Economie
Grootbanken plunderen particulieren met hulp van de ECB
op
Door
Twan Houben
De drie Nederlandse grootbanken – ING, Rabobank en ABN AMRO – wisten de afgelopen jaren steeds hogere miljardenwinsten te boeken. Vooral door het rentebeleid van de ECB. Nu gaat ABN-AMRO de komende jaren 25 procent van het personeel ontslaan en vervangen door AI om nog meer winst te kunnen boeken over de ruggen van het eigen personeel en van de Nederlandse clientèle. Een overzicht van de roverspraktijken van de laatste jaren.
Winstgevendheid Nederlandse grootbanken
ING is de grootste van de drie grootbanken in Nederland. Vanaf 2022 tot en met 2024 steeg de omzet van 18,5 miljard euro naar bijna 23 miljard euro, aldus dit overzicht. De nettowinst ging in dezelfde periode van 3,7 miljard euro naar 6,4 miljard euro.
Stel je voor! Een bedrijf met een winstpercentage dat van 20 naar 28 procent stijgt!!
Rabobank dan; een omzet van 8,7 miljard euro en nettowinst van 2,7 miljard euro in 2022, die oplopen naar een omzet van 13,3 miljard euro en netto winst van 5,1 miljard euro in 2024.
Stel je voor! Dit bedrijf gaat met zijn nettowinst van 31 procent naar maar liefst 38 procent. Welk Nederlands bedrijf doet dit de Rabobank na??
Tot slot ABN AMRO die voornemens is om de winstgevendheid te verhogen door bijna 25 procent van al het personeel te ontslaan en waarvan de Nederlandse staat nog voor 30,5 procent aandeelhouder is!
Die bank had in 2022 een omzet van 7,8 miljard euro en een nettowinst van 1,9 miljard euro, welke stegen naar 8,9 miljard euro omzet en 2,4 miljard euro netto winst in 2024.
Dus een bank waarvan de Nederlandse staat grootaandeelhouder is en de nettowinst stijgt van 24 procent in 2022 naar 26 procent in 2024 voelt een grote noodzaak om te gaan saneren?
De EU drukt juist de winstgevendheid van banken
Het verdienmodel van de Nederlandse grootbanken is vrij simpel en bestaat uit drie kernactiviteiten:
- De meeste omzet en winst wordt met renteopbrengsten behaald.
- De tweede grootste omzetgenerator bestaat uit commissies over van allerlei activiteiten, maar vooral de effectenhandel.
- De derde omzetbrenger zijn opbrengsten uit eigen beleggingen.
De twee instanties die grote invloed hebben op de winstgevendheid van banken zijn – hoe kan het ook anders – de EU en de ECB.
De EU – aanvankelijk opgezet om de economische prestaties van de lidstaten te verbeteren – heeft een belangrijk neerwaarts effect op de winstgevendheid van banken. Dit komt door de tsunami aan regelgeving vanuit de EU.
Met name de antiwitwasrichtlijnen van de EU spelen een grootste rol. Die hebben geleid tot een explosie van loonkosten door het onvoorstelbaar hoge aantal medewerkers dat zich bezig moest gaan houden met het controleren van de financiële handelingen van cliënten:
- ABN AMRO heeft hiervoor ruim 2900 medewerkers in dienst.
- Rabobank heeft hiervoor ruim 8000 medewerkers in dienst met een totale loonsom van maar liefst 1 miljard euro.
- ING heeft hiervoor ruim 4000 medewerkers in dienst.
Bij elkaar zo’n 15.000 medewerkers bij drie banken die zich alleen met de antiwitwas-richtlijnen van de EU bezighouden, oftewel circa 20 procent van het totaal aantal bankiers met een jaarlijkse kostenpost van enkele miljarden euro’s.
Die kosten worden deels doorberekend aan de klant.
Behalve de 1 miljard euro aan jaarlijkse kosten voor uitvoering van het EU-beleid, stuurt de Rabobank alleen al maandelijks 10.000 klanten weg die niet geheel aan de antiwitwas-normen zouden voldoen. Dat is gemiste omzet.
Met dank aan de EU!
De ECB verhoogt de winstgevendheid van banken aanzienlijk
Wat de EU – door haar intensieve wetgeving – verknoeit aan winstgevendheid bij banken, weet de ECB groots te compenseren door het gevoerde rentebeleid.
Dat zit als volgt in elkaar.
