Economie
CBDC roept grote zorgen op over privacy en financiële controle
In deze aflevering van een serie gesprekken tussen Twan Houben en econoom en oud-DNB-directeur Lex Hoogduin staat de digitale euro, de Central Bank Digital Currency (CBDC), centraal.
De snelle ontwikkeling van de digitale euro door de ECB
De ECB werkt in hoog tempo aan de invoering van de munt, die het Europese betalingsverkeer moet moderniseren, minder afhankelijk moet maken van Amerikaanse spelers zoals Visa en Apple Pay, en de internationale rol van de euro moet versterken. Voor burgers in landen als Nederland, waar betalen al efficiënt verloopt via iDEAL en pin, lijkt het voordeel echter nihil.
Risico’s van de digitale euro voor gebruikers
De introductie van een digitale euro brengt aanzienlijke risico’s met zich mee. Er bestaat een lange-termijnrisico dat de munt programmeerbaar wordt en gekoppeld aan digitale identiteiten. Lex Hoogduin waarschuwt: “Als je bij wijze van spreken programmeert dat je per maand of per week een x aantal liters mag tanken of een CO2-limiet hebt, kan het zomaar zijn dat je bij de tank staat en je pinpas werkt niet meer. Daar zijn voorbeelden van in China, waar mensen bijvoorbeeld de metro niet meer in kunnen door het sociale kredietsysteem.”
Monetaire gevolgen van een CBDC
Ook op monetair gebied opent een CBDC mogelijkheden die potentieel schadelijk zijn. Negatieve rentes kunnen direct op spaargeld worden toegepast, iets wat bij contant geld nog wordt beperkt. Zo ontstaat een situatie waarin de ECB veel meer controle heeft over het geld van burgers dan nu het geval is. Echter is dat bij invoering nog niet aan de orde.
Politieke en geopolitieke belangen achter de digitale euro
De ECB presenteert de digitale euro als technisch project, maar de politieke en geopolitieke belangen zijn groot. Europa wil de rol van de dollar uitdagen en kan het tempo van invoering versnellen uit concurrentieoverwegingen. Voor burgers betekent dit dat een fundamentele discussie over privacy, vrijheid en macht vooralsnog wordt overgeslagen.
Conclusie: weinig voordeel, grote risico’s en noodzaak voor politieke zeggenschap
Conclusie: de digitale euro biedt nauwelijks voordeel voor de Europese burger, maar opent deuren naar meer staatscontrole en financiële risico’s. Als de munt er toch komt, is politieke zeggenschap cruciaal; beslissingen mogen niet uitsluitend bij technocraten van de ECB liggen.
Economie
De financiële verwevenheid tussen Nederland en Israël
Israël is sinds 2018 uitgegroeid tot de grootste buitenlandse investeerder in Nederland. In 2024 bedroegen de Israëlische directe investeringen in ons land maar liefst 44,9 miljard euro. Tegelijkertijd fungeert Nederland als belangrijk doorvoerland voor tientallen miljarden aan investeringen in Israël. Onderzoek van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) laat zien welke rol het Nederlandse fiscale en politieke beleid hierin speelt.
De zes onderzoeken van SOMO naar Israëlische macht binnen Nederlandse politiek
“SOMO onderzoekt multinationals. Onafhankelijk, feitelijk en kritisch, met een helder doel – een eerlijke en duurzame wereld, waarin publieke belangen zwaarder wegen dan bedrijfsbelangen”, aldus de website.
In zes onderzoeken vanaf 2025 belicht SOMO hoe Israëlische bedrijven Nederland gebruiken als investeringsland, en hoe buitenlandse bedrijven Nederland gebruiken als doorgeefluik voor investeringen in Israël.
De zes onderzoeken laten verschillende aspecten zien van hoe het Nederlandse systeem werkt.
Op deze website zijn die zes onderzoeken terug te vinden. Hieronder een samenvatting van de hoofdpunten.
Israël is de grootste buitenlandse investeerder in Nederland
Sinds 2018, heeft Israël de VS vervangen als grootste buitenlandse investeerder in Nederland. Beide landen blijven samen wel veruit de grootste investeerders in de Nederlandse economie met de daarbij behorende invloed op politieke besluitvorming.
