Klimaat
Chemicus Ferdinand Meeus uit felle kritiek op klimaatbeleid
In deze aflevering van Indepen Nieuws praten we met Ferdinand Meeus. Meeus is een Belgische chemicus met een doctoraat in de chemie, fotofysica en fotochemie van de KU Leuven. Hij heeft gewerkt bij multinationals zoals DuPont, Dow Chemical en BASF. Na zijn pensionering heeft hij zich toegelegd op klimaatvraagstukken en profileert hij zich als ‘klimaatrealist’.
Ferdinand Meeus: achtergrond en carrière
Meeus stelt dat klimaatverandering een natuurlijk fenomeen is dat al eeuwen plaatsvindt en dat de huidige opwarming niet uitzonderlijk is. Hij betwijfelt de ernst van de klimaatcrisis en is kritisch over het beleid gericht op het verminderen van CO₂-uitstoot. Volgens hem zijn fossiele brandstoffen betrouwbaar en economisch essentieel, en is de overstap naar hernieuwbare energiebronnen zoals zon en wind technisch en economisch onhaalbaar.
Kritische blik op klimaatverandering en energiebeleid
Klimaat
Er is een stroomoverschot, geen tekort
TenneT waarschuwt in een nieuw rapport dat er in 2028 al een tekort aan stroom kan ontstaan. Wie echter de situatie in Nederland en Duitsland goed analyseert ziet dat die boodschap behoorlijk vertekend is. Een overschot aan groene stroom is het echte probleem waar we mee zitten. En dat gaan we niet oplossen met nog meer windmolens en zonneparken.
Er dreigt in 2028 al een elektriciteitstekort, aldus netbeheerder TenneT in een persbericht dat door de NOS en vrijwel alle mainstreammedia is overgenomen. De NOS stelt dat “[h]et dreigend tekort aan elektriciteit wordt veroorzaakt door de toenemende vraag. Steeds meer bedrijven schakelen over van gas op elektriciteit. Ook particulieren rijden steeds vaker op elektriciteit in plaats van benzine en stoken hun huis warm met elektrische warmtepompen in plaats van gas.”
Wat de NOS niet vermeldt, maar het onderliggende advies van TenneT wel, is dat er in de afgelopen twintig jaar helemaal geen sprake was van een toenemende vraag. Dit schrijft TenneT: “Ondanks dat de vraag naar elektriciteit al sinds ongeveer 2005 niet significant is veranderd (CBS, 2026), blijft de verwachting dat de energietransitie gepaard zal gaan met een significante groei van de elektriciteitsvraag.”
Stijging elektriciteitsverbruik?
De laatste maanden peilde ik tijdens lezingen de kennis hierover bij het publiek door middel van een quizvraag. Hoeveel is het elektriciteitsverbruik veranderd sinds 2005? A) gelijk gebleven B) 25 procent gestegen C) 50 procent gestegen of D) 100 procent gestegen. Vrijwel iedereen in de zaal kiest C of D. Want, zo redeneert men, we zijn toch aan het elektrificeren? Huizen van het gas, meer warmtepompen, meer elektrische auto’s en al die datacenters. De overheid zette zelfs een publiekscampagne in – Zet ook de knop om – om niet allemaal tegelijk stroom te gebruiken.
Daar tegenover staat echter dat apparaten steeds efficiënter worden en dat steeds meer industrie de deuren sluit, onder andere vanwege de hoge energieprijzen hier, die weer het gevolg zijn van de in gang gezette energietransitie.
Het elektriciteitsverbruik in Nederland steeg met zo’n 2 procent per jaar tussen 1990 en 2008 tot zo’n 123 TWh (terawattuur ofwel miljard kilowattuur) om daarna zelfs licht te dalen tot zo’n 115-120 TWh in de laatste jaren. Voor wie het niet gelooft, hieronder de grafiek op basis van CBS-data.