Kijken we nog eens naar pagina 241 van het Rabobank jaarverslag 2024, dan zien we dat de bank aan rente-inkomsten een bedrag van 26,7 miljard euro opvoert bij een rentelast – kosten – van 14,9 miljard euro. Netto inkomsten uit rente zijn dus bijna 12 miljard euro!
De rente-inkomsten van de bank komen voornamelijk uit leningen aan personen (hypotheken) en bedrijven. De kosten die de bank daarvoor moet maken zijn de uitbetaalde rentes op spaarrekeningen en leningen bij collegabanken en de ECB.
Banken lenen goedkoop in (bij spaarders, collega’s en de ECB) en lenen aanmerkelijk duurder uit aan klanten. Hoe groter het verschil tussen de rente die banken betalen en de rente die ze ontvangen, hoe meer ze verdienen. Het ECB-rentebeleid bepaalt de basis voor dat verschil.
In het geval van de jaarrekening van Rabobank over 2024, verdient de bank 12 miljard euro op een rentelast van 14,9 miljard euro, oftewel een gemiddeld rendement van 80 procent op haar eigen rentekosten! Dat is bizar hoge winst, als je kijkt naar het rendement van 1,4 procent op je spaargeld dat bij diezelfde bank gestald is.
Op 6 juni 2024 kondigde de ECB de eerste rentedaling in vijf jaar aan. Begin 2024 was de depositorente van de ECB nog 4 procent, eind 2024 was dat 3 procent.
Als de Rabobank bij de ECB jouw spaargeld – risicoloos – stalde, leverde dit de bank 4 procent op begin 2024. Jijzelf kreeg 1,65 procent. Winst voor de Rabobank op jouw spaargeld: 2,35 procent.
Sloot je begin 2024 een hypotheek bij de Rabobank af, dan was je 4,88 procent kwijt.
ECB sloopt het vermogen van particuliere spaarders
In de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw – toen we nog een eigen onafhankelijke centrale bank (DNB) hadden – werd de rente gelijk aan, of hoger dan de inflatie gehouden. Dat zie je hier.
Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en De Nederlandsche Bank werd in 1980 de hoogste spaarrente ooit gemeten in Nederland: 11,6 procent op vrij opneembare rekeningen. De inflatie was toen 6,5 procent maar de rente op spaarrekeningen destijds zorgde ervoor dat je spaargeld toch nog rendeerde ondanks die hoge inflatie.
Wat is de situatie nu?
De inflatie ligt vanaf begin 2024 boven de 3 procent. De rente op spaarrekeningen van de Rabobank daalde van 1,7 procent begin 2024 naar 1,4 procent eind 2025. Dat is minder dan de helft van de inflatie, terwijl de spaarrente vóór de komst van de ECB nog op bijna het dubbele van de inflatie lag.
Hoe duidelijk willen we het nog hebben?
ECB en EU zijn er niet voor de burgers of het mkb maar voor het grootkapitaal.
Die keurige banken van weleer, met vestigingen in ieder dorp, zijn de straatrovers van nu geworden. Met volle steun van de ECB.
Vind je dit een goed artikel? Steun ons dan voor slechts €2 per maand en houd kritische, vrije journalistiek levend.
INDEPEN staat voor een onafhankelijk en pluriform medialandschap met ruimte voor kritische en diepgaande journalistiek. Steun onafhankelijk nieuws voor slechts €2 per maand.
JA, ik help jullie!
Economie
Nieuwe EU-ketenregels dreigen inflatie aan te jagen en mkb te vernietigen
Gepubliceerd
1 week geledenop
15 januari 2026Door
Twan Houben
Vanaf 2026 en 2027 gelden nieuwe EU-regels die bedrijven verplichten tot transparantie over herkomst en milieu-impact van de gebruikte materialen uit de toeleveringsketen. Een juridisch voortvloeisel uit de Europese Green Deal. Zonder bewijs van die keten, geen toegang meer tot de Europese markt. De nieuwe verplichtingen zullen voor veel mkb-bedrijven echter niet op te brengen zijn en mogelijk tot een golf van faillissementen leiden. Een overzicht van de nieuwe EU-plannen voor het bedrijfsleven en de consument.
De nieuwe Europese Ontbossingsverordening (EUDR)
De EUDR dwingt – vanaf 30 december 2026 – samenwerking in de keten af voor bedrijven vanaf 250 medewerkers en/of een balanswaarde van minimaal 25 miljoen euro en/of een omzet van 50 miljoen euro. De EUDR is ontwikkeld om:
- wereldwijde ontbossing en bosdegradatie te verminderen;
- de CO2-uitstoot te verlagen en klimaatverandering tegen te gaan;
- de transparantie in toeleveringsketens te vergroten en ethische inkoop te stimuleren.
