Economie
Inflatie in Nederland fors hoger door belastingdruk
Hogere inflatie in Nederland dan EU-gemiddelde
De Nederlandse inflatie lag de afgelopen maanden een stuk hoger dan de gemiddelde inflatie in de EU.
Oorzaken van de hogere inflatie volgens econoom Lex Hoogduin
Volgens econoom Lex Hoogduin komt dat door de hoge energieprijzen in Nederland in combinatie met veel hogere (energie-)belastingen in ons land dan de rest van de EU. Ook andere belastingen in Nederland droegen bij aan de hogere inflatie.
Economie
Migratie als verdienmodel
Onze mensen schreven al vaak over de kosten van immigratie – de letterlijke en figuurlijke kosten – voor de Nederlandse belastingbetaler. Immigratie blijkt steeds meer een professioneel opgezet verdienmodel te zijn geworden. De kosten lopen inmiddels zodanig op, dat ze steeds minder acceptabel zijn voor de Nederlandse belastingbetaler. Zeker niet nu de Nederlandse belastingen in hoog tempo worden opgeschroefd. Om er een financieel gevoel bij te krijgen, volgt een overzicht van het immigratie verdienmodel binnen de EU en in Nederland.
Het begint bij de EU in Brussel
Twan Houben Schreef eind 2025 een artikel over het immigratie-verdienmodel binnen de Europese Unie. De inhoud van zijn artikel is vanaf 12 juni dit jaar des te actueler omdat we vanaf die datum te maken hebben met het overkoepelende Europese asiel- en migratiepact dat wettelijk – voor alle EU-lidstaten – bepaalt welke minimale financiële verplichtingen voor ieder land afzonderlijk gelden.
Met het migratiepact gaan ook de volgende (positieve) nationale asielregels in:
- Nederland verkort de tijdelijke asielvergunning van 5 naar maximaal 3 jaar.
- De asielvergunning van onbepaalde tijd wordt afgeschaft.
- De mogelijkheid tot nareis van meerderjarige kinderen en ongehuwde partners wordt geschrapt.
- Eerdere mogelijkheden om een nieuwe asielaanvraag te doen bij nieuwe feiten en omstandigheden worden beperkt.
Naast bovenstaande verbeteringen voor Nederland, zit er ook (weer) een financieel addertje onder het gras van het nieuwe asiel- en migratiepact: EU-landen moeten gezamenlijk jaarlijks minimaal 30.000 asielzoekers overnemen van overbelaste landen, of per asielzoeker 20.000 euro aan boete betalen als er niet wordt overgenomen.
Dus landen die de meeste asielzoekers opvangen zoals Italië en Spanje, kunnen een aantal daarvan – onder regie van de EU – doorverwijzen naar andere EU-landen. Willen, of kunnen deze landen die doorverwezen asielzoekers niet opnemen, dan volgt een boete van 20.000 euro per geweigerde asielzoeker.
De partijen die op EU-niveau miljarden verdienen aan asielzoekers
Martin Lemberg-Pedersen, honorair universitair hoofddocent aan de afdeling Politicologie en Internationale Studies (PAIS) van de Universiteit van Warwick, deed onderzoek naar de asielindustrie in de Europese Unie en komt met de volgende partijen die grote financiële belangen hebben bij het in stand houden van de stroom van asielaanvragen:
- De industrie achter grenscontroles
In zijn artikel gaat Lemberg-Pedersen met name in op “de externalisering van grenscontroles naar private partijen en de gevolgen van de toenemende betrokkenheid van de wapen- en veiligheidsindustrie.”
De conclusie is dat deze industrie er voor lobbyt om migratie weg te halen bij de nationale politiek van lidstaten door het asielprobleem te framen als een acute, existentiële bedreiging voor de gehele EU-samenleving, haar cultuur en waarden.
Hiermee wordt zoveel mogelijk verantwoordelijkheid voor het nationaal oplossen van immigratieproblemen weggehaald bij regeringen van lidstaten en in Brussel neergelegd.