In 2024 bedroegen de Israëlische directe buitenlandse investeringen in Nederland 44,9 miljard euro. Dit betekent dat meer dan de helft van alle Israëlische buitenlandse investeringen naar Nederland gingen.
De Israëlische investeringen in Nederland zijn niet alleen de grootste voor ons land, ze komen ook nog eens in een periode dat de meeste buitenlanden, vooral ook de VS en andere EU-lidstaten, hun investeringen terugtrekken uit Nederland wegens het toegenomen onvriendelijke ondernemersklimaat.
Buitenlandse investeerders vertrekken massaal uit Nederland, behalve Israël
Uit cijfers en analyses van Macrotrends blijkt dat steeds meer buitenlandse investeerders ons land ontvluchten, behalve Israël.
De negatieve buitenlandse investeringen (FDI) in Nederland worden primair veroorzaakt door het weghalen van kapitaal als gevolg van toenemend strengere fiscale wetgeving. Daarnaast staat het fysieke investeringsklimaat onder druk door netcongestie, extreme energiekosten en politieke onzekerheid, wat leidt tot een daling in het aantal nieuwe projecten. Lees de gedetailleerde analyse op de website van Macrotrends.
Onderstaande grafiek van Macrotrends laat weinig aan de verbeelding over: vanaf 2018 vluchten buitenlandse investeerders uit Nederland met hun kapitaal, met Israël als grote uitzondering.
Grafiek directe buitenlandse investeringen in Nederland:

(Bron: Macrotrends)
De conclusie is dan ook duidelijk: met die miljarden afname van buitenlandse investeringen en de toename vanuit Israël, heeft dit land steeds meer in de melk te brokkelen in Nederland.
De Nederlandse politiek stimuleert al jaren investeringen in Israël
Nederland is wereldwijd de grootste ontvanger van Israëlische buitenlandse investeringen. Dit is geen toeval. Het is het resultaat van de fiscaal/politieke keuzes die Nederland de afgelopen tien jaar heeft gemaakt.
Volgens de meest recente gegevens van De Nederlandsche Bank (DNB) investeerde Nederland 27,3 miljard euro in Israël in 2024. Bijna 70 procent van dit bedrag was afkomstig van buitenlandse multinationals met economische aanwezigheid in Nederland, zoals werknemers of productieactiviteiten. Hoewel deze bedrijven niet in Nederlandse handen zijn krijgen ze, door Nederland als uitvalsbasis te gebruiken, de Nederlandse nationaliteit, schrijft SOMO.
Het puur Nederlandse bedrijfsleven investeert slechts circa 1 miljard euro van die 27 miljard in Israël.

(Bron: SOMO)
Verder is meer dan 20 procent van de Nederlandse – buitenlandse – investeringen in Israël afkomstig van zogenaamde brievenbusbedrijven: schimmige rechtspersonen zonder economische aanwezigheid in Nederland.
Het Nederlands Agentschap voor Buitenlandse Investeringen (NFIA), onderdeel van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken, treedt op als de primaire partner voor buitenlandse investeerders uit Israël.
Het NFIA opereert actief vanuit een speciaal steunpunt binnen de Nederlandse ambassade in Tel Aviv. Het adviseert Israëlische ondernemingen over vestiging in Nederland en wijst hen de weg naar Nederlandse fiscale faciliteiten.
Welke positie krijgt de Israëlische regering in ruil van Nederland terug?
Gezien de krimpende markt voor buitenlandse investeringen in Nederland en de explosieve groei daarvan vanuit Israël, is de vraag wat Israël terugkrijgt van de Nederlandse politiek voor al deze investeringen, anders dan belastingvoordelen.
De Israëlische regering en daaraan gelieerde netwerken oefenen op verschillende directe en indirecte manieren politieke druk uit op de Nederlandse politiek.
Met grote economische belangen als basis, richt de politieke beïnvloeding zich primair op het veiligstellen van diplomatieke steun, het tegengaan van economische sancties en het criminaliseren van pro-Palestijnse initiatieven, aldus dit NRC-artikel (paywall).