De regelgeving is van toepassing op zeven belangrijke grondstoffen en de daarvan afgeleide producten:
- vee
- cacao
- koffie
- palmolie
- rubber
- soja
- hout
Bedrijven die de genoemde grondstoffen verkopen of exporteren naar de EU moeten:
- locatiegegevens verstrekken waaruit blijkt waar het product is geproduceerd;
- aantonen dat het land van herkomst vrij is van ontbossing;
- aantonen dat de productie legaal plaatsvindt in het land van herkomst;
- een due diligence-verklaring indienen voordat de goederen de EU-markt betreden of verlaten.
Dramatisch gevolgen voor bedrijven en consumenten in de EU
Op het moment dat de Europese Commissie met nieuwe – ingrijpende – wetgeving voor bedrijven en consumenten komt, wordt er vrijwel nooit naar de financiële consequenties gekeken.
De markt moet dat maar oplossen, aldus de Europese Commissie. Als gevolg van dit gebrek aan verantwoordelijkheid nemen, laat de private sector vaak zelf onderzoek doen.
Wat blijkt? Dit soort wetgeving heeft een vernietigend effect op consumentenprijzen en winstgevendheid van bedrijven!
Een forse toename van inflatie en het aantal faillissementen zal het gevolg zijn van de EUDR. Dat volgt uit meerdere externe studies zoals deze waarin de volgende conclusies worden getrokken:
- 80 procent van de agrarische bedrijven in Afrika kunnen vooralsnog niet voldoen aan de EUDR en worden uitgesloten van handel met in de EU actieve bedrijven. De resterende 20 procent Afrikaanse bedrijven die wel voldoen, kunnen hun prijzen aan in EU gevestigde bedrijven torenhoog opschroeven, want; schaarste.
- Kleinere Europese importeurs van Afrikaanse soja, vee, cacao en palmolie kunnen de kosten van de nieuwe regels volgens de EUDR niet dragen en dreigen massaal failliet te gaan.
- Als gevolg van het vorige punt, zullen vele kleinere bedrijven worden opgekocht door multinationals, die de consumentenprijzen verder opdrijven.
- Cacao is al erg duur, maar wordt onbetaalbaar. Cacao die in Europa wordt geïmporteerd, is grotendeels afkomstig uit West-Afrika. Een bulkschip kan ongeveer 5.000 ton cacaobonen vervoeren, afkomstig van zo’n 80.000 boerderijen. Om te voldoen aan de regels volgens de EUDR moeten EU-importeurs voor al hun importen gegevens bijhouden waaruit blijkt dat er bij geen enkele van de 80.000 boerderijen ontbossing heeft plaatsgevonden. Ondoenlijk.
- De administratieve lasten die door de EUDR worden opgelegd aan Europese producenten van rundvlees, zuivel en sojabonen zullen ertoe leiden dat boeren overstappen op een kleiner aantal gewassen, waardoor de consumentenkeuze wordt beperkt.
- Aangezien de andere grote economische blokken – VS en China – niet meedoen met deze wetgeving, zullen alleen de prijzen in de EU tussen de 10 en 30 procent stijgen, waardoor er minder wordt gekocht.
- Dat wat niet in de EU wordt gekocht, gaat tegen dumpprijzen naar landen buiten de EU, zodat er een minimaal effect is op mondiale ontbossing.
De deadlines van de EUDR regelgeving zijn uitgesteld met als nieuwe nalevingsdata:
- 30 december 2026 – middelgrote en grote bedrijven,
- 30 juni 2027 – kleine en micro-ondernemingen.
Na deze data mogen producten die niet aan de regelgeving voldoen niet meer op de EU-markt worden verkocht of worden geëxporteerd buiten de EU.
Verwacht forse inflatie en een golf aan faillissementen en bedrijfsovernames na deze data.
Het digitaal productpaspoort (DPP)
Nog zo’n fraai staaltje destructieve EU-wetgeving is het digitaal productpaspoort (DPP). Waar de EUDR vooral over landbouw- en voedselproducten gaat, treft het DPP de non-food producten zoals textiel, meubelen en elektronica.
Vrijwel elk product dat de Europese Unie (EU) binnenkomt, moet een digitaal dossier hebben met materiaalinformatie, herkomstgegevens, geverifieerde duurzaamheidsinformatie en richtlijnen voor de afvalverwerking. Sectoren zoals textiel, meubels, cosmetica en kleding zullen als eerste met deze eisen te maken krijgen.