Stroomverbruik in Nederland in de periode 1990 tot en met 2023. Bron: CBS
TenneT blijft erin geloven dat de stagnatie in het stroomverbruik in de nabije toekomst toch echt voorbij is. “Elektrificatie wordt voor steeds meer toepassingen gezien als de belangrijkste verduurzamingsroute, zoals bijvoorbeeld voor het leveren van industriële proceswarmte (Rijksoverheid, 2025c). Hoewel efficiëntiewinst op een aantal vlakken de vraag omlaag brengt, zal de geëlektrificeerde energievraag in de industrie, transport en warmtesectoren en de nieuwe energievraag van datacenters deze efficiëntiewinsten ruimschoots overstijgen.”
TenneT verwacht dat zowel in een laag als een hoog scenario de elektriciteitsvraag de komende tien jaar flink gaat stijgen:

Figuur 3-1 uit het Tennet-advies met de verwachte vraag voor de komende tien jaar.
Zoals betoogd in een eerder artikel voor Indepen staat de chemische industrie in Europa het water aan de lippen. Vooral vanwege de hoge energieprijzen. Diverse chemische fabrieken en raffinaderijen gaan sluiten of zijn al gesloten. In Nederland gaat dit harder dan bij onze buren door de extra maatregelen van onze regering om gasgebruik peperduur te maken.
Een scenario waarbij een groot deel van de industrie verdwijnt uit ons land behoort blijkbaar niet tot de opties van TenneT. Alleen de toekomst zal leren hoe realistisch de verwachtingen van TenneT zijn geweest.Tijdens lezingen stel ik nog een andere vraag. Welk percentage van de stroom in Nederland is duurzaam? A) 3 procent B) 15 procent C) 30 procent of D) 50 procent.
Hier denkt het publiek juist dat het goede antwoord A of B is, terwijl antwoord D het goede is, 50 procent. Veel mensen vergeten dat in Nederland elektriciteit slechts zo’n 20 procent van het totale energieverbruik uitmaakt. Vijftig procent ‘duurzame’ stroom betekent dus pas tien procent ‘duurzame’ energie.
Vijftig procent ‘groene’ stroom uit met name zon en wind op land en wind op zee (en nog wat biomassa) is een hoog percentage als je bedenkt dat het om een jaargemiddelde gaat. In de winter levert zon nauwelijks iets op en in de zomer is er met name ’s nachts weinig wind. Met 50 procent als jaargemiddelde komen er al geregeld pieken voor waarop zon en wind meer dan 100 procent van de vraag leveren, stroomprijzen negatief worden en er stroom moet worden weggegooid (curtailment heet dat met een duur woord).
Zon en wind in Duitsland
In Nederland merken we dat en in Duitsland merken ze dat nog sterker. Dagblad Die Welt kwam onlangs met een artikel over wat ze daar het windstroom-raadsel noemen. Sinds 2020 bouwde Duitsland zo’n 2600 windmolens erbij en ook vele zonneparken (en zonnepanelen op daken). De jaarlijks geproduceerde groene stroom nam echter nauwelijks toe. De Nederlandse ingenieur Theo Wolters zette de Duitse cijfers op een rijtje. Hij gebruikte daarbij de eerste vijf maanden van het jaar zodat ook 2026 al meegenomen kan worden.