Met succes, als je de per 12 juni dit jaar van kracht geworden nieuwe Europese asielwetgeving bekijkt. De kwestie wordt ook weggehaald bij nationale politiek omdat er geen binnengrenzen meer zijn in de EU.
Operaties zoals Sophia in de Middellandse Zee en de bouw van duizenden kilometers aan hekwerken, zoals langs de Grieks-Turkse grensrivier Evros, zijn concrete voorbeelden van dit streven naar dominantie van de EU over nationale immigratiepolitiek.
De enige partij die tegen dit specifieke EU-beleid duidelijk stelling neemt is FVD.
- Het EU-militair-industriële complex
Een complex netwerk van wapenbedrijven (zoals Airbus, Leonardo, BAE Systems en Siemens), beveiligingsbedrijven, consultancybureaus (bijvoorbeeld McKinsey & Company) en financiële instellingen verdient grof aan het asielbeleid. Zij lobbyen actief voor meer investeringen in grensbewaking en presenteren zichzelf als de leveranciers van de ‘technologische fix’ inzake asielproblematiek. De grensindustrie werd in 2012 gewaardeerd op 25,8 miljard euro, een cijfer dat naar verwachting zal stijgen tot bijna 50 miljard euro.
- De financieringsindustrie
Dit betreft met name banken en investeringsmaatschappijen, die op pagina 19 van dit rapport terug te vinden zijn. Het gaat om de grootste partijen in de wereld die bij de EU lobbyen voor actiever Europees asielbeleid zoals onder meer BlackRock, The Vanguard Group en Morgan Stanley.
De commerciële partijen die in Nederland profiteren
Het mag duidelijk zijn dat de tientallen miljarden die de EU jaarlijks uitgeeft aan asielproblematiek, ook door de Nederlandse belastingbetaler worden opgehoest.
Naast die EU-lasten voor Nederland, zijn er heel specifieke partijen in ons land die de zakken weten te vullen met asielopvang waar de overheid steken laat vallen.
Onderzoeksjournalist Peter Siebelt geeft felle kritiek op het Nederlandse asielbeleid en de sociale spanningen rond opvanglocaties. Burgers voelen zich niet gehoord terwijl gemeenten azc-plannen doorvoeren in woonwijken. Volgens Siebelt zijn deze conflicten geen toevalligheden, maar het resultaat van decennialang opgebouwd beleid en een omvangrijk netwerk van betrokken partijen waaronder:
- De Nationale Postcode Loterij: volgens Siebelt een cruciale commerciële financier die via miljoenen aan donaties en subsidies de asiel- en migrantenlobby (zoals VluchtelingenWerk) in stand houdt.
- Commerciële advocatuur en juristen: advocatenkantoren en juridische adviseurs die verdienen aan de juridische procedures, bezwaarschriften en het procederen tegen de overheid namens asielzoekers.
- Commerciële media: mediabedrijven en platforms die fungeren als het pr-kanaal voor het netwerk om het asielbeleid publiekelijk te verdedigen en kritiek te smoren.
- De horeca die baat heeft bij de verhuur van kamers en bungalowparken in het kader van ‘noodopvang’.
Siebelt introduceert de term ‘asielindustrie’ als benaming voor een netwerk van ngo’s, vluchtelingenorganisaties, kerken, universiteiten, juristen, media en bepaalde politieke actoren dat volgens hem gezamenlijk het migratiebeleid en de rechtspraak beïnvloedt.
Protesten in Loosdrecht als voorbeeld
Aan de hand van de protesten in Loosdrecht hekelt Siebelt het handelen van lokale besturen: plannen zouden lange tijd achter de schermen worden voorbereid en buurtbewoners te laat of onvoldoende betrokken. Dit voedt gevoel van onmacht en het idee dat opvang ‘door de strot’ wordt geduwd.
Het Financieel Dagblad legt in dit artikel (paywall) uit dat het bedrijf LCHD (Le Cocq Holding Didam) tientallen miljoenen kon verdienen aan de incompetentie van het COA.
