Klimaat
Professor Hanekamp haalt uit: ‘stikstofdiscours is staatsterrorisme’
In dit interview met Indepen Nieuws bekritiseert Professor Jaap Hanekamp de wetenschappelijke basis van het Nederlandse stikstofbeleid waarbij hij het rekenmodel AERIUS als onbetrouwbaar en onnauwkeurig bestempelt. Hij stelt dat de overheid ten onrechte schijnprecisie gebruikt om ingrijpende besluiten te forceren, terwijl fundamentele onzekerheden in de data worden doodgezwegen door onderzoeksinstituten.
Volgens Hanekamp is er sprake van een ideologische tunnelvisie waarbij andere natuurlijke drukfactoren worden genegeerd ten gunste van een eenzijdige focus op stikstofreductie. Hij trekt de discussie breder door dit te koppelen aan scientisme, het gevaarlijke geloof dat de wetenschap alle maatschappelijke problemen kan dicteren.
De kern van zijn betoog is dat dit beleid leidt tot staatsterrorisme tegen de agrarische sector op basis van fictieve modellen. Uiteindelijk pleit hij in zijn nieuwe boek voor een terugkeer naar de menselijke maat en een realistische erkenning van de grenzen van wetenschappelijke kennis.
Jaap C. Hanekamp is van huis uit chemicus (gepromoveerd in 1992). In 2015 is hij nogmaals gepromoveerd in de theologie en filosofie. In januari 2026 publiceerde hij zijn boek ‘Vertrouwd met de werkelijkheid – Reflecties op het moderne crisisdenken’. Hanekamp is lid geweest van het adviescollege meten en berekenen stikstof (de commissie Hordijk), dé commissie die eind 2019 opdracht kreeg van de overheid om het wetenschappelijk onderdeel van het stikstofbeleid te analyseren.
Zijn boek is hier te bestellen.
Klimaat
Kabinet-Jetten: verder op weg naar de afgrond
Het nieuwe kabinet blijft vol inzetten op klimaatdoelen en groene groei. De netcongestie wordt gezien als grootste knelpunt op weg naar het klimaatnirvana. Dat gaat het kabinet oplossen met weer een nieuwe crisiswet. Het motto van het kabinet luidt “Bouwen aan een beter Nederland”, maar volgens Indepen-auteur Marcel Crok is dit Orwelliaanse Newspeak.
Bij het programma Ongehoord Nieuws mocht ik afgelopen week aanschuiven om iets te zeggen over het klimaatbeleid van het nieuwe kabinet-Jetten. Aanleiding was onder andere het artikel dat ik eerder schreef voor Indepen over de teloorgang van de chemische industrie in Nederland. Televisie leent zich slecht voor nuance en over klimaatbeleid valt veel meer te zeggen dan de paar minuten die je krijgt in de uitzending, dus laten we hier eens rustig kijken naar wat het kabinet van plan is.
De titel van het regeerakkoord luidt: Bouwen aan een beter Nederland. Chemicus Jaap Hanekamp wees er vorige week in zijn eerste column voor Indepen fijntjes op dat het kabinet hiermee ‘de utopie’ (de niet-bestaande paradijselijke toekomst) probeert te slijten aan het Nederlandse volk. Volgens Hanekamp presenteert de overheid zichzelf als een soort verlosser die een perfect ‘beter’ of paradijselijk Nederland kan bouwen door middel van doelen, modellen, regelgeving en ingrijpende maatregelen (zoals de gasputten in Groningen volstorten met beton of sectoren ontmantelen). In de praktijk leidt zulke utopische politiek volgens Hanekamp tot een technocratisch geloofssysteem: het beleid rust op modelmatige ficties (zoals stikstofmodellen die hij elders “schijnprecisie” noemt), religieuze ijver om tegenargumenten te diskwalificeren, en bereidheid om hele bevolkingsgroepen of sectoren te schaden voor een onbereikbaar ‘natuurparadijs’ of ‘beter’ ideaal.
Stikstof
Hanekamp richt zijn pijlen vooral op het stikstofdiscours, waar de overheid alle ballen op stikstof heeft gezet als het om natuur gaat en een kunstmatige wereld heeft gecreëerd met kritische depositiewaarden voor natuurgebieden en het Aerius-model. De vergelijking met het klimaatbeleid is echter eenvoudig te maken. Hoewel stikstof een nationaal (Nederlands) geconstrueerd ‘probleem’ is (zodra je de grens met Duitsland oversteekt bestaat het ‘probleem’ plots niet meer omdat de stikstofnormen daar veel soepeler zijn) en klimaat een wereldwijde ‘crisis’ zou zijn, zijn de onderliggende mechanismen vergelijkbaar.