Het is een ingewikkeld plaatje, maar zeer belangrijk, dus ik leid de lezer er doorheen. Langs de y-as staan percentages. Het jaar 2020 is gekozen als referentiejaar en staat daarom op honderd procent. Alle lijnen op een na gaan daar dus doorheen. De lichtgroene lijn die vrij stijl omhoog loopt geeft de spectaculaire groei aan van het geïnstalleerd vermogen aan zon en wind. Dat klinkt ingewikkeld maar geeft simpelweg aan dat er veel nieuwe capaciteit is bijgekomen, windmolens en zonneparken.
De groei sinds 2020 is ongeveer 80 procent. Dus tachtig procent meer groene stroom zou je zeggen. Helaas niet. Daarvoor kijken we naar de gele lijn, geleverde zon en wind. Die steeg slechts 7 procent! Dus 80 procent meer wind- en zonnecapaciteit om slechts 7 procent meer zon en windstroom op te wekken. Allemaal gesubsidieerd. Dat is een zeer slechte investering! Er blijkt in het huidige Duitse systeem dus een maximum aandeel zon en wind te zijn dat het net aan kan en dat blijkbaar rond 2020 bereikt werd.
Het aandeel zon en wind (blauwe lijn) volgt in grote lijnen uiteraard de gele lijn, maar komt iets hoger uit. Dat komt doordat het totale elektriciteitsgebruik (stippellijn) gedaald is! Dat is een trend die in Duitsland al tien jaar gaande is. In 2015 was het stroomverbruik nog zo’n 600 TWh, in 2025 was het gedaald tot minder dan 500 TWh. De voornaamste reden: de-industrialisatie. De Duitse industrie staat mede vanwege de hoge energieprijzen (geen goedkoop gas meer uit Rusland, kerncentrales die gesloten zijn) zwaar onder druk.
Het gevolg van bovenstaande is dat de capaciteitsfactor (de lijn met onderbroken streepjes) – dat is een getal dat aangeeft hoe vaak een windmolen of een zonnepaneel op vol vermogen draait – flink is gedaald. Het percentage ‘groene’ stroom is door de licht gestegen productie en de dalende vraag echter wel gestegen en dat is te zien aan de onderste donkergroene lijn. Het was 40 procent in 2020 en is nu gestegen tot 47 procent. Die toename wordt uiteraard breed uitgemeten in de Duitse pers om de indruk te wekken dat de Energiewende een succes is.
Meer groene stroom dan het net aankan
De 47 procent in Duitsland is vergelijkbaar met wat we in Nederland halen (zon en wind zijn bij ons goed voor 44 procent want bij onze 50 procent groene stroom is ook biomassa inbegrepen) en in Duitsland loopt het systeem al helemaal spaak. Duitse energiedeskundigen speculeren nog over de belangrijkste oorzaken. Een opvallende trend is dat de productie van wind op zee de laatste jaren zelfs terugloopt ondanks de bouw van nieuwe molens.
Volgens prof. Sigismund Kobe van de TU Dresden is het mogelijk dat windmolens op zee veel wind afvangen waardoor de opbrengst van nieuwe molens terugloopt. Volgens een andere deskundige is er sprake van ‘kannibalisatie’. Door de explosieve groei in zon (zoals in Duitsland sinds 2022) zal windstroom minder opbrengen, omdat er op zonnige dagen al veel stroom is. En omgekeerd geldt hetzelfde op zeer winderige dagen.
Er is kortom meer groene stroom dan het net in Duitsland op dit moment aan kan. Natuurlijk is het mogelijk dat er op windstille dagen in de winter (zogenaamde Dunkelflautes) ook tekorten gaan ontstaan de komende jaren, omdat kolen- en gascentrales door het overschot aan gesubsidieerde zon en wind uit de markt gedrukt worden dan wel gesloten worden op last van de overheid vanwege ‘het klimaat’.
TenneT pleit nu voor het snel opzetten van een capaciteitsmarkt, waarbij kolen- en gascentrales betaald worden om stand-bye te blijven. Het geeft aan hoe onzinnig en inefficiënt het systeem is dat we aan het bouwen zijn. Zelfs als je nog tien keer zoveel zon- en windcapaciteit neerzet zullen er dagen zijn waarop die nagenoeg geen stroom leveren en blijven we afhankelijk van de back-up van kolen-, gas- of kerncentrales.
Klimaat
Klimaatverandering vraagt om nieuwe framing
Het wil maar niet lukken, die klimaatverandering. De gedachte miljarden euro’s afhandig te maken van een kennelijk nog altijd gewillig volk om iets te bestrijden dat niet te bestrijden valt vraagt om onderbouwing. En die onderbouwing faalt.
Eerst werd de strijd aangebonden tegen de ‘opwarming van de aarde’, maar dat blijkt deels niet waar te zijn en deels niet de effecten te sorteren die hoegenaamd het gevolg zouden zijn. Na twintig jaar lopen de ijsberen nog steeds rond, staat Nederland nog altijd niet onder water en liggen de kustplaatsen er wereldwijd nog even vrolijk bij.
Van ‘opwarming van de aarde’ werd het frame verplaatst naar ‘klimaatverandering’. Altijd prijs dus, want klimaatverandering is van alle tijden, of het nu warmer of kouder wordt. Ook dat faalt inmiddels, het zo geprezen IPCC van de VN moest recent toegeven dat de horrorscenario’s en hockeystick-grafieken, waarop de Nederlandse overheid en rechterlijke macht hun beleid hebben gebaseerd, niet realistisch waren.
Nu de miljarden blijven binnenstromen zonder dat aannemelijk gemaakt kan worden dat deze ook zinnig besteed worden is een nieuw frame noodzakelijk om dit te rechtvaardigen. En die is gevonden! Uw gezondheid is nu in gevaar door de klimaatverandering. Miljoenen jaren heeft de mensheid overleefd ondanks de klimaatverandering, maar nu wordt ‘gezondheid’ als nieuwe troef ingezet.