LCHD bemiddelde tussen hotels en overheid voor noodopvang van asielzoekers, vroeg aan die hotels een percentage bemiddelingskosten, maar pakte ondertussen ook nog marge omdat het de hotelkamers voor een aanzienlijk hoger bedrag aan de overheid verkocht dan het hotel zelf aan LCHD berekende, schrijft Geenstijl.
In dit NOS artikel lezen we dat het COA inmiddels een claim van 184,7 miljoen euro heeft neergelegd bij eenmanszaak LHCD dat noodopvang regelde.
Aangezien Nederland massaal voor de pro-EU-partij D66 koos – die zowel voor een centraal EU-asielbeleid is, een grotere rol van de EU in Nederland wil en jarenlang heeft aangetoond niet met belastinggeld om te kunnen gaan – zal de pinautomaat van de Nederlandse burgers in rap tempo verder worden geleegd.
Economie
‘Woke’ is een Amerikaans export- en verdienmodel
Het ‘woke’ gedachtengoed, zoals vastgelegd in de DEI- en ESG-kaders, blijkt een exportmodel van Amerikaanse origine, ontwikkeld door adviesbureaus als McKinsey en PWC en met succes verkocht aan de EU en multinationals in de EU. Het is een miljardenbusiness geworden die het bedrijfsleven en de burgers steeds meer geld kosten, maar vooral discriminatie veroorzaken. Een overzicht.
Woke = ESG en DEI
Het begon ongeveer in 2021; de strijd tegen een ‘woke’-cultuur. Het nieuwtje lijkt er nu wel vanaf, zeker met het beleid van Donald Trump op dit terrein, maar ondertussen wordt het aan deze cultuur ontleende gedachtengoed verder omgezet in nieuwe (EU-)wetgeving, dure adviesproducten en verhoogde belastingen voor burgers.
De ‘woke-terreur’ zou Nederland teisteren, aldus schrijver Özcan Akyol in een van de vele columns over ‘woke’. Vooral de academische wereld zou in gevaar zijn. Henk Kummeling, rector magnificus van de Universiteit Utrecht, vindt de ‘doorgeslagen wokecultuur’ ‘heel erg bedreigend voor de universiteit en de academische ontwikkeling’.
Critici scharen ESG (Environmental, Social, and Governance) en DEI (Diversity, Equity, and Inclusion) vaak onder de paraplu van ‘woke’-kapitalisme. Zij zien dit als een ideologische agenda die prioriteit geeft aan sociale rechtvaardigheid en milieukwesties boven traditionele bedrijfsvoering, belangen van burgers of aandeelhouderswaarde.
Grote Amerikaanse adviesbureaus maken miljarden winsten met woke-ideologie
De Amerikaanse Rutgers Universiteit deed onderzoek naar de herkomst, het verdienmodel en de effectiviteit van de wokebeweging in het Westen. Dat onderzoek is hier te vinden.
Allereerst stelt het onderzoek vast dat de wereld van woke – inclusief ESG en DEI – een wereld van ‘netwerkbesmetting’ omvat; bedreigingen in het informatie-ecosysteem die bepalen hoe buitenlandse en binnenlandse actoren zich bezighouden met propagandaverhalen en onecht gedrag om gemeenschappen te verdelen. De studie van de Rutgers Universiteit werd dan ook uitgebracht onder verantwoordelijkheid van het Amerikaanse onderzoeksinstituut voor netwerkbesmetting NCRI.
Ondanks de grote nadelen voor de maatschappij die het Rutgers-rapport signaleert, wordt er ongeveer 10 miljard dollar per jaar aan deze hype verdiend. Alleen al door de Amerikaanse multinationale adviesbureaus zoals McKinsey, Deloitte, EY en PWC. Het is dan ook niet gek dat deze WEF-leden er bij het World Economic Forum op aan hebben gedrongen om hen te helpen deze ideologie in de markt te zetten.
De bijdrage van het WEF aan dit verdienmodel
De bijdrage die het WEF leverde aan de marktbewerking voor de ESG- en DEI-industrie is absoluut baanbrekend geweest. Het WEF ontwikkelde – samen met een paar grootste bureaus, de rapportagestandaarden voor jaarrekeningen met betrekking tot ESG-/DEI- meetbaarheid en rapportageverplichtingen van bedrijven.