Bij stikstof zijn de grenzen bepaald door de kritische depositiewaarden, bij klimaat is dat de tweegradengrens (liefst 1,5 graad en dus het doel dat Nederland nastreeft) van het Parijs-akkoord. Deze ‘harde’ grens, die overigens geen wetenschappelijke basis heeft maar een politieke keuze was, is vervolgens te koppelen via modelberekeningen aan een wereldwijd koolstofbudget: er mag nog zoveel CO2 uitgestoten worden voordat we over de 1,5 of 2 graden heen gaan.
Het grootste deel van de wereld trekt zich weinig aan van dit fictieve resterende koolstofbudget en de CO2-concentratie in de lucht blijft dan ook jaar na jaar stijgen.

De sinds 1958 op Mauna Loa gemeten CO2-concentratie in de lucht, die representatief is voor de wereldwijde concentratie. Bron: NOAA
Alleen de EU en het Verenigd Koninkrijk lijken het koolstofbudget nog serieus te nemen. In de EU hebben we het Emission Trading System (ETS), waaronder 40 procent van de CO2-emissies in de EU vallen, vooral die van de industrie en de energiesector. Jaar na jaar worden er minder emissies toegestaan onder ETS. Dit creëert dus schaarste en drijft de ETS-prijzen om CO2 te mogen uitstoten op. De prijs schommelt inmiddels zo rond de 80 euro per ton CO2 (wat neerkomt op een kleine 20 eurocent per liter benzine). De komende jaren moet ETS2 uitgerold worden, wat zich richt op huishoudens, gebouwen en wegvervoer. Dan gaat de burger het klimaatbeleid dus ook direct bij het tanken aan de pomp voelen. Er is echter weerstand en ETS2 is voorlopig uitgesteld tot 2028.
Kabinet-Jetten
Het kabinet-Jetten conformeert zich (uiteraard) volledig aan het EU-klimaatbeleid. Het onlangs door eurocommissaris Wopke Hoekstra erdoor gedrukte nieuwe ambitieuze doel van 90 procent CO2-reductie in 2040 (op weg naar Net Zero in 2050) ontbreekt uiteraard niet: “We gaan met volle kracht aan het werk om de klimaatdoelen te halen. Het klimaatdoel van 2030 wordt lastig, maar we houden die ambitie vast. We gaan vol door met de implementatie en realisatie van maatregelen die reeds zijn afgesproken, lossen knelpunten in de uitvoering op en versnellen doorbraken waar mogelijk. Door vol in te zetten op lange termijnbeleid en een slimme Europese aanpak doen we alles wat nodig is om de klimaatdoelen voor 2040 en 2050 te halen.”
De klimaatparagraaf in het regeerakkoord heet: Op koers voor het klimaat en groene groei. Hoewel de economische groei van de EU al jaren flink achterblijft bij die van de VS en China, blijven onze bestuurders geloven in ‘groene groei’: “We zijn ervan overtuigd dat een innovatief klimaatbeleid en duurzame economische groei twee kanten zijn van dezelfde medaille.” Waaruit dat zou moeten blijken wordt echter niet duidelijk. Zoals eerder hier beschreven staat de chemische industrie in Nederland en Duitsland op omvallen als gevolg van de hoge energieprijzen. Internationaal blijkt er een duidelijke relatie tussen het percentage ‘duurzame’ energie (met name zon en wind) en de hoogte van elektriciteitsprijzen.

Relatie tussen het aandeel zon en wind in de elektriciteitsproductie en de elektriciteitsprijzen. Bron: WSJ
Dit soort informatie schittert altijd door afwezigheid in overheidsdocumenten. Het sprookje van de ‘groene groei’ moet tegen beter weten in overeind blijven. Hoewel ‘groene krimp’ een betere benaming zou zijn. Typerend was dat Laurens Dassen van Volt in de uitzending van Ongehoord Nieuws Chinese elektrische auto’s als voorbeeld van succes noemde in de ‘groene’ economie. Wat hij wegliet is dat westerse autofabrikanten (zowel in de EU als in de VS) massaal miljarden hebben moeten afschrijven op de ontwikkeling van elektrische auto’s. Ook deze markt komt, net als die van de zonnepanelen, dus vrijwel geheel in Chinese handen. Hoe de EU daar geld aan gaat verdienen mag Joost weten.
Onafhankelijk
“We kiezen voor een welvarend, schoon én onafhankelijk Nederland. Omdat we geloven dat een bloeiende economie en leefbare aarde hand in hand kunnen gaan”, schrijven de coalitiepartners. Het kabinet wil een “onafhankelijk” Nederland. Bij energie betekent dat in de praktijk ‘geen gas van Poetin’. Ook schrijft men: “Het Groningerveld blijft gesloten.” De oorlog in Iran laat zien hoe kwetsbaar Nederland is geworden en juist hoe afhankelijk geworden van het buitenland. Zestig procent van ons gas komt tegenwoordig in de vorm van het dure LNG uit de VS. Wat als we echt ruzie krijgen met Trump? De kersverse minister van Klimaat en Groene Groei, Stientje van Veldhoven, benadrukte vorige week dat de heropening van de Groningse gasvelden onbespreekbaar is.