De invloed van de Israëlische regering Netanyahu op de Nederlandse politiek gaat zover, dat zelfs onze eigen veiligheidsdiensten zich ernstig zorgen maken, aldus BNNVARA:
“Meerdere bronnen in en rond ministeries die zich bezighouden met veiligheid spreken van ongewenste Israëlische inmenging in de Nederlandse politiek. Tot op het hoogste ambtelijke niveau bestaan daarover zorgen, zeggen twee bronnen. Vanwege de gevoeligheid van het onderwerp en de pro-Israëlische houding van het kabinet, willen zij anoniem blijven. Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken wilde niet reageren op vragen over de Israëlische [politieke] inmenging.”
De SOMO-onderzoeken leggen in detail uit hoe het zover heeft kunnen komen en waarom Nederlandse kabinetten al jaren, vooral sinds 2018, een pro-Israëlische houding hebben.
De gevolgen van politiek ingrijpen door Israël in Nederland
Ingrepen vanuit de Israëlische regering op de Nederlandse politiek hebben een aantal voor Nederlandse burgers ongewenste effecten:
- Directe politieke inmenging via ‘special reports’. Het Israëlische ministerie van Diasporazaken stuurt regelmatig dossiers en analyses rechtstreeks naar pro-Israëlische fracties en parlementsleden in de Tweede Kamer, aldus dit rapport van The Rights Forum. Het rapport geeft ook aan dat de VVD een hoofdrol hierbij speelt. Middels deze rapporten zijn moties aangenomen die Israël-kritische organisaties in Nederland criminaliseren of financieel droogleggen, aldus The Rights Forum.
- Nederlandse politici aangesloten bij de Israel Allies Foundation (IAF) hebben een netwerk gevormd om het Israëlische belang in de Nederlandse politiek te representeren. In dit artikel zie je de namen en politieke partijen van bedoelde parlementariërs. Dit netwerk pusht een agenda die kritiek op het Israëlische regeringsbeleid direct categoriseert als antisemitisme.
- Vergroting politieke polarisatie in ons land. Waar partijen als de VVD en PVV traditioneel fel tegen sancties of veroordelingen van ‘bondgenoot Israël’ ageren, dringen andere partijen juist aan op actie.
- Grotere druk op wapenproductie vanuit Nederland. Volgens dit artikel behoren de Israëlische wapenproducenten Elbit Systems en Rafael Advanced Defense Systems tot de grootste investeerders in Nederland en hebben dus invloed op – wat vooral de VVD – aan Nederlandse wapenlobby onderneemt.
Kortom: we kunnen ons druk maken over inmenging vanuit de EU, Amerikaanse of Russische regering op de Nederlandse politiek, maar een land als Israël mag ook niet onvermeld blijven.
Wij vragen ons wel eens af welke invloed de Nederlandse burger zelf nog heeft op politieke keuzes.
Economie
Autopsie van de sloop van de westerse middenklasse
Overal in het Westen wordt de middenklasse door de politiek afgebroken. De voormalige motor van de economie wordt gesloopt middels een overdaad aan regelgeving, belastingheffing en groeiende ongelijke behandeling. Velen denken dat dit een gevolg is van de globalisering – overal worden familiebedrijven en mkb opgeslokt door multinationals – maar er blijken ook plannen achter te zitten. Plannen uit de VS, aldus deze documentaire.
Het fundament van gedeelde welvaart (1950-1970)
Tussen 1950 en 1970 waren westerse economieën op een evenwicht tussen klassen gebaseerd. Dit was een configuratie van kapitalisme waarbij productiviteit en beloning gekoppeld waren. De regels waren helder: als het bedrijf groeide, groeide het inkomen van de werknemer mee. Dit werd afgedwongen door sterke vakbonden en een belastingstelsel waarbij de breedste schouders de zwaarste lasten droegen.
Na de Tweede Wereldoorlog zorgden in de VS de GI Bill en massale publieke investeringen in infrastructuur en universiteiten voor een opwaartse mobiliteit die ongekend was. In Nederland was het de sociaal democraat Willem Drees die grondslag voor sociale wetgeving vestigde.