Op deze manier hielp het WEF de ESG-markt voor multinationale organisatie-adviesbureaus open te leggen richting bedrijven die aan deze verplichtingen werden onderworpen.
De ESG-wetgeving van de EU – die in het verlengde van de WEF-activiteiten werd ontwikkeld – dwingt bedrijven tot transparantie en duurzaamheid (Environmental, Social, and Governance) om de Europese Green Deal te bereiken.
Kernrichtlijnen zijn de CSRD (rapportage over impact op mens, milieu en klimaat), CSDDD (due diligence in eigen vestiging(en) en de keten) en de EU-Taxonomie (classificatie van duurzame activiteiten), die tegen 2026 strikter worden gehandhaafd en ook mkb-bedrijven indirect in de buidel gaan treffen.
Op deze manier werken het WEF en de Europese Commissie samen om een mooie, miljardengrote, nieuwe markt te ontwikkelen voor (Amerikaanse) adviesbureaus waardoor de kosten van het bedrijfsleven, inclusief het mkb, verder worden opgeklopt ten nadele van winstgevendheid, baanzekerheid en de portemonnee van burgers.
Wat zijn nu de maatschappelijke gevaren van deze ESG-/DEI-‘marktbewerking’?
De studie van de Rutgers Universiteit laat zien dat sommige vormen van DEI-training en ESG- regelgeving juist averechts kunnen werken. In plaats van meer begrip en harmonie te creëren, kunnen ze gevoelens van weerstand, onrechtvaardigheid en zelfs vijandigheid versterken.
Het doel van dit onderzoek was daarom om systematisch te testen wat de psychologische effecten zijn van specifieke vormen van DEI-/ESG-educatie, met name gebaseerd op zogenaamde “anti-oppressieve” of “anti-racistische” kaders.
De uitkomsten zijn volgens de auteurs opvallend:
- De groep die de anti-racistische teksten las, zag significant vaker racisme in zijn omgeving, ondanks het ontbreken van bewijs. Daarnaast waren deelnemers aan de anti-racismegroep meer geneigd om strafmaatregelen te steunen tegen collega’s zoals schorsing of verplichte anti-racismetraining. Een toename van polarisatie dus!
Belangrijk is dat de houding tegenover minderheidsgroepen niet positiever werd door het anti-racistische beleid.
Volgens de onderzoekers betekent dit dat de door bedrijven en adviesbureaus vaak gebruikte anti-racismeteksten geen empathie vergroten, maar wel leiden tot verhoogde achterdocht tegen mensen met een andere huidskleur of culturele achtergrond.
Teksten over anti-islamfobie blijken vaker tot een toename daarvan te leiden dan een afname.
Volgens de auteurs laat deze studie zien dat het DEI- en ESG-narratief niet alleen percepties beïnvloedt, maar ook nieuwe vooroordelen kan creëren, zelfs tegenover groepen of principes die voorheen neutraal werden gezien.
Kortom, de omvangrijke ‘woke’-wetgeving – tegenwoordig vooral door de EU geïnitieerd – levert een prachtig verdienmodel op voor grote organisatieadviesbureaus, is zeer kostbaar voor bedrijven, mkb en burgers, en levert vaak ook nog eens het tegenovergestelde effect op van wat de bedoeling was.
Heeft de Amerikaanse regering wellicht toch nog iets goeds gedaan naast alle negatieve effecten van Amerikaans beleid op de wereldeconomie de laatste twee jaar.
Economie
Nog maar 52 procent van Nederlanders op zomervakantie
Ieder jaar gaan er minder mensen op zomervakantie vanwege een toenemend gebrek aan geld. Dit jaar is de terugval zo fors ten opzichte van de jaren daarvoor, dat een nadere analyse op zijn plaats is. Worden we in ramp tempo steeds armer in Nederland en zo ja waardoor? Of spelen andere oorzaken ook een rol?