Het kabinet ziet de netcongestie (die juist ontstaan is doordat we grote hoeveelheden zonne- en windstroom het net in willen persen) als de grootste hobbel voor de verdere verduurzaming van Nederland en dus als de beperkende factor voor de beloofde ‘groene groei’. Er komt daarom een Crisiswet Netcongestie, waarmee procedures flink versneld moeten gaan worden (lees: omwonenden krijgen nog minder kans om bezwaar te maken dan nu al het geval is). De kosten van deze netuitbreiding zijn echter astronomisch. TenneT schat zo’n 200 miljard euro nodig te hebben. Merk op, hiervoor krijg je geen kWh aan ‘groene’ stroom, slechts de infrastructuur die daarvoor nodig is.
De kosten voor windparken op zee zijn ook zodanig gestegen dat geen exploitant de bouw ervan ziet zitten. Niet getreurd, dan zetten we ook daarvoor nieuwe subsidies in. Deze keer heet het in Engels jargon “Contracts for Difference” (het verschil met de marktprijs legt de overheid bij). Er staat nu voor bijna 5 gigawatt (GW) aan Nederlandse windcapaciteit op de Noordzee en de uitrol komt al piepend en krakend tot stilstand. Maar niet getreurd, de ambitie van dit kabinet is 40 (!) GW in 2040.
Kaartenhuis
Ik ga nu een voorspelling doen. Die 40 GW gaan we niet halen evenmin als het doel 90 procent CO2-reductie. Het zijn onhaalbare en onbetaalbare doelen. In de uitzending van ON stelde ik – ik geef toe een gewaagdere voorspelling – dat het klimaatkaartenhuis binnen vijf jaar gaat instorten. Puur door economische malaise, niet doordat men tot inkeer is gekomen. Of de EU zelf dit gaat overleven, geen idee? Of er een ander utopisch doel voor in de plaats komt, vermoedelijk wel, want zo werkt de politiek.
Bouwen aan een beter Nederland is Orwelliaanse Newspeak. Een betere omschrijving is: Verder op weg naar de afgrond.
Klimaat
Vrouwen trekken van leer tegen de klimaatagenda
In de klimaatdiscussie zijn het vooral oudere, vaak gepensioneerde mannelijke wetenschappers die de strijd aangaan tegen het heersende paradigma. Vrouwelijke sceptici zie je maar heel weinig. Toch komt daar de laatste tijd verandering in. Zowel in de wetenschap als de media trekken vrouwen steeds vaker hun mond open tegen wat zij zien als een angstaanjagende en maatschappijontwrichtende agenda. Een goede ontwikkeling.
Het klimaatdebat is echt een mannenwereld. Of beter gezegd, een boze, witte, oude mannenwereld. Het meest hilarische voorbeeld hiervan dat ik me kan herinneren was de Ontgroeningsdag 2010, een congres in Utrecht dat georganiseerd werd door de sceptische denktank de Groene Rekenkamer. Verslaggever Rutger Castricum kwam langs om een reportage te maken voor GeenStijl en hij zoomde in op het enige “leuke meisje” dat in de zaal zat. Het bleek – uiteraard – geen sympathisant te zijn van het gedachtengoed maar een studente die voor een studieopdracht moest optekenen hoe klimaatsceptici denken.
Sallie Baliunas
Dit beeld was internationaal hetzelfde. Ik bezocht enkele klimaatconferenties van het conservatieve Heartland Institute in 2007 en 2008. Zelfde laken een pak. Veelal gepensioneerde mannen, nauwelijks vrouwen in de zaal, laat staan achter het spreekgestoelte. Er zijn altijd uitzonderingen natuurlijk. Sallie Baliunas publiceerde met de bekende klimaatscepticus Willie Soon in 2003 kritiek op de beruchte hockeystickgrafiek van Michael Mann. In de documentaire Climate: The Movie (al gezien? Zo niet: doen!) vertelt Baliunas dat meteen daarna de aanvallen op hen begonnen: financiering droogde op, projecten werden stopgezet. De reden: Soon en Baliunas onderzochten de rol van natuurlijke klimaatverandering en met name de rol van de zon. De dominante rol van CO2 in twijfel trekken, dat was onacceptabel. Baliunas trok het op een gegeven moment niet meer. “Ik ben vroeg met pensioen gegaan. En mijn familie zei dat ik nog veel eerder met pensioen had moeten gaan, jaren eerder. Ze hadden gemerkt hoeveel tol het van hen én van mij had geëist”, vertelt ze in de film.