De verdelingsmoraal van deze periode was zichtbaar in de loonkloof: in 1965 verdiende een CEO in de VS gemiddeld 21 keer het salaris van een productiemedewerker. Vandaag de dag is die ratio geëscaleerd naar een groteske 399 keer het gemiddelde salaris van die productiemedewerker.
De breuklijn van 1971
In 1971 kon een modale werknemer met één inkomen een gezin van vier onderhouden, een huis kopen en een auto bezitten. Zonder creditcardschuld en zonder bijbaantjes. Zelfs het Amerikaanse minimumloon in 1971 was – gecorrigeerd voor inflatie – met 12,50 dollar per uur aanzienlijk hoger dan het huidige federale minimumloon van 7,25 dollar per uur.
Anno 2026 is dit fundament weggeslagen. Een gemiddeld westers huishouden heeft nu twee inkomens nodig om slechts een fractie van die oude verworvenheden te behouden.
De cijfers wijzen op een georganiseerde overheveling van welvaart van middenklasse naar de superrijken. De VS liep daarin voorop, aldus bovenbedoelde documentaire. Europa volgde de VS, zoals altijd.
De ideologische kanteling: het Powell-memo en de latere Friedman-doctrine
In 1971 schreef Lewis Powell, een toekomstig rechter bij het Hooggerechtshof, een memo voor de Nixon regering – het Powell Memorandum – dat de koers van de geschiedenis zou veranderen. Dit document was de architectonische blauwdruk voor de sloop van de middenklasse.
Powell riep het bedrijfsleven op tot een agressieve, langdurige campagne om de regels van de economie te herschrijven. Het was het startschot voor de financiering van neoliberale denktanks en een ongekende lobbykracht vanuit het bedrijfsleven in Washington.
De aanval werd politiek geëffectueerd in 1981, toen president Reagan zijn plannen voor de economie – Reaganomics – introduceerde, in Europa gevolgd door Margaret Thatcher.
Onder invloed van de Friedman-doctrine — dat de enige sociale verantwoordelijkheid van een bedrijf winstmaximalisatie is — werd de focus verlegd naar een ideologische kanteling waarin de koppeling tussen winststijging en loonsverhogingen los werd gelaten.
Ontkoppeling tussen productiviteit en loonstijging
Terwijl de westerse werknemer steeds efficiënter en productiever werd, zijn de reële lonen achtergebleven conform de opvattingen van de Amerikaanse denkers Powell en Friedman.
Nederlandse cijfers die door de Rabobank werden geanalyseerd onthullen de omvang van deze achteruitgang: “Besteedbaar inkomen van huishoudens staat al bijna veertig jaar vrijwel stil”, aldus dit rapport.
Daarin staat ook:
- De groei van het inkomen per Nederlander is sinds 1977 sterk achtergebleven bij de economische groei.
- Het aandeel van huishoudens in het totale nationale inkomen is sinds de jaren tachtig sterk gedaald.
- Het aandeel inkomen van (buitenlandse) multinationals in het nationaal inkomen is de afgelopen decennia het meest gestegen.
- Dit komt mede door hogere winstgevendheid van multinationals, die vervolgens minder is uitgekeerd als inkomen aan huishoudens.
De westerse werknemers produceerde de rijkdom, maar de multinationals incasseerden de winst. Terwijl de fabrieksvloer leegliep richting China, nam de financiële sector de regie over de reële economie over van de politiek.

(bron: Rabobank)
Financialisering en de ‘Shareholder Value Revolution’
De transformatie van de westerse economieën werd versneld door ‘financialisering’: het proces waarbij geld verdienen met geld belangrijker werd dan het maken van producten. De financiële sector groeide in de VS van 3 naar 8 procent van het bnp. Volgens onderzoek van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) geldt voor Nederland een vergelijkbare stijging van het bnp-aandeel van banken in de economie.
De ‘Shareholder Value Revolution‘ introduceerde een perverse prikkel vanaf de jaren ‘80: CEO’s werden vanaf die tijd voor een belangrijk deel betaald in aandelenopties. Hun focus verschoof naar kortstondige koers- en winststijgingen, wat leidde tot de bewuste sloop van de westerse industrie door verplaatsing daarvan naar het Oosten.