Vanaf 2027 moet de retailer voor veel producten aantonen waar ze vandaan komen, wat erin zit, hoe ze zijn gemaakt en hoe ze gerecycled kunnen worden. Dat helpt om processen te verbeteren en verspilling te beperken, aldus de Europese Commissie.
Elk item – een kledingstuk bijvoorbeeld – heeft een unieke identificatiecode, waardoor klanten, partners en toezichthouders gedurende de gehele levenscyclus toegang hebben tot accurate herkomstgegevens.
Het DPP is volgens de TU Delft ook weer een voortvloeisel uit de Europese Green Deal en brengt vooral veel uitdagingen voor logistiek en ICT met zich mee voor de detailhandel.
De exacte voorschriften voor het bedrijfsleven zijn in deze verordening terug te vinden, en zijn zodanig kostenverhogend, dat ook voor alle non-foodaankopen zoals sokken, schoenen, televisies en koelkasten vele procenten prijsverhogingen zullen ontstaan, vele bedrijven failliet zullen gaan en/of verkocht worden en grote multinationals het nog meer voor het zeggen krijgen in de EU. Zie het lijstje kledingmerken op deze website.
Ook hier heeft de Europese Commissie verzuimd om een berekening van implementatiekosten te maken – dat zou mensen maar afschrikken – en is het rekenwerk door de markt gedaan.
- Alleen al aan de extra software betaalt een klein mkb-bedrijf circa 10.000 – 15.000 euro per jaar, naast de extra handling en opslagkosten die afhankelijk zijn van het aantal items dat verkocht wordt.
- Een middelgroot bedrijf is voor die software jaarlijks tussen de 15.000 en 50.000 euro kwijt.
- Een groot bedrijf betaalt voor deze extra software tussen de 100.000 en 500.000 euro per jaar.
Dit zijn alleen automatiseringskosten. Daar komen de extra transport-, administratie- en opslagkosten nog bovenop.
Op jaarbasis zullen de EUDR en de DPP tientallen miljarden euro’s extra kosten genereren binnen de EU-lidstaten. Deze kosten komen deels ten laste van het bedrijfsresultaat en komen deels als prijsstijgingen – inflatie – bij de consument terecht.
De EU bewijst mij keer op keer dat ze de bijl is aan de wortels van onze welvaart. Dat was niet de bedoeling, maar is zo gekomen met de regel- en controledrift vanuit Brussel.
EU staat garant voor de vernietiging van welvaart in Europa en graaft daarmee haar eigen graf.
Economie
Europese Commissie trekt zich niets aan van (Mercosur) protesten
Gepubliceerd
1 week geledenop
14 januari 2026Door
Twan Houben
Er gaat regelmatig wat goed fout in de Europese Unie als gevolg van beleid van de Europese Commissie. Denk aan de eurozone crisis, de immigratiecrisis en de COVID-19-crisis. En nu de mogelijke crisis door het Mercosur-handelsverdrag. Allemaal momenten waarop de Europese Commissie acties ondernam waartegen forse protesten klonken. Om op volgende crises binnen de EU zo snel mogelijk een antwoord te hebben, zijn eerdere crises geanalyseerd. Wie dat doet, waarom en met welk resultaat, volgt in dit artikel.
De EU heeft een eigen universiteit die onderzoek doet
In 1972 werd het European University Institute (EUI) opgericht door de toenmalige lidstaten van de EU. Aan dat instituut kunnen mensen met een masteropleiding aan een Europese universiteit promoveren op onderzoek naar elementen van de EU en EU-beleid.
Op de website van dit instituut lezen we:
“Het EUI is een intergouvernementele organisatie die geavanceerde academische opleidingen en baanbrekende onderzoeksmogelijkheden biedt op het gebied van economie, geschiedenis, recht, politicologie, sociale wetenschappen en meer.”
EUI-onderzoek naar hoe protesten in de EU worden gemobiliseerd
Op 6 juni 2024 publiceerde de EUI dit onderzoek naar de drie grootste crises binnen de EU sinds 2005:
- de eurozonecrisis (vanaf 2008), met bezuinigingen, werkloosheid en schuldenproblematiek;
- de vluchtelingencrisis (vanaf 2015), met spanningen rond migratie, opvang en identiteit;
- de COVID-19-crisis (vanaf 2020), met lockdowns, gezondheidsrisico’s en beperkingen van vrijheden.
De onderzoekers analyseerden protesten in Europese landen over de periode 2000–2021.