Judith Curry
Een van de weinige prominente en nog actieve vrouwen in het internationale klimaatdebat is Judith Curry. Zij zat aanvankelijk in het kamp van Michael Mann en andere activistische Amerikaanse klimaatwetenschappers (vanwege een alarmistische paper over toegenomen orkaanactiviteit), maar met name de climategate-affaire in 2009, waarbij duizenden e-mails van prominente en aan het IPCC verbonden klimaatwetenschappers door een hack online werden gezet, openden haar de ogen. Ze vond het gedrag van haar collega’s niet erg professioneel. Ze begon een blog en besteedde daar ook aandacht aan ‘redelijke’ sceptici zoals Stephen McIntyre, de Canadees die had blootgelegd dat de hockeystickgrafiek van Mann een statistische artefact was.
Een wetenschapper die ‘overloopt’ naar het andere kamp is natuurlijk het ergste wat je kunt hebben. Dus werd Curry geregeld weggezet in de media als een ‘klimaatontkenner’, met name door Michael Mann. In 2017 zei Mann nare dingen over haar in een artikel in The Huffington Post, net op het moment dat Curry solliciteerde bij haar universiteit Georgia Tech. Het artikel werd breed verspreid onder haar collega’s en het was game over, aldus Curry. In een rechtszaak die Mann vanwege smaad en laster aanspande tegen twee columnisten, kwam naar boven dat Mann in e-mails aan collega’s had geïnsinueerd dat Curry zich een weg naar boven had geslapen. Curry en haar partner Peter Webster ontmoetten elkaar op de universiteit, toen zij nog een student was en hij nog getrouwd. In januari 2017 besloot Curry dat het genoeg was en gaf ze haar vaste aanstelling (dit heet tenure in de VS en is het hoogst haalbare voor een wetenschapper) aan Georgia Tech op. Op haar blog schreef ze: “De diepere redenen hebben te maken met mijn groeiende ontgoocheling met universiteiten, het academische vakgebied klimaatwetenschap en klimaatwetenschappers.” Ze is overigens niet gestopt met haar werk. Met Webster runt ze een bedrijf en vorig jaar was ze een van de vijf coauteurs die een opzienbarend klimaatrapport uitbrachten in opdracht van het Department of Energy. Komende april in Washington zal Curry spreken tijdens het eerstvolgende klimaatcongres van Heartland en aangezien ik daar ook spreker ben hoop ik haar eindelijk (na vele e-mails) in levende lijve te ontmoeten.
Linnea Lueken
Tijdens dat congres domineren nog altijd de mannelijke sprekers maar toch is er een zekere kentering gaande. Sinds enige jaren werkt Linnea Lueken bij The Heartland Institute, een jonge vrouw van eind twintig die tijdens haar studie geleidelijk aan sceptisch werd. Ze publiceerde daar al in 2017 over bij de sceptische website Watts Up With That?, toen nog onder pseudoniem. Ze werkte een tijdje als ingenieur op een olieplatform, maar ze koos er uiteindelijk voor om zich fulltime bezig te houden met het klimaatdebat. Ze schrijft, geeft lezingen en treedt geregeld op in de podcast van Heartland. Dit is uniek, een jonge vrouw die kiest voor een ‘carrière’ als klimaatcriticus.
Lucy Biggers
Een nog opmerkelijkere verschijning op de sprekerslijst van Heartland is Lucy Biggers. Lucy zat tot enkele jaren geleden diep in de klimaatbeweging. Ze trok zelfs op met Greta Thunberg en werkte samen met het fanatieke Democratische parlementslid Alexandria Ocasio-Cortez (beter bekend als AOC).

Lucy met Greta in Stockholm (2019) en met AOC (2018), bron: The Free Press
Haar coming out vond plaats in mei 2024 met een uitgebreid artikel bij The Free Press waar ze zelf werkt en hoofd social media is. Ze heeft ook meerdere interviews gegeven bij de klimaatpodcast van Tom Nelson, en recent gaf ze een heel interessant interview bij The Free Press waarin ze ingaat op de psychologie van de klimaatbeweging. Ze benadrukt de sociale rol die de klimaatbeweging in haar leven speelde. Dat ze een ‘goed mens’ was door onderdeel te zijn van die beweging. Dat niemand ook maar iets ter discussie stelde.
