Politiek
Rob Roos: Brussel offert economie op voor klimaatdogma’s
In deze uitzending van Indepen Nieuws spreekt Twan Houben met Rob Roos, ondernemer en voormalig Europarlementariër. Roos gaat in op zijn opmerkelijke overstap van het bedrijfsleven naar de politiek en blikt terug op zijn jaren in Brussel. Daarbij uit hij stevige kritiek op het Europese energie- en klimaatbeleid, dat volgens hem te veel is gebaseerd op ideologie en niet op realistische economische inzichten.
Brussel
Roos vertelt over zijn ervaringen binnen de energie- en klimaatcommissies en waarschuwt dat de huidige energiecrisis mede het gevolg is van beleidskeuzes die Europa kwetsbaarder hebben gemaakt. Hij benadrukt het belang van transparantie, onafhankelijkheid en het vrije woord — waarden die volgens hem zwaar onder druk staan binnen de Europese besluitvorming.
Stichting Samen Leven in Vrijheid
Daarnaast introduceert Roos zijn nieuwe stichting Samen Leven in Vrijheid, die een brede maatschappelijke discussie wil aanjagen. Op 2 december vindt het eerste event plaats in Theater Diligentia in Den Haag: Van Bureaucratie naar Vrijheid: Lessen uit Argentinië, met niet minder dan Federico Sturzenegger, de Argentijnse minister van Deregulatie en Staatstransformatie.
Er zijn maar beperkt plaatsen beschikbaar, dus meld je snel aan!
Politiek
Nederland onder het EU-gemiddelde qua steun aan gezinnen
We denken in Nederland vaak dat we tot de EU-lidstaten met de beste sociale voorzieningen behoren, maar dat blijkt niet waar te zijn. We zitten aardig onder het EU-gemiddelde waar het om de sociale en financiële steun aan gezinnen gaat, maar heffen wél zo’n beetje de hoogste belastingen binnen de EU. Kan onze politiek niet met geld omgaan, of is het gezin geen aandachtspunt binnen de Nederlandse politiek?
Welke Europese landen bieden de beste sociale zekerheid voor gezinnen?
Europese omroeporganisatie Euronews deed onderzoek naar de uitkeringen in het kader van sociale zekerheid voor gezinnen binnen Europese landen op basis van gegevens van het EU-statistiekbureau Eurostat.
Wat blijkt? De sociale zekerheid voor gezinnen in ons land ligt onder het gemiddelde van de EU-lidstaten en niet zo’n beetje ook!
In het onderzoek van Euronews zijn niet alleen EU-lidstaten meegenomen, maar ook kandidaat-lidstaten en enkele niet-lidstaten zoals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Zwitserland.
Volgens de Europese Commissie omvat sociale zekerheid voor gezinnen: “alle uitkeringen in natura of in contanten die bedoeld zijn om de kosten van het gezin te dekken krachtens de socialezekerheidswetgeving van een lidstaat”.
Onder sociale zekerheid voor gezinnen vallen onder andere betaald ouderschapsverlof en kinderbijslag, die helpen de kosten voor een kind te dekken en het inkomensverlies compenseren, wanneer een ouder (gedwongen) stopt met werken. Kinderopvangtoeslagen voor werkende ouders vallen ook onder gezinsuitkeringen.
Nederland bungelt vrijwel onderaan als het om sociale steun aan gezinnen gaat
In 2022 gaven EU-landen gemiddeld 830 euro per persoon uit aan gezinsondersteuning. Dat is een stijging van 47 procent ten opzichte van 566 euro in 2012. Binnen EU-lidstaten varieerden de uitgaven aan gezinsbijstand per persoon van 211 euro in Bulgarije tot 3.789 euro in Luxemburg, volgens Eurostat.
Over het algemeen zijn de gezinsuitkeringen per persoon het hoogst in Noord- en West-Europa en het laagst in het Zuid- en Oost-Europa. Na Luxemburg staan Noorwegen (2.277 euro), Denemarken (1.878 euro) en IJsland (1.874 euro) bovenaan de lijst.
In het onderzoek staat dat Nederland 670 euro per persoon bood aan gezinsbijstand. Dit is 160 eurominder dan het EU-gemiddelde.
Als het om steun aan gezinnen gaat, bungelt Nederland dus vrijwel onderaan en dat is te zien in onderstaande grafiek.

EU-kandidaat-lidstaten bieden de laagste gezinsbijstand. Montenegro (131 euro) en Servië (117 euro) volgen Albanië, Turkije en Bosnië en Herzegovina, die tot de drie laagste bedragen behoren.
In procentuele termen rapporteerde de sinds 2004 toegetreden EU-lidstaten zoals Polen een ongekende stijging van 320 procent, gevolgd door Letland (245 procent), Roemenië (227 procent) en Litouwen (198 procent).