ANWB luidt de noodklok: weer minder Nederlanders op zomervakantie
Voor het tweede jaar op rij gaan in juli en augustus minder Nederlanders op zomervakantie: deze zomer gaat 52 procent op reis, blijkt uit de nieuwste ANWB Vakantiemonitor. Waar een zomervakantie lange tijd vanzelfsprekend was, speelt geld in 2026 een duidelijke rol om thuis te blijven.
De ANWB schrijft: “Een andere duidelijke beweging is dat vakanties op andere momenten steeds gebruikelijker worden. Zo was de meivakantie dit jaar heel populair en zullen komende september nog veel mensen vertrekken.”
Geopolitieke spanningen hebben steeds meer invloed op vakantiegedrag
De effecten van de door de VS en Israël gestarte oorlogen hebben inmiddels ook flink invloed op het vakantie gedrag van veel Nederlanders. Zo kiest 52 procent bewust voor Europa, vermijdt 65 procent het Midden-Oosten en stelt 42 procent het boeken van een vakantie uit.
Vier op de tien Nederlanders vinden reizen door de huidige situatie sowieso minder aantrekkelijk. Oorlogen veroorzaken dus een drukkende stemming op vakantiegangers. Daarnaast hebben ze een duidelijk effect op inflatie en daarmee gestegen prijzen voor transport en verblijf.
Zomervakantie geen vanzelfsprekendheid meer
“Er gaan deze zomer nog altijd meer dan 7 miljoen Nederlanders op reis, maar we zien dat de zomervakantie voor het eerst geen vanzelfsprekendheid meer is”, aldus een woordvoerder van ANWB. “Vooral financiële druk houdt mensen thuis. Tegelijkertijd blijft de behoefte om er even tussenuit te gaan groot, maar die wordt steeds vaker op een ander moment ingevuld.”
De cijfers markeren daarmee een duidelijke verschuiving: niet alleen het aantal vakantiegangers daalt, ook het gedrag verandert blijvend onder invloed van kosten, klimaat en geopolitieke ontwikkelingen.
Bewuster op reis door hoge reiskosten en een onzekere wereld
De ANWB bericht verder dat Nederlanders die deze zomer wel op vakantie gaan, bewustere keuzes maken. Europa blijft veruit favoriet en de auto is het belangrijkste vervoermiddel.
Van de automobilisten zoekt 33 procent voor vertrek uit waar goedkoop getankt of geladen kan worden, zeker gezien de huidige – door oorlog veroorzaakte – extreme brandstofprijzen. Om dure brandstof te besparen kiest 18 procent een vakantiebestemming die minder ver weg ligt en 21 procent is van plan op de vakantielocatie zelf minder kilometers te maken.
De populairste bestemming is het eigen land: 33 procent gaat op vakantie in Nederland. De andere populaire vakantielanden in Europa zijn Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië.
Invloed van klimaatverandering?
De ANWB schrijft dat veel meer vakantiegangers rekening houden met klimaatverandering en drukte. Meer dan de helft vermijdt gebieden met extreme hitte of overtoerisme.
Veel reizigers mijden dit jaar traditionele Zuid-Europese vakantiebestemmingen in de zomer zoals Barcelona, Rome, de Algarve en Provence vanwege extreme hittegolven en natuurbranden. Volgens onderzoeken past ruim een kwart van de vakantiegangers de bestemming aan om deze risico’s te ontlopen, zo is te lezen in dit artikel van Manners Magazine.
Naast het binnenland van Frankrijk en Italië, zal vooral Griekenland merken dat toeristen op zoek gaan naar minder extreem warme bestemmingen volgens dit artikel van het AD (23 juli 2026).
Er ontstaat een duidelijke voorkeur voor koelere landen zoals het Verenigd Koninkrijk, de Scandinavische landen en Noord-Europese landen. Probleem hierbij is dat deze landen doorgaans nog duurder zijn dan de ‘vroegere’ populaire bestemmingen in het zuiden van Europa.
Vakanties duurder geworden, of hebben we minder geld?
Zoekend naar de financiële oorzaken van het afgenomen aantal zomervakanties, blijken de twee belangrijkste problemen te bestaan uit de fors gestegen prijzen voor vakanties en het – door oorlogsinflatie – afgenomen besteedbare inkomen.