De ommekeer voor haar kwam tijdens de eerste coronalockdown. Emissies gingen tijdelijk 17 procent naar beneden, maar Lucy werd depressief van de ellende en dacht: Wij in de klimaatbeweging pleiten voor 100 procent reductie. Wat voor maatschappij houden we dan nog over? Ook had ze jarenlang gestreden tegen het gebruik van plastic en nu werd ze plots geconfronteerd met een overdaad aan plastic mondkapjes en afschermborden. Ze verliet de klimaatbeweging in stilte, maar enkele jaren later besloot ze toch publiekelijk over haar ommezwaai te gaan vertellen. Ze heeft veel volgers op TikTok en Instagram en bereikt natuurlijk een heel ander publiek dan Will Happer of Richard Lindzen, twee van de bekendste klimaatsceptici, beiden nog heel actief maar inmiddels ook dik in de tachtig.
Danielle Carl
Onlangs op een online event van Heartland in Zürich sprak Danielle Carl, een vrouw die tot voor kort bij de duurzaamheidsafdeling van Netflix werkte. Bij Netflix? Die maken toch vooral films en series, zult u zeggen. Ja, maar ook daarin en natuurlijk in documentaires kun je het gewenste narratief verspreiden. Ze vertelde in haar lezing dat ze tijdens de klimaatconferentie van Dubai een ontbijtmeeting had met James Taylor, de directeur van The Heartland Institute. Een collega zag het, het was het begin van het einde. Ook hier werd zelf nadenken en vragen stellen niet geapprecieerd, aldus Carl.
Desiree Fixler
De laatste vrouw die ik in dit verband wil noemen is de Britse bankier Desiree Fixler. Zij werkte jarenlang aan Environmental Social Governance (ESG). Prachtig, dacht ze, geld verdienen en ook nog iets goeds doen voor de planeet. Ze bezocht regelmatig het World Economic Forum in Davos en klom op tot hoofd ESG bij Deutsche Bank. Daar ontdekte ze, naar eigen zeggen, dat hun ESG-beleid pure oplichting was. Ze kaartte het intern aan maar werd vervolgens ontslagen. De laatste maanden heeft ze meerdere uitgebreide interviews (kijk vooral deze) gegeven en is ze zeer actief en uitgesproken op 𝕏 en LinkedIn. In een post op 𝕏 van 25 februari 2026 schrijft ze onder andere: “Net Zero is dood — maar de verwoesting die het heeft aangericht is overal om ons heen voelbaar. Niet alleen was het waarschijnlijk de grootste financiële zwendel in de moderne geschiedenis, het heeft de geopolitiek radicaal veranderd.”
Ook Nederlandse vrouwen actief en de Ontgroeningsdag
Zo zijn het vrouwen uit verschillende disciplines die niet langer kunnen aanzien hoeveel schade het klimaatdebat (Biggers: angst onder jongeren, die geen kinderen meer op de wereld durven te zetten) en het klimaatbeleid (Fixler: biljoenen aan belasting- en aandeelhoudersgeld zijn verspild aan projecten die nooit levensvatbaar zouden zijn) hebben aangericht. We hebben hen hard nodig want de praktijk heeft geleerd dat mannelijke wetenschappers op leeftijd, hoe dapper zij ook de strijd aangaan, slechts een klein van de samenleving weten te bereiken.
Ook in Nederland zijn er vrouwen die de strijd aangaan met de klimaatagenda, denk aan onderzoeksjournalist Elze van Hamelen (die waarschuwt voor De Grote Verbouwing van Nederland) en Marianne Zwagerman (die strijdt tegen windturbines en campagne voert voor het ‘redden’ van het platteland). In de politiek hebben we Lidewij de Vos (FVD) die het klimaatdossier goed in de vingers heeft en Mona Keijzer, die inmiddels ook een kritisch standpunt heeft.
Volgende week (op 4 maart in Antropia, Driebergen) is er opnieuw een Ontgroeningsdag van de Groene Rekenkamer. Helaas staan er geen vrouwen op de sprekerslijst (maar wel ondergetekende). Toch een lichtpuntje: cabaretière Karin Bloemen verzorgt de slotact. Benieuwd of de samenstelling van het publiek anders is dan in 2010.
Klimaat
Klimaatdoelen killen de chemische industrie
De chemische industrie in Europa staat op omvallen. De industrie zelf luidt al geruime tijd de noodklok en erkent dat hoge energieprijzen de voornaamste oorzaak zijn. Toch benoemt niemand de olifant in de kamer: de hoge energieprijzen zijn het gevolg van de torenhoge klimaatambities van de EU. Wanneer durft de industrie dit zelf ook te benoemen?