Deze drie gebeurtenissen brachten diepe maatschappelijke spanningen met zich mee en raakten burgers in hun portemonnee, veiligheid en vrijheden. Centrale vragen bij het onderzoek waren de omvang van de protesten, wie er achter de organisatie van deze protesten zaten en met welk doel.
Opzet van het onderzoek
Voor hun onderzoek maakten de auteurs gebruik van miljoenen nieuwsberichten van internationale persbureaus. In totaal werden protesten in 30 Europese landen in kaart gebracht, variërend van demonstraties en stakingen tot blokkades en gewelddadige acties.
Zo konden de onderzoekers niet alleen tellen hoeveel protesten er waren, maar ook analyseren:
- wie er protesteerden (burgers, vakbonden, partijen);
- welke thema’s centraal stonden;
- hoe radicaal of massaal de acties waren;
- en hoe dit alles door de tijd en per regio veranderde.
De grote trends: afname van het aantal demonstraties, maar toename van geweld
De belangrijkste bevinding is helder: het aantal protesten in Europa daalt, maar de intensiteit en het geweld nemen toe. Die daling in aantallen protesten zet vooral sterk door na het hoogtepunt van de eurozonecrisis rond 2011–2012.
De daling verloopt niet overal gelijk:
- Zuid-Europa (met name Frankrijk, Griekenland en Spanje) kende tijdens de eurozonecrisis uitzonderlijk veel protest, maar zag daarna een scherpe terugval.
- Noordwest-Europa liet al vroeg een afname zien bij elke vorm van protest.
- Centraal- en Oost-Europa kende gedurende de hele periode relatief weinig protest.
Na 2015 bewegen alle regio’s zich richting een lager, stabieler protestniveau qua aantallen, maar niet qua geweld. Dat nam toe.
Economische of culturele redenen voor protest?
Tot circa 2008 draaide een groot deel van protest in Europa om economische kwesties: lonen, banen, sociale zekerheid. Juist dit type protest mobiliseerde veel mensen en werd meestal georganiseerd door vakbonden.
Tijdens de eurozonecrisis explodeerde dit economische protest, vooral in Zuid-Europa. Maar vanaf 2012 stortte het economische protest vrijwel in, behalve in Frankrijk (gele hesjes en pensioenproblematiek).
Latere crises – vanaf 2015 – draaiden vooral om culturele en maatschappelijke thema’s, zoals immigratie, identiteit en coronamaatregelen.
Dit soort protesten:
- is vaker kleinschalig;
- wordt minder ondersteund door grote organisaties;
- is relatief vaker gewelddadig, radicaal of gepolariseerd.
Het verdwijnen van grootschalig economisch protest verklaart grotendeels de daling in het aantal protesten vanaf 2012.
Waarom neemt protest in aantal af?
De onderzoekers noemen meerdere verklaringen:
- verzwakking en reducering in aantal van vakbonden
Vakbonden zijn traditioneel het krachtigste in mobiliseren van protest. Het aantal vakbonden en het aantal leden van vakbonden, neemt af. Hun terugtrekking uit de maatschappij én hun kleinere rol daarin, verlaagde de protestcapaciteit het meeste. - teleurstelling en uitputting
Veel activisten zagen dat massaal protest tijdens de eurozonecrisis nauwelijks effect had op de macht in Brussel en weinig structurele verandering opleverde. Dat ondermijnt het geloof in protest als effectief middel. - verschuiving naar andere kanalen
Onvrede uit zich vaker via verkiezingen (bijvoorbeeld steun voor protestpartijen) of online activisme, en minder op straat.
2026 protesten Mercosur-handelsverdrag en verder…..
Economische onzekerheid mobiliseert het sterkst, maar alleen als mensen geloven dat actie zin heeft en zolang organisaties als vakbonden bereid en in staat zijn om die actie te dragen.
De Europese Commissie lijkt uit bovengenoemd onderzoek de conclusie te trekken dat niet reageren op maatschappelijke onvrede en protesten, het beste is. Dat leidt uiteindelijk tot uitputting, of het ondergronds gaan van protesten op sociale media.
Vanaf 2022 zijn er vele ontwikkelingen in de EU die een nieuw traject van maatschappelijke onvrede en protesten hebben ingeluid:
- Protesten tegen kosten van levensonderhoud en inflatie (2022–2024).
In 2022 protesteerden tienduizenden mensen in Frankrijk tegen stijgende energie- en voedselprijzen, met landelijke stakingen en blokkades. Ook in Duitsland, Roemenië en Tsjechië waren er omvangrijke demonstraties, met zorgen over energieprijzen en inkomensdruk als gevolg van EU-beleid.