Het outsourcen van banen naar eerst Oost-Europa en later China was geen economische noodzaak, maar een instrument om snel aandeelhouderswaarde conform de Friedman-doctrine te creëren. De banen en inkomens van de middenklasse werden afgebroken om de kwartaalcijfers op te poetsen.
De schuldenval: van vermogensopbouw naar schulden in de middenklasse
Toen lonen niet langer volstonden om met het inkomen van één persoon een gezin te onderhouden, werd schuld de vervanger voor inkomen. De financiële sector ontdekte dat een verarmde middenklasse een goudmijn is als je deze geld leent om de levensstandaard te behouden die voorheen met loon kon worden betaald.
Schuld werd het nieuwe verdienmodel. Vooral in Nederland, vergeleken met andere eurolanden.

(Bron: ESB)
De woningmarkt volgde hetzelfde financiële model. Een eigen huis is voor mensen met een middeninkomen vier keer zo duur geworden als in de jaren ‘70.
Kostte een gemiddelde koopwoning in de jaren ‘90 nog vier tot vijf keer het modale jaarsalaris, nu is dat acht à negen keer, schreef RTL Nieuws in 2019.
De verhouding tussen de gemiddelde huizenprijs en het gemiddelde jaarinkomen steeg van 4:1 naar 10:1.

De grote vermogensoverdracht: geprivatiseerde winsten, gesocialiseerde verliezen
Het eindstation van vijftig jaar ‘Powell-ideologie’ is een ongekende concentratie van kapitaal bij de superrijken en een gesloopte middenklasse.
De rijkste 10 procent in de EU bezit bijna 60 procent van alle vermogen in de EU, aldus het blad Welingelichte Kringen. De overige 90 procent Europeanen bezit dus slechts 40 procent.
De drie rijkste individuen in de VS hebben inmiddels meer vermogen dan de laagst betaalde 50 procent van de Amerikaanse bevolking.
De financiële crisis van 2008 toonde het morele failliet van de verzorgingsstaat in volle glorie. Banken die roekeloos hadden gespeculeerd, werden in het Westen gered met honderden miljarden aan belastinggeld.
De winsten van systeembanken zijn geprivatiseerd, maar de verliezen werden gesocialiseerd en verhaald op de belastingbetaler. Terwijl de bankiers hun bonussen behielden, verloren wereldwijd miljoenen gezinnen hun baan en huis. Dit is geen marktkapitalisme meer; dit is een systeem van corporatieve welvaart voor de top en meedogenloze roof voor de rest.
De grens van een schuldeneconomie
De geschiedenis waarschuwt ons dat een economie die haar eigen productieve klasse vernietigt, haar eigen ondergang financiert. Dat proces is momenteel in een laatste fase. Een fase waarin nog een poging wordt ondernomen de middenklasse verder uit te kleden door krankzinnige systemen als het nieuwe box 3-stelsel en de verdere roof van privévermogen door nog hogere erfbelasting.
De middenklasse is niet organisch geïmplodeerd; ze is besluit voor besluit gesloopt. De vraag is nu bij welke partij(en) de politieke wil bestaat om de regels te herschrijven voordat de samenleving definitief bezwijkt onder de belangen van de superrijken en monopolistische krachten als BlackRock.
Economie
Overeenkomsten tussen de financiële crash van 2008 en nu
In 2008 werd de wereld opgeschrikt door een wereldwijde financiële crisis die begon in de Verenigde Staten en zich razendsnel verspreidde naar Europa. Banken vielen om, overheden moesten ingrijpen en miljoenen mensen verloren hun baan of huis. Anderhalf decennium later zijn veel van de littekens geheeld, maar economen en analisten slaan opnieuw alarm. Want ondanks alle hervormingen zijn er opvallende parallellen tussen de aanloop naar de kredietcrisis van 2008 en de economische situatie van vandaag.