“Het is niet langer vijf voor of vijf over twaalf voor de Europese chemische industrie. De sluitingen verdubbelen elk jaar, de investeringen halveren en koersen af op nul. Het is somber. En wij zijn de moeder aller industrieën. Dit is een waarschuwingssignaal voor iedereen.” Dit schreef Marco Mensink vorige week (in het Engels) op zijn Linkedin-pagina, nadat zijn organisatie Cefic, de brancheorganisatie voor de Europese chemische industrie, een zeer alarmerend rapport had gepubliceerd over de staat van de chemische industrie. Mogelijk maakte Mensink een foutje en bedoelde hij “het is niet langer vijf voor maar vijf over twaalf”, of bedoelde hij werkelijk dat ook “vijf over twaalf” niet langer een accurate beschrijving is voor de nijpende situatie waarin de chemische industrie zich bevindt. Hoe dan ook, zijn boodschap is duidelijk, zijn sector staat het water tot aan de lippen.
Veel media-aandacht kreeg het Cefic-rapport niet in Nederland, maar de kranten die er aandacht aan besteedden kwamen met koppen die er niet om liegen. “Nederlandse chemiesector stort in”, aldus De Telegraaf en het FD koos voor “Europese chemie krijgt rake klappen, Nederland hard geraakt”.
Roland Berger
De koppen doen absoluut recht aan het door managementconsultant Roland Berger opgestelde rapport, dat gebaseerd is op publiek beschikbare informatie en op een enquête onder chemiebedrijven. De afgelopen vier jaar kondigden bedrijven aan dat ze 37 miljoen ton productiecapaciteit in Europa gaan sluiten, wat neerkomt op 9 procent van de totale capaciteit. In Nederland gaat het met 7,2 megaton zelfs om 20 procent van de capaciteit en in Duitsland met 8,8 megaton om 25 procent van de capaciteit, waarmee deze twee traditionele chemielanden aan kop gaan in de neerwaartse trend. In de petrochemie is de sluiting van negen stoomkrakers aangekondigd, wat neerkomt op 16 procent van de Europese capaciteit. Investeringen in nieuwe fabrieken zijn ondertussen gedaald naar bijna nul. Cefic schat dat zo’n 20.000 directe banen gaan verdwijnen en het aantal indirecte banenverlies kan oplopen tot 89.000.
Hoge energiekosten
Het is zeker niet voor het eerst dat de chemiesector de noodklok luidt. Vorig jaar besteedde Nieuwsuur enkele malen (hier en hier) aandacht aan de problemen in de sector. Directeur Ronald van Klaveren van chemiebedrijf LyondellBasell zei bang te zijn dat de “sector gaat omvallen” en “dat we nog hard werken aan een patiënt op de operatietafel maar dat die zal gaan overlijden”. Ook Shell-topman Frans Everts waarschuwde bij WNL voor “de ineenstorting van de chemische industrie”. Sir Jim Ratcliffe, de baas van het Britse chemieconcern INEOS wond er vorig jaar in een open brief aan “alle Europese politici” ook geen doekjes om: “De Europese chemische industrie sterft uit”. De oorzaak is voor hem zonneklaar: “Overheidsbeleid heeft gezorgd voor enorm hoge energieprijzen en verlammende CO₂-belastingen.”
In het Cefic-rapport geeft de helft van de bedrijven aan dat de hoge energiekosten de belangrijkste reden voor de sluitingen zijn. Woorden die ontbreken in het rapport zijn ‘klimaatverandering’ en ‘net zero’. Dit is typisch want laten dat nou net de belangrijkste oorzaken zijn achter de exorbitant hoge energieprijzen waar de industrie zo’n last van zegt te hebben. Geloof niet in het verhaal dat het allemaal de schuld is van de oorlog in Oekraïne. Ja, dat gaf een enorme piek in de gasprijzen, maar die piek was tijdelijk en, zoals te zien in onderstaande grafiek van de Deense milieueconoom Bjorn Lomborg, zette de stijging van de prijzen in de EU zich al jaren eerder in en loopt die gelijk op met de beslissing om vol in te zetten op ‘duurzame’ energiebronnen als wind en zon.

Lomborg vat het in zijn tweet als volgt samen: “Het EU-klimaatbeleid brengt enorme kosten met zich mee. De elektriciteitsprijzen voor de industrie zijn sinds 2000 in reële termen met 70 procent gestegen. Europese industrieën betalen nu 2,7 keer de elektriciteitsprijs in de VS (en 1,9 keer die in China). Europese huishoudens betalen nu 2 keer de elektriciteitsprijs in de VS (en 3,3 keer die in China).”
Atomausstieg
De tweet dateert van september 2024, maar de situatie is niet verbeterd, integendeel. Duitsland heeft zijn laatste kerncentrales inmiddels gesloten. Merz heeft onlangs wel toegegeven dat die beslissing, van zijn partijgenoot en voorganger Angela Merkel, “een grote strategische fout” was. Maar denk niet dat hij de kerncentrales weer gaat opstarten. Hij wil nu in allerijl gascentrales gaan bouwen. Maar die mogen vanwege de sancties niet draaien op goedkoop gas uit Rusland en zullen dus afhankelijk zijn van duur LNG (vloeibaar aardgas) uit de VS of het Midden-Oosten.
