeharkt door de overheid. Als je als energieke ondernemer goede ideeen het, stuit je op part time D66érs die met een zurr gezicht stellen dat je er geld aan wil verdienen. Nederland is geen ondernemersland meer. De politiek is aangestuurd door banken en groot kapitaal. Het gaat iedere dag slechter in Nederland. Het is beleid
Aalt
9 januari 2026 in 16:10
Helemaal met je eens.
R.S. Hamelers
9 januari 2026 in 16:55
Zo te lezen is ” WANBELEID” ook beleid.
Volgens D66 is geld verdienen uitsluitend toegelaten voor de ” werkzamen” in het onderwijs.
De totale ondergang van de Nederlandse cultuur is een feit, voor zover deze nog bestaat.