Directe kostenstijgingen in de reissector
- Duurdere vliegtickets: Hogere brandstofkosten, milieubelastingen en beperkte capaciteit op luchthavens drijven de ticketprijzen op.
- Duurdere accommodaties: Hoteliers en campingeigenaren rekenen hun fors gestegen energie- en personeelskosten door aan de consument.
- Hogere restaurantprijzen: De horeca in populaire vakantielanden heeft de prijzen flink verhoogd door de inflatie op voedingsmiddelen. Voor Nederland komen daar nog de door de politiek verdubbelde btw op overnachtingen bij en de geëxplodeerde toeristenbelasting in 70 procent van de Nederlandse gemeenten. Ik schreef daar recentelijk nog over.
Binnenlandse economische en fiscale druk
- Krimp van het besteedbaar inkomen: Door de hoge inflatie en explosief stijgende belastingen van de afgelopen jaren gaan vaste lasten (zoals huur, hypotheek en energie) voor op vakantie-uitgaven.
- Aantasting van spaartegoeden: Veel huishoudens hebben hun financiële buffers aan moeten spreken voor dagelijkse behoeften, waardoor er geen budget overblijft voor (luxe) reizen. Daarnaast wordt de spaarrente door de ECB kunstmatig laag gehouden ten opzichte van de inflatie waardoor jaarlijks privévermogen van Nederlanders verdampt.
- Duurdere euro-omrekening: Reizen buiten de eurozone is voor Nederlanders extra ongunstig geworden door de wisselkoersschommelingen van een zwakke euro ten opzichte van sterkere valuta.
Nederlanders verder onder financiële druk door mismanagement vanuit EU en ECB
Ik ben van mening dat de EU in belangrijke mate verantwoordelijk is voor de toenemende economische ellende waarin Nederland verkeert, inclusief de in dit artikel besproken afname van zomervakanties, mede veroorzaakt door een zwakke euro en door de ECB niet juist beteugelde inflatie. Dit is uiteraard gekoppeld aan politici die graag naar de pijpen van Brussel dansen.
Europese samenwerking is noodzakelijk zoals deze indertijd door de EEG werd uitgewerkt. De huidige EU en daaraan gekoppelde ECB zijn beiden – in de huidige vorm – voor Nederland een absolute afknapper. Zowel voor burgers als het mkb.
De EEG was gericht op handelsbevordering en economische groei van de aangesloten landen en hun inwoners. Dat doel is jarenlang ook bereikt.
De huidige EU is een politiek project gericht op de belangen van multinationals, de machtspositie van de bestuurlijke laag in Brussel en het smeden van een bestuurlijk en cultureel homogeen Europa.
De economische belangen en doelen van het grootbedrijf worden hierbij nog (gedeeltelijk) gehaald, terwijl de belangen van de Europese burgers en het mkb volledig terzijde lijken te worden geschoven.
Bewijs van mijn stelling hierboven is in de academische literatuur meer dan voldoende aanwezig, maar wordt uiteraard niet door de grote mediabedrijven – onderdeel van het Europese machtsapparaat – met de Europeanen gedeeld.
Een positieve draai in Nederland begint bij EU-kritische politici aan de macht en eindigt bij een volledig geherstructureerd Europees bestuur waarin de Europese burgers het voornamelijk voor het zeggen hebben en niet Europa’s superrijken.
-
Politiek1 week geledenHet duistere verleden van D66-minister Elanor Boekholt
-
Column1 week geledenHet dagboek van Fauci maakt ‘trust the science’ tot een fabeltje
-
Wetenschap2 weken geledenGratieverlening redt Anthony Fauci niet
-
Column5 dagen geledenAlles is logisch in Nederland. Behalve de logica.
-
Economie4 dagen geledenMigratie als verdienmodel
-
Binnenland6 dagen geledenDe stille uitholling van de allriskverzekering
-
Politiek1 dag geledenDit staat Nederland te wachten na Von der Leyens State of the Union
-
Politiek6 uur geledenKamervragen: Frans Timmermans blijft goochelen met zijn eigen cv