Ook de uitkeringen per persoon zijn meer dan verdubbeld in Estland (125 procent), Servië (115 procent), Bulgarije (112 procent) en Kroatië (101 procent).
De oorspronkelijke EU-lidstaten in het Westen zagen de minste groei, of zelfs krimp, aldus gegevens van Eurostat.
Het gezin wordt het meeste erkend en ondersteund in Oost-Europese lidstaten
“De uitgaven aan gezinsbijstand per persoon zijn sinds 2012 in de hele EU aanzienlijk gestegen, maar de oorzaken van deze groei verschillen sterk per land”, vertelde dr. Anne Daguerre aan Euronews.
Ze stelt dat de meest opvallende stijgingen te zien zijn in Centraal- en Oost-Europese landen, met name Hongarije en Polen: “In deze gevallen wordt de groei grotendeels veroorzaakt door selectief pronatalistisch beleid dat gericht is op het verhogen van de vruchtbaarheidscijfers en het ondersteunen van traditionele gezinsmodellen.
De bedoelde landen volgen een strategie die zich richt op een hogere bevolkingsgroei vanuit de eigen bevolking, in plaats vanuit immigratie. In veel westerse EU-lidstaten wordt dit beleid weggezet als “extreemrechts”.
Het betreft strategieën die zeker niet in Nederland ondersteund worden.
De Nederlandse situatie
In de Nederlandse politiek is er een verschuiving zichtbaar waarbij het traditionele gezin niet langer de exclusieve focus is. Verschillende ontwikkelingen in Nederland wijzen op een verbreding van de politieke aandacht naar andere gezinsvormen en individuele autonomie.
Demografen en belangenorganisaties wijzen op een decennialang gebrek binnen de politiek voor een bewust en integraal gezinsbeleid in Nederland. Volgens de Staat van Gezinnen 2025 vinden veel ouders dat de politiek te weinig oog heeft voor de praktische uitdagingen van gezinnen.
“Duurzame sociale cohesie – het structurele gevoel van verbondenheid en onderlinge steun – ontbreekt”, is één van de conclusies uit het onderzoek van 2025.
“Ouders met een laag inkomen voelen zich nog minder gesteund en ervaren minder gezinsvriendelijkheid in hun omgeving. Hun antwoorden laten zien dat gezinnen met een lager inkomen het over de hele linie zwaarder hebben.”
In de analyses van verkiezingsprogramma’s voor de verkiezingen van oktober 2025, is te zien dat veel partijen hun standpunten verbreden naar abortus en diverse andere samenlevingsvormen, in plaats van zich op het kerngezin te richten.
Onderzoek uit 2024 wijst uit dat de decennialange politieke verwaarlozing van gezinnen mede heeft geleid tot het bedroevende geboortecijfer van 1,43 kind per vrouw, terwijl dat minimaal 2,1 zou moeten zijn.
“Het lukt jonge mensen steeds minder om een huis en vaste baan te vinden en om een vaste relatie in stand te houden of zonder stress kinderen en werken te combineren. Dat beïnvloedt natuurlijk het krijgen van kinderen. Ondertussen doet de overheid niets en neemt de immigratie ten opzichte van de bevolkingsgroei toe. En dat ondermijnt de solidariteit opnieuw”, beschrijft het onderzoek van demograaf professor Jan Latten.
Gezin als hoeksteen van de samenleving is een extreemrechts gedachtegoed
Tegenwoordig ben je al snel extreemrechts als je traditioneel waarde hecht aan het gezin als hoeksteen van de samenleving. Je bent automatisch dan ook nationalistisch, tegen de rechtsstaat, een fascist, complotdenker, racist, tegen gelijke rechten voor man en vrouw en tegen de lhbti+-beweging.
Nederland was vroeger een verdraagzaam land, maar dat principe verdween met de toename van polarisatie, waarmee de gezinstrouwe Nederlanders meteen in het kamp van de extremisten belandden.
De focus op het traditionele gezin wordt vaak afgezet tegenover progressieve waarden, zoals lhbti+-rechten en feminisme, die door linkse politieke partijen worden onderschreven en financieel ondersteund.
Maatschappelijke discussies in de Tweede Kamer tonen aan dat hardwerkende gezinnen vaak het gevoel hebben dat zij financieel onder druk staan door overheidsbeleid dat meer gericht is op staatsfinanciën, de persoonlijke belangen van politici of andere prioriteiten.
Kortom: de duidelijk progressieve Nederlandse politiek wil weg van het gezin, maar dat heeft duidelijke consequenties voor ons geboortecijfer en de instroom van immigranten. De vraag is of dat onze samenleving aantrekkelijker maakt….