- In heel Europa waren er in 2023 en 2024 aanzienlijke arbeidsconflicten; spoorwegen, luchtvaart, gezondheidszorg en onderwijs waren vaak betrokken bij stakingen en demonstraties.
- Vanaf eind 2023 escaleerde een nieuwe golf van protesten onder landbouwers in verschillende EU-lidstaten.
- Op 9 januari 2026 stemde een meerderheid van regeringsleiders – inclusief Nederland – voor ondertekening van het Mercosur-handelsverdrag. Frankrijk, Polen, Ierland, Oostenrijk en Hongarije stemden tegen. België bracht geen stem uit.
- Nederlandse boeren zijn niet tegen het Mercosur-handelsverdrag omdat Nederlandse veehouders meer mest mogen produceren in ruil voor instemming met het verdrag.
- Op 10 januari 2026 trokken tienduizenden boeren in vele EU-lidstaten opnieuw de straten op om te protesteren tegen het Mercosur-handelverdrag (met Zuid-Amerikaanse landen), dat zij vrezen zal leiden tot goedkope import en concurrentievervalsing.
- In de vroege ochtend van 13 januari 2026 liep het in Parijs volledig uit de hand met 350 tractoren die het centrum van de stad platlegden tijdens spitsuur.
De enorme woede van boeren uit Frankrijk, Polen en Ierland tegenover de Europese Commissie is ook sterk gericht tegen de tsunami aan wetten en regels waaraan hun bedrijven in de EU moeten voldoen, maar de bedrijven in Zuid-Amerika niet. Dat leidt tot ongelijke concurrentie en het wegvagen van Europese boerenbedrijven.
Onderzoeksbureau Verisk Maplecroft verwacht in 2026 een aanzienlijke toename van instabiliteit in 60 procent van de Europese landen door mislukt EU-beleid en anti-regeringssentimenten.
2026 wordt een pittig jaar!
Economie
De mogelijke gevolgen van de Bulgaarse euro voor Nederland
Gepubliceerd
1 week geledenop
13 januari 2026Door
Twan Houben
Per 1 januari 2026 heeft de Bulgaarse regering, na maandenlange massale burgerprotesten, de euro als wettig betaalmiddel ingevoerd. De euro lijkt de Bulgaarse bevolking door de strot te zijn geduwd. Waarom is deze munt ingevoerd in een land met een protesterende bevolking en een zwakke economie, en welke effecten heeft die invoering voor de eigen bevolking, de eurozone en Nederland?
De problematische besluitvorming rond de Bulgaarse euro
Het Europees Parlement stemde op 24 juni 2025 met een ruime meerderheid vóór een rapport dat de euro voor Bulgarije aanbeveelt. De totstandkoming van dit rapport riep in Bulgarije zelf direct vragen op over mogelijke belangenverstrengeling.
De Bulgaarse Europarlementariër Rada Laykova – politica van de partij Vazrazhdane – noemde het hele proces “politiek theater.” Ze wees erop dat de economische cijfers van Bulgarije in het plan volgens haar twijfelachtig zijn. Laykova vindt bovendien dat de Bulgaarse bevolking wordt buitengesloten: een referendum over de euro werd afgewezen en belangrijke zorgen van de Bulgaarse bevolking worden genegeerd.“ De gewone Bulgaren betalen straks de prijs”, waarschuwde ze, aldus een artikel in het blad Brusselse Nieuwe.
Woede onder de Bulgaarse bevolking, tevredenheid bij het Bulgaarse grootbedrijf
Op 29 december 2025 publiceerde BNR Nieuwsradio dit artikel, dat er geen doekjes om windt: “Europa gaat ten onder” aan de Bulgaarse introductie van de euro. “Per 1 januari 2026 ruilt het Balkanland de nationale munteenheid lev in voor de euro. Die langverwachte mijlpaal wordt onthaald met een mengeling van enthousiasme, scepsis en in sommige kringen zelfs woede.”
“Anderen vrezen dat gebruik van de euro de prijzen zal opdrijven. Daarnaast is er ook veel wantrouwen richting de Bulgaarse regering, die deze maand is afgetreden vanwege een verhitte discussie over voorgestelde belastingverhogingen.”
Dit NRC-artikel van 30 december 2025 (paywall) geeft aan dat bijna 50 procent van alle Bulgaren tegen de invoering van de euro is.
Er is woede onder de bevolking tegenover tevredenheid bij het grootbedrijf en multinationals.