De mainstream media doen hier uiteraard weer volledig aan mee, met als gevolg de meest malle berichtgeving. Door de klimaatverandering lopen we nu het risico op ziektes uit de tropen, hittestress, huidkanker en hooikoorts. Niets meer over Amersfoort aan Zee, het uitsterven van ijsberen en andere doemscenario’s, die zijn immers al ongeloofwaardig verklaard.
Terwijl er geen miljarden beschikbaar zijn om verhoging van de AOW-leeftijd tot stilstand te brengen, word u tegelijkertijd rijp gemaakt om nog veel meer miljarden uit te geven om ervoor te zorgen dat u nóg ouder wordt.
Met elektrisch rijden en een warmtepomp gaat u ouder worden en bent u minder kwetsbaar voor enge ziektes. Laat voormalig beddenkoning en spreadsheet-manipulator Ernst Kuipers u dat maar wijs maken. Ergens voelt u wel aan dat er iets niet klopt toch?
Klimaat
Schaamteloze klimaatpropaganda van de WHO en The Lancet
De WHO probeerde ons deze week weer de stuipen op het lijf te jagen met angstporno over klimaatverandering. Het zou een catastrofale bedreiging vormen voor de volksgezondheid. Deze claims zijn eenvoudig door te prikken en roepen de vraag op wat de werkelijke agenda van de WHO is.

“De impact van klimaatverandering is heel groot… zo groot dat er eigenlijk geen ontsnappen aan is.” Aldus Ernst Kuipers, de oud-minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in zijn hoedanigheid als lid van een speciale commissie die is opgezet door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). In een actieplan stelt die commissie dat klimaatverandering in Europa moet worden behandeld als een internationale noodsituatie voor de volksgezondheid.
Het is niet de eerste keer dat de WHO op de klimaattrom slaat. In december 2024 zei dr. Tedros, de directeur-generaal van de WHO, in een hoorzitting van het Internationaal Gerechtshof dat klimaatverandering in essentie een gezondheidscrisis is. Sinds 2023 heeft de WHO een pagina over klimaatverandering online staan die zo begint: “Klimaatverandering draagt direct bij aan humanitaire noodsituaties als gevolg van hittegolven, bosbranden, overstromingen, tropische stormen en orkanen, en deze nemen toe in omvang, frequentie en intensiteit.”
De aandacht voor klimaatverandering bij de WHO is groter geworden sinds de coronapandemie. Gezondheid wordt ingezet om de urgentie van klimaatverandering te benadrukken.
Sterfte door extreem weer
Catastrofaal, gezondheidscrisis, noodsituaties, al die termen suggereren weer dat de mensheid – in dit geval als gevolg van klimaatverandering – in een enorme crisis verkeert met miljoenen doden tot gevolg. De WHO laat echter na de grafiek te tonen met sterfte door extreem weer. Die sterfte daalde sinds 1920 met meer dan 97 procent. Ik liet die grafiek van de Deense milieueconoom Bjørn Lomborg al in een eerder artikel voor Indepen zien en zal het vermoedelijk nog vaker doen. Het is simpelweg de belangrijkste grafiek om de klimaatdiscussie in perspectief te kunnen zien.

Rond 1920 stierven er gemiddeld bijna een half miljoen mensen per jaar door orkanen, overstromingen en met name door droogte die leidde tot mislukte oogsten en hongersnoden. Tegenwoordig is sterfte door extreem weer vooral extreem zeldzaam. Dit komt vooral door welvaart, betere infrastructuur, vroegtijdige waarschuwingen, irrigatie, airco en rampenmanagement, met andere woorden: adaptatie werkt.
Bedenk daarbij dat de wereldbevolking in deze periode steeg van twee naar acht miljard mensen. In termen van risico is de kans op overlijden door extreem weer dus nog sterker gedaald, met 99,4 procent. Ieder overlijden door natuurgeweld is tragisch, maar laten we de zaken in perspectief blijven zien. De kans om te overlijden in het verkeer is tegenwoordig zo’n honderd keer groter.
Hittedoden
Niets van dit perspectief wordt gedeeld door de WHO. Integendeel, de WHO doet voorkomen alsof de mensheid kwetsbaarder dan ooit is voor extreme weersomstandigheden, en zet daarbij vooral in op hittedoden. Volgens het WHO-document sterven er in Europa steeds meer mensen door extreme hitte. De WHO verwijst daarbij naar een onderliggend wetenschappelijk document dat in april gepubliceerd werd in het medische tijdschrift The Lancet. Een op het eerste gezicht indrukwekkende paper, geschreven door tientallen wetenschappers waaronder vele hoogleraren. Dezelfde Bjørn Lomborg van de grafiek hierboven maakte echter op social media gehakt van de nieuwe studie en hij noemt het zelfs “klimaatmisleiding uit het boekje” en “schaamteloze oneerlijkheid”. De stijging die The Lancet-onderzoekers ontwaren in hittedoden is volgens hem vrijwel volledig toe te schrijven aan de ouder wordende Europese bevolking. Ouderen zijn kwetsbaarder voor hitte en meer ouderen betekent dus meer hittedoden, zelfs bij gelijkblijvende temperaturen.