Lage rente en overmatige schulden
Een van de voornaamste oorzaken van de kredietcrisis van 2008 was het langdurig lage rentebeleid van de Amerikaanse Federal Reserve, dat leidde tot goedkope leningen en een huizenmarkt die ongekend snel groeide. Die lage rente stimuleerde risicovol gedrag: consumenten namen hypotheken die ze nauwelijks konden betalen, en banken verstrekten die gretig.
In de afgelopen jaren zagen we een vergelijkbaar patroon. Tot eind 2022 hielden veel centrale banken, waaronder de Europese Centrale Bank (ECB) de rente extreem laag om economische groei te stimuleren na de coronapandemie. Dat leidde tot een enorme toename van particuliere en zakelijke schulden. Toen de inflatie vervolgens onverwachts hard opliep, moesten centrale banken plotseling de rente fors verhogen — wat leidde tot een schok in de financiële markten.
Overeenkomst: zowel voor 2008 als nu werd goedkoop geld wijdverspreid beschikbaar gesteld, wat risicovol gedrag en overmatige schuldenvorming aanwakkerde.
Te veel vertrouwen in financiële innovatie
In de aanloop naar de kredietcrisis van 2008 werden complexe financiële producten ontwikkeld, zoals ‘collateralized debt obligations’ (CDO’s). Deze producten bundelden hypotheken en werden verhandeld alsof ze weinig risico met zich meebrachten. Veel instellingen hadden echter geen volledig inzicht in de risico’s die zij namen. Toen de onderliggende hypotheken faalden, stortte het hele systeem in.
Vandaag de dag zien we een soortgelijke fascinatie voor financiële innovatie, met name op het gebied van cryptovaluta, decentrale financiering (DeFi) en andere digitale activa. Hoewel blockchaintechnologie vele waardevolle toepassingen kent, is er opnieuw sprake van een situatie waarin beleggers vaak weinig inzicht hebben in wat ze precies kopen — met als gevolg plotselinge crashes, zoals die van FTX en andere cryptoplatformen.
Overeenkomst tussen 2008 en nu: in beide periodes werd financiële innovatie als onfeilbaar beschouwd, wat leidde tot systemische risico’s die pas (te) laat werden erkend.
Onvoldoende regulering en toezicht
In de jaren vóór 2008 was er sprake van deregulering van financiële markten, met name in de Verenigde Staten. Financiële instellingen kregen meer vrijheid om te experimenteren met risicovolle producten. Het toezicht was zwak en veel instanties vertrouwden op zelfregulering van de markt.
Ook vandaag zijn er signalen dat het toezicht in bepaalde sectoren te wensen overlaat. De opkomst van schaduwbanken — instellingen die financiële diensten leveren buiten het reguliere bankensysteem om — is moeilijk te reguleren. Bovendien zijn toezichthouders nog bezig om passende regelgeving te ontwikkelen voor nieuwe technologieën zoals crypto, terwijl die markt zich razendsnel ontwikkelt.
Overeenkomst met 2008: een gebrek aan afdoende toezicht vergroot het risico op systeemcrises, zowel toen als nu.
Speculatieve zeepbellen
De huizenmarkt speelde een centrale rol in de kredietcrisis van 2008. In veel landen, waaronder Nederland, stegen de huizenprijzen tot ongekende hoogten. Deze stijging werd gedreven door goedkope leningen, fiscale voordelen en een collectieve overtuiging dat ‘huizenprijzen altijd blijven stijgen’.
In de afgelopen jaren zagen we opnieuw scherpe prijsstijgingen op de huizenmarkt, deels als gevolg van lage rente tot 2023, schaarste en overheidsstimuli. Inmiddels vlakken de prijzen wat af of dalen ze zelfs in sommige regio’s, en groeit de vrees dat huishoudens met hoge hypotheken kwetsbaar zijn voor rentestijgingen.
Overeenkomst: de opbouw van speculatieve zeepbellen — toen in hypotheken, nu in vastgoed én technologie — vormt een terugkerend risico.
Economisch optimisme en marktimmuniteit
Een minder tastbaar, maar essentieel aspect is het sentiment. Voorafgaand aan 2008 heerste een sfeer van economisch optimisme. De markten leken ‘onverslaanbaar’ en men geloofde in het idee dat economische cycli minder hevig zouden worden dankzij beter beleid.