Veroorzaakt de introductie van de euro inflatie?
Veel Bulgaarse burgers vrezen voor een snelle stijging van de inflatie vanaf 1 januari 2026. In Nederland steeg de inflatie direct na de introductie van de euro naar 4,5 procent, om het jaar daarna weer af te nemen naar 3,4 procent en nog een jaar later naar 2,1 procent.
Het voorlaatste land dat toetrad tot de Europese Unie, was Kroatië dat per 1 januari 2023 de euro invoerde. Ook in dat land steeg de inflatie – kort na de introductie – aanzienlijk tot bijna 3 procent en ligt momenteel zelfs op 3,8 procent waardoor het tot de top 3 van landen in de eurozone met de hoogste inflatie behoort. De inflatie is het hoogst in de dienstensectoren horeca en recreatie. Daar gingen de prijzen met 9,2 procent omhoog, vooral ten nadele van vakantiegangers.
Volgens deze langjarige studie naar de inflatoire effecten na invoering van de euro, is de hierboven gemelde prijsstijging slechts van tijdelijke aard; na introductie van de euro ontstaat een inflatie-effect door het afronden naar boven van de nieuwe consumentenprijzen.
Introductie van de euro zou na de eerste twee jaar dus geen effect meer hebben op consumentenprijzen.
Maar………..
Kredietzeepbellen en exploderende huizenprijzen: activa inflatie
Als je kijkt naar de algemene effecten van de introductie van de euro, dan valt het met de consumentenprijzen relatief mee. Het venijn zit in de inflatie van activa zoals huizen, aandelen en obligaties, maar ook groeiende staatsschulden:
- Kredietzeepbellen
Veel landen met een vergelijkbare economie als Bulgarije, konden na introductie van de euro tegen veel lagere rentes lenen. Immers; de eurozone = stabiliteit als je deze vergelijkt met landen als Griekenland, Spanje, Italië, Ierland vóór de introductie van de euro.
De staatsschulden van – met name – Griekenland, Portugal, Ierland, Spanje en Cyprus namen fors toe na invoering van de euro. Die hogere staatsschulden werden gebruikt om overheidsuitgaven, ambtenarensalarissen en pensioenen te verhogen. Dit gebeurde echter zonder herstructureringen van de economieën in deze zwakke eurolanden met als gevolg dat Griekenland, Portugal, Ierland en Cyprus in 2010-2011 met belastinggeld van de lidstaten uit de eurozone gered moesten worden.
Je ziet in onderstaande grafiek weer hetzelfde gebeuren in Kroatië sinds de invoering van de euro: een staatsschuld die 20-30 procent groeit vanaf 2020, nadat bekend werd dat het land tot de eurozone toe ging treden. Ergo, nieuwe landen die tot de eurozone toetreden met een zwakke economie, leunen op de andere, sterkere EU-lidstaten, waaronder Nederland.

(Bron: Trading Economics)
- Exploderende huizenprijzen
Invoering van de euro doet overal de rente dalen. Niet alleen voor de overheid, maar ook op de hypotheek- en huizenmarkt. In brede zin heeft de euro daarom de grootste bijdrage geleverd aan het onbetaalbaar worden van huizen in de landen die deze munt gebruiken.
Meer specifiek ging dat in Spanje en Ierland zo ver, dat er een bankencrisis ontstond zoals in Griekenland, waarbij de ECB en het IMF genoodzaakt werden om in te grijpen met leningen die opliepen tot 40 procent van het bnp van deze landen.
Wat betekent invoering van de euro in Bulgarije voor de EU en Nederland ?
Vanuit het belang van Bulgarije bezien aan de positieve kant:
- meer financiële integratie bij de rest van de EU,
- lagere financieringskosten voor bedrijfsleven en burgers,
- groei in Oost-Europa.
Vanuit het belang van de rijkere EU-lidstaten – waaronder Nederland – zijn de gevolgen vooral negatief:
- De eurozone kent één rente, maar meerdere economische werkelijkheden die in toenemende mate gefinancierd worden door een steeds kleiner wordend deel rijkere – noordelijke – lidstaten.
- Noord-Europese landen worden risicodragers voor de economische ontwikkeling van Bulgarije.
- Vakanties in Bulgarije worden circa 10 procent duurder, als Bulgarije het pad volgt van Kroatië na euro-introductie.
- Bulgarije krijgt een zetel binnen de ECB waarmee de balans van de stemmen binnen het ECB-beleid doorslaat richting de belangen van zuidelijke en oostelijke – armere – lidstaten. Dit gaat ten koste van de rijkere noordelijke lidstaten waaronder Nederland.