Volgens Lomborg hanteert The Lancet deze strategie al jaren. In 2021 stuurde Lomborg een brief erover naar The Lancet maar het lijkt aan dovemansoren gericht. Dat het hier om bewuste misleiding gaat wordt nog eens versterkt door het weglaten van andere cruciale informatie over extreme temperaturen: veel meer mensen sterven wereldwijd – ook in Europa – door extreme koude dan door extreme hitte. Een paper uit 2021 in nota bene The Lancet doet deze belangrijke observatie. Jaarlijks sterven er wereldwijd volgens die paper zo’n 5 miljoen mensen aan niet-optimale temperaturen (maar liefst ruim 9 procent van alle sterfgevallen). Zo’n 4,6 miljoen daarvan zijn echter gerelateerd aan koude, niet aan hitte! De verhouding koude- staat tot hittedoden is wereldwijd bijna 10 staat tot 1. Overigens zijn er grote regionale verschillen. In Europa en Latijns-Amerika is de verhouding 4:1. In Afrika is dit verrassend genoeg maar liefst 46:1. Daar is koude dus vele malen gevaarlijker dan hitte.
Bedenk dat dit statistische exercities zijn. Het is uiteraard niet zo dat er bij die doden ‘hittedode’ of ‘koudedode’ op de overlijdensakte staat. Het zijn epidemiologische schattingen van hoe hitte en koude kunnen hebben bijgedragen aan het overlijden van meestal al kwetsbare oudere mensen.
Lomborg wijst er geregeld op dat een opwarmende wereld gunstig zal zijn. Er zullen meer hittedoden vallen, maar daar staat een veel grotere daling van koudedoden tegenover:

Bron: Lomborg
Het WHO-document maakt überhaupt geen melding van koudedoden. De onderliggende Lancet-paper probeert wel een gekunsteld argument te maken dat in de toekomst hittedoden koudedoden zal gaan overstijgen. Erg onwaarschijnlijk als je bovenstaande grafiek ziet. Bedenk ook dat het bij een stijgende welvaart vrij gemakkelijk is om je te wapenen tegen zowel koude als hitte. De cijfers uit Afrika maken duidelijk dat het vooral een armoedekwestie is en dat voor armen koude dus vele malen gevaarlijker en dodelijker is dan hitte.
Lomborg zie je niet vaak speculeren waarom de WHO zo schaamteloos aan klimaatpropaganda doet. Andere onderzoekers doen dat wel. Bij Clintel sprak twee jaar geleden de Zweedse onderzoeker Jacob Nordangård. Hij doet als academicus veel onderzoek naar de rol van de VN en het World Economic Forum en schreef een dik proefschrift over de rol van de Rockefellers op onder andere de internationale klimaatagenda.
In het artikel ’Who made WHO? One World, One Health, One Leader’ beschrijft hij hoe de WHO (via het programma One Health) gezondheid, klimaat, dieren en ecosystemen integreert. Dit creëert een allesomvattend kader waarin klimaatverandering gelijkgesteld wordt aan een gezondheidscrisis, wat moet leiden tot meer macht voor internationale organisaties als de WHO en de VN in het algemeen.
-
Politiek7 dagen geledenEU-vermogensbelastingen bovenop de nieuwe box 3?
-
Klimaat3 dagen geledenEr is een stroomoverschot, geen tekort
-
Politiek2 weken geleden‘De diensten’ bepalen retoriek politiek en mainstreammedia
-
Politiek4 dagen geledenDe EU heeft de macht van nationale regeringen overgenomen – deel II
-
Politiek6 dagen geledenDe EU heeft de macht van nationale regeringen overgenomen – deel I
-
Klimaat1 week geledenKlimaatverandering vraagt om nieuwe framing
-
Politiek5 dagen geledenDe Groningse gasbevingen-lotto
-
Politiek2 weken geledenHaat tegen politici begint met wanhoop


Jos Schouten
9 juni 2025 in 05:31
‘klimaatopwarming door co2’ is een protection racket. Eerst verzin je een probleem en daarna bied je de oplossing: die is altijd ‘meer geld’. Zie http://www.tinyurl.com/glafiapdf