In de huidige tijd zien we eenzelfde soort zelfvertrouwen op de internationale beurzen: ondanks geopolitieke spanningen, een energiecrisis en hoge inflatie bleven beurzen relatief veerkrachtig. Er wordt vaak gesuggereerd dat centrale banken ‘altijd kunnen ingrijpen’ als het misgaat. Maar die gedachte kan leiden tot onderschatting van de risico’s — net als in 2008.
Overeenkomst: overmatig optimisme en een geloof in marktimmuniteit kunnen leiden tot een harde landing als onverwachte schokken optreden.
Belangrijke verschillen en het grootste gevaar van nu
Hoewel de overeenkomsten zorgwekkend zijn, zijn er ook belangrijke verschillen. Zo zijn banken vandaag beter gekapitaliseerd en wordt er strenger toezicht gehouden op risicomanagement. Centrale banken zijn alerter geworden en handelen sneller bij oververhitting. Ook zijn sommige markten, zoals hypotheken in Nederland, onderworpen aan strengere leennormen.
Dat betekent echter niet dat een nieuwe crisis uitgesloten is — alleen dat de vorm en oorsprong anders zullen zijn.
Het grootste risico op een nieuwe financiële crash komt momenteel (weer) vanuit de VS/Israël en – binnen Europa – vanuit Frankrijk.
Door de volledig uit de hand gelopen oorlog tussen de VS/Israël en Iran, vliegt wereldwijd de inflatie omhoog.
Voor de EU geldt dat – ondanks de door de EU op 4 februari 2026 aangepaste berekeningsmethodiek voor inflatie – de huidige inflatie rond de 3 procent ligt, ofwel anderhalf maal de ECB-norm.
De ECB zou nu dus tot forsere renteverhogingen dan de huidige 2,2 procent over moeten gaan om die – door de Iran-oorlog veroorzaakte – hoge inflatie te bestrijden. Dat doet zij tot op heden niet. Ik vermoed vanwege de grote financiële problemen in Frankrijk.
De ECB mag wettelijk gezien haar rentebeleid niet aanpassen om individuele landen met hoge schulden te beschermen. Het hoofddoel is prijsstabiliteit (een inflatie van circa 2 procent). De zorgen over de houdbaarheid van de schulden van Frankrijk en Italië zijn echter zo groot, dat te hoge ECB-rente kan leiden tot het uiteenvallen van de euro conform een crisis zoals in 2009 in Griekenland.
Ondanks de strijd met het ECB-mandaat, is het voorstelbaar dat de werkelijke macht in de EU kiest voor het behouden van de euro boven het behouden van prijsstabiliteit voor haar burgers.
Conclusie
De kredietcrisis van 2008 heeft diepe sporen nagelaten, maar is bij velen allang vergeten. Toch laten de parallellen tussen toen en nu zien dat we niet immuun zijn voor dezelfde fouten: overmatig vertrouwen, gebrekkige regulering en speculatief gedrag keren telkens terug.
Behalve dat terugkeren van bekende patronen, hebben we – net als toen – er weer een eurocrisis bij in de vorm van de onhoudbare schuld in Frankrijk.
Het is tegenwoordig vooral aan burgers om lessen uit het verleden te trekken, want politici in de EU hebben nu andere belangen dan het financiële belang van haar inwoners.
-
Klimaat7 dagen geledenGerrit Hiemstra verkoopt klimaatactivisme als wetenschap bij Eva
-
Politiek3 dagen geledenKabinet-Jetten zet grote stap naar surveillancestaat
-
Politiek2 weken geledenBurgers Katwijk en Wassenaar moeten wijken voor defensie-drones en pillenfabriek
-
Politiek1 week geledenPleegde jokkebrok Hugo de Jonge meineed?
-
Column1 week geledenDemocratie is prachtig, tot de kiezer verkeerd stemt
-
Column4 dagen geledenRutte, de Jonge en Grapperhaus, de lakeien van de NCTV?
-
Column6 dagen geledenDe gevolgen van het politiek uitsluiten worden zichtbaar
-
Politiek2 weken geledenWaarom wil IJsland niet bij de EU?