- De nieuwe stroom euro’s gaat – als het klassieke pad van toetreding wordt gevolgd – niet naar productiviteitsgroei in Bulgarije, maar vooral naar consumptie en vastgoed.
- De overheveling van vermogen vanuit de Noord-Europese lidstaten naar het oosten en zuiden van de EU wordt versterkt doorgezet waardoor de armoede in ons land toeneemt.
In juni 2025 – en nog voorafgaand aan de ministeriele stemming over invoering van de euro in Bulgarije – kraaide onze VVD-minister van Financiën Eelco Heinen al geen bezwaren te hebben tegen deze toetreding. Heinen: “Nu ze aan de eisen voldoen, kunnen we vandaag een volgende stap in dit proces nemen.”
Leuk, een minister als Heinen. Volledig vertrouwend op wat de EU en ECB hem voorschotelen en blijkbaar zonder eigen mening, noch inzicht. Met zulke ministers, geeft Nederland het stuur over de eigen toekomst uit handen.
Recent
Mainstreammedia mythemeter
‘Wie bewaakt de bewakers?’ schreef een Romeinse dichter ooit. Maar wie controleert de zelfverklaarde hoeders van het vrije ware woord...
Hoe de publieke opinie gemanipuleerd wordt (deel 1)
De (politieke) meningen en opinies die we allemaal hebben, zijn grotendeels het gevolg van jarenlange beïnvloeding, manipulatie van feiten en...
De leaseauto als melkkoe én machtsmiddel van de politiek
De leaseauto is voor velen een noodzakelijk gereedschap om zijn of haar beroep uit te oefenen. Voor de Belastingdienst is...
Duitsland erkent dat de energietransitie een grote ramp is
Zelfs bij de hoogste baas van Duitsland, Friedrich Merz, is nu eindelijk doorgedrongen dat de gedwongen ‘energietransitie’ in Duitsland is...
Amerika stapt uit het klimaatverdrag van Rio
De Amerikaanse president Trump heeft een meer dan symbolische daad verricht door de VS terug te trekken uit 66 internationale...
Nieuwe EU-ketenregels dreigen inflatie aan te jagen en mkb te vernietigen
Vanaf 2026 en 2027 gelden nieuwe EU-regels die bedrijven verplichten tot transparantie over herkomst en milieu-impact van de gebruikte materialen...
Europese Commissie trekt zich niets aan van (Mercosur) protesten
Er gaat regelmatig wat goed fout in de Europese Unie als gevolg van beleid van de Europese Commissie. Denk aan...
De mogelijke gevolgen van de Bulgaarse euro voor Nederland
Per 1 januari 2026 heeft de Bulgaarse regering, na maandenlange massale burgerprotesten, de euro als wettig betaalmiddel ingevoerd. De euro...
Zakendoen met de VS holt Nederlandse economie uit
Het Centraal Planbureau (CPB) deed voor de Nederlandse politiek onderzoek naar de gevaren van economische en financiële samenwerking met de...
Armoede in Nederland neemt toe
Uit nieuwe cijfers van het CBS uit december 2025 blijkt dat de armoede in Nederland voor het eerst in vijf...
Trending
-
Economie1 week geledenNieuwe EU-ketenregels dreigen inflatie aan te jagen en mkb te vernietigen
-
Economie1 week geledenDe mogelijke gevolgen van de Bulgaarse euro voor Nederland
-
Klimaat3 dagen geledenDuitsland erkent dat de energietransitie een grote ramp is
-
Klimaat6 dagen geledenAmerika stapt uit het klimaatverdrag van Rio
-
Economie1 week geledenEuropese Commissie trekt zich niets aan van (Mercosur) protesten
-
Politiek1 dag geledenHoe de publieke opinie gemanipuleerd wordt (deel 1)
-
Economie1 week geledenZakendoen met de VS holt Nederlandse economie uit
-
Politiek2 dagen geledenDe leaseauto als melkkoe én machtsmiddel van de politiek



johan rus
4 december 2025 in 12:03
Dit is voor mij de druppel, ik ga weg bij mijn bank. Maar nu de vraag, welke bank doet dit niet of een stuk minder
Jack
6 december 2025 in 10:05
Het is ronduit schandalig, maar wat is het alternatief dat je hebt binnen Nederland, zodat je niet van de regen in de drup raakt?
Hank Timmmer
6 december 2025 in 11:16
ASN