Nederland deed het geen haar beter en besloot het gasveld in Groningen permanent te sluiten en de vorige regering ging zelfs zo ver om de gasputten vol te laten storten met beton zodat ze nooit meer open kunnen. Nederland zet net als Duitsland, Engeland en Denemarken vol in op de productie van windstroom op land en op zee. Landen die veel ‘duurzame’ energie produceren hebben (niet verrassend) ook de hoogste energieprijzen. In Nederland heeft TenneT aangegeven 200 miljard (!) euro nodig te hebben voor uitbreiding van het stroomnet. De voornaamste reden voor deze ingrijpende uitbreiding is de toename van variabele wind- en zonnestroom die Nederland wil opwekken en distribueren. Dit geeft enorme pieken in de productie die het bestaande net niet kan opvangen.
Onderdeel van het klimaatbeleid is dat alles in de samenleving elektrisch moet worden (denk aan warmtepompen in huis en elektrische auto’s op de weg) en daarnaast is er nog een AI-revolutie op gang gekomen waarvoor massa’s datacenters nodig zijn die ook veel stroom vreten. Dus u krijgt steeds te horen dat de toenemende vraag de reden is voor de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk. Maar ondanks de toename van warmtepompen, elektrische auto’s en datacenters is de stroomvraag in Nederland al jaren min of meer constant. Dit is ongetwijfeld deels het gevolg van afname van de vraag in de industrie.
Olifant in de kamer
Hoewel de analyse van de problematiek klip en klaar is, namelijk de hoge energiekosten, blijven beleidsmakers, politici en de industrie zelf voortdurend om de hete brij heen draaien. De olifant in de kamer is het Europese klimaatdoel voor 2050: net zero. Europa neemt nog maar 6 procent van de wereldwijde CO2-emissies voor zijn rekening en zelfs als je de berekeningen met modellen serieus neemt, dan is het effect van net zero in de hele EU op het klimaat verwaarloosbaar klein, becijferde opnieuw Bjorn Lomborg.

Waarom deelt de chemische industrie deze grafiek niet massaal en publiekelijk? Helpen wij daadwerkelijk de industrie om zeep voor slechts een honderdste graad minder wereldwijde opwarming in 2050? In hun publieksuitingen blijft de industrie benadrukken dat ze meewerken aan het Parijs klimaatakkoord en dat de industrie in 2050 ook net zero wil zijn. Shell deed dat in de rechtszaak met Milieudefensie. Eind december zei Tabita Verburg, directeur van Dow Benelux, het letterlijk in een interview met NRC: “Dow houdt vast aan zijn doelstellingen om in 2050 wereldwijd net zero te zijn.”
De oplossing in de EU is altijd dat meer overheidsbeleid (en dus meer geld naar de overheid) moet gaan zorgen voor lagere energieprijzen. Draghi pleitte in zijn rapport The Future of European Competitiveness uit september 2024 voor een jaarlijkse extra 750-800 miljard euro aan investeringen, die nodig zouden zijn om de concurrentiekracht te herstellen en niet verder achterop te raken bij de VS en China. Vergroening van de industrie is een belangrijk onderdeel van zijn plan. Hij negeert dat we juist door de ambitieuze vergroeningsplannen in deze misère terecht zijn gekomen.
Groene sprookjes
Het nieuwe kabinet blijft in het coalitieakkoord hameren op “klimaat en groene groei”. Het schrijft: “We zetten vol in op elektrificatie, omdat dit de belangrijkste route is om de industrie te verduurzamen.” Het zegt te willen investeren in energiezekerheid en betaalbare energie. Daarna volgt een opsomming van doelen en projecten: het aanpakken van de netcongestieproblemen, meer wind op zee, meer ondergrondse CO2-opslag, de productie van groen gas en groene waterstof. Al deze projecten zijn niet economisch rendabel zonder overheidssubsidie en zelfs mét subsidie (denk aan groene waterstof) komen ze vaak niet van de grond. Hoe kunnen deze plannen energie betaalbaar maken? Dat kunnen ze niet. Het zijn niet meer en niet minder dezelfde groene sprookjes die ons al jaren verkocht worden en die geleid hebben tot de exorbitant hoge prijzen waar zowel de industrie als de consument nu mee opgezadeld zitten.
De VNCI, de branchevereniging van de chemische industrie, reageerde positief op de plannen van het kabinet. Hoe kan dat, zult u denken? Welnu, het betekent meestal dat de VNCI vindt dat de politiek goed genoeg naar zijn wensen geluisterd heeft: “De industrie krijgt daarnaast financiële lucht door het verlagen van de elektriciteitskosten voor energie-intensieve bedrijven en er is eindelijk zekerheid over het definitief schrappen van de nationale CO₂-heffing. Ook netcongestie krijgt voorrang, met een speciale Crisiswet […]”.
Aangezien de eerder genoemde plannen veel geld gaan kosten (hoeveel vertelt het regeerakkoord uiteraard niet) betekent lastenverlichting voor de industrie een lastenverzwaring voor de rest van de samenleving. Ergo, meer belasting, linksom of rechtsom. Er komt op het gebied van klimaat geen enkele koerswijziging vanuit het kabinet. De doelen blijven heilig, elektrificatie blijft het middel, en de prijs ervoor zal exorbitant hoog zijn maar dat wordt er niet bij gezegd. Geen van de ‘stakeholders’ zal roepen dat de keizer geen kleren aan heeft, want diegene zal gekielhaald worden.
En dat, tenslotte, is het ‘knappe’ aan deze hele exercitie. Hoe krijg je een heel continent zover dat het zichzelf ten val brengt, niet vanwege een noodlot of externe dreiging, maar puur vanwege het eigen streven naar een moreel verheven doel, namelijk ‘het redden van de planeet’ (waartoe het beleid dus sowieso niet kan leiden). Zoals journalist Tilak Doshi het op 02 februari 2026 beschrijft in zijn artikel “De chemische afrekening van Duitsland: Hoe Europa zijn industriële kern afbreekt”, waarin hij zegt: “Kernenergie ontmantelen, binnenlandse fossiele brandstoffen afknijpen en Russisch gas sanctioneren – zonder echte alternatieven – was een morele kruistocht. Energierealisme werd geofferd op het altaar van klimaatdeugd. De gevolgen lagen voor de hand.”
Ook de altijd messcherpe Duitse econoom Hans-Werner Sinn liet zich onlangs in een interview het volgende ontvallen: “Het meest rampzalige was de ideologisering van het klimaatbeleid, met de ambitie om fossiele brandstoffen tot nul te brengen: dat is pure, afgedwongen de-industrialisatie.”
Terug naar Marco Mensink, algemeen directeur van Cefic. In zijn zelfde post op Linkedin deed hij de volgende oproep aan beleidsmakers: “Dus aan alle beleidsmakers, nogmaals: er is geen onafhankelijk, veerkrachtig, veilig of welvarend Europa zonder een bloeiende industrie. Jullie moeten handelen. Heb lef. Nu. Red onze industrie voordat het te laat is en jullie weer volledig afhankelijk zijn van de rest van de wereld.”
Tegen Mensink en al die andere betrokken mensen in de industrie zou ik het volgende willen zeggen: alleen als de absurde klimaatdoelen van tafel gaan is het nog mogelijk om de industrie te redden. Zoals jullie zelf zeggen, er is geen tijd meer te verliezen. Heb lef en doe wat je tot nu toe niet durfde. Zeg dat de klimaatdoelen niet heilig zouden moeten zijn.
-
Politiek1 week geledenEuropese Rekenkamer luidt de noodklok over nieuwe EU-begroting
-
Klimaat5 dagen geledenKabinet-Jetten: verder op weg naar de afgrond
-
Politiek4 dagen geledenEpstein-files over de ECB
-
Politiek1 week geledenNederland tankt het duurst van Europa
-
Column2 weken geledenLockdowns, afstand houden, waar blijven de maatregelen?
-
Column1 week geledenBelasting op liefde voor je kinderen
-
Media3 dagen geledenTelevisie als PR-instrument voor ‘groene’ gedragssturing
-
Economie6 dagen geledenHoe grootbedrijven crises gebruiken om winsten op te voeren


Ramon Van Gennip
27 februari 2026 in 08:25
waarom maken mensen zich druk over stikstof en CO2 terwijl iedere dag chemtrails met zware metallen ne chemicalieen worden gesproeid?
Daniel
27 februari 2026 in 12:00
Inderdaad daar wordt geen aandacht aan gegeven het giftige produkt(en) dat met regelmaat gesproeid wordt boven onze hoofden is crimineel,
chem trails of Geo engeneering,cloud seeding en radio straling … sun blokkers!!!weer manipulatie
Dwarskijker
2 maart 2026 in 08:40
En dat al tientallen jaren lang! Het helpt wel om mensen te attenderen eens naar boven te kijken. En dan achteloos te zeggen: “Weet je nog? Vroegah hadden we schapenwolkjes.”
Toevallig is deze week de subsidiepot leeg (andere prio’s richting zuidoosten).
Geniet van de zon, mensen!