Politiek
Het is afgelopen met vrijheid en democratie in Nederland
Wie het rapport “Burgerpespectieven 2025, Thema: maatschappelijk onbehagen” van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) leest, weet dat het afgelopen is met vrijheid en democratie in Nederland. Het SCP onderzoekt het onbehagen sinds 2008 en ziet dat tijdens de kabinetten-Rutte het onbehagen en afbreuk van democratie het meeste toenam. De inhoud van dit rapport is in de media echter totaal niet aan de orde geweest en ook in de verkiezingscampagnes is er niets mee gedaan. Daarom hier een bespreking.
Maatschappelijk onbehagen in Nederland (2008–2025)
Het SCP-rapport uit 2025 laat zien dat een meerderheid van de Nederlanders al jaren somber is over de richting van het land.
In het voorjaar van 2025 vond circa 59 procent dat Nederland de verkeerde kant opgaat. Dit wordt aangeduid als maatschappelijk onbehagen: een combinatie van negatieve oordelen over de samenleving en gevoelens van machteloosheid tegenover een politiek die niet meer naar de burgers luistert.
Mensen kunnen tevreden zijn over hun eigen leven, maar tegelijkertijd pessimistisch over de samenleving als geheel.
Het SCP-rapport richt zich specifiek op deze negatieve gevoelens en onderzoekt waar deze vandaan komen.
De vier pijlers van verval in Nederland
Op basis van de uitkomsten van duizenden ondervraagde burgers onderscheidt het SCP vier terugkerende ‘verhalen’ (pijlers) waarin mensen hun groeiende onvrede verwoorden:
- Economisch verval
Veel Nederlanders ervaren dat de welvaart afneemt. Niet alleen de lagere inkomensklasse, maar ook de middenklasse voelt zich in jaarlijks toenemende mate verder tekortgedaan door forse stijgingen van belastingen en afbraak van de verzorgingsstaat. Dit leidt tot gevoelens van onrechtvaardigheid.
- Politiek verval
Dit is de meest dominante factor in de periode 2008–2025 en dus vooral tijdens de vier kabinetten-Rutte/ VVD.
De belangrijkste elementen van het politiek verval zijn in het rapport genoemd:
- gebrek aan visie en leiderschap,
- verkeerde prioriteiten,
- gevoel dat burgers geen invloed op politiek meer hebben,
- wantrouwen in de democratische rechtsstaat; Rutte staat bekend als een ziekelijke leugenaar.
Veel mensen ervaren de politiek als een systeem dat losstaat van de burger. Politici zouden vooral met zichzelf bezig zijn en onvoldoende luisteren naar wat de Nederlanders zelf willen.
- Cultureel verval
Deze pijler richt zich op immigratie, identiteit, cultuur en nationale samenhang. De belangrijkste bevindingen van het SCP zijn de angst dat de Nederlandse cultuur verdwijnt, grote zorgen over immigratie en integratie, gevoel dat normen veranderen.
Eigenlijk doemt immigratie als één van de allergrootste problemen onder de meerderheid van de bevolking op, doch dat wordt weggezet als extreemrechts denken door de heersende politiek. Die framing klopt niet.
Een opvallend element bij dit onderwerp is de dubbelzinnigheid rond tolerantie. Enerzijds wordt dit gezien als kernwaarde, anderzijds als zwakte die misbruikt wordt door immigranten. Vanaf ongeveer 2016 is het belang van deze pijler fors toegenomen, mede door de explosief gestegen aantallen asielzoekers. De grote culturele verschillen tussen ‘wij’ en ‘zij’ spelen hierbij een grote rol.
- Moreel verval
Dit gaat over gedrag, normen en onderlinge omgang waaronder afname van fatsoen en respect, toename van agressie en individualisme, groeiend egocentrisme.
Hoewel de vier pijlers verschillend zijn, delen ze een diepe teleurstelling in politiek leiderschap.
Een belangrijk inzicht uit het rapport is dat niet opgeloste grote maatschappelijke problemen verlammend op de bevolking werken. Dat zien we onder andere terug in het achteruithollen van de fysieke en psychische gezondheid van Nederlanders.
Hoe Den Haag de regie verloor en Brussel die overnam
Onder leiding van Mark Rutte leek Nederland door crises heen te laveren: de eurocrisis, de coronapandemie en geopolitieke spanningen. De economie herstelde, de werkloosheid bleef relatief laag en het land bleef bestuurbaar. Op papier lijkt dat indrukwekkend.
Maar onder die ogenschijnlijke ‘bestuurlijke rust’ ontstond een sluipend verlies aan politieke zelfstandigheid, aan maatschappelijk vertrouwen en – misschien wel het belangrijkst – aan nationale regie.
Die ontwikkeling is niet los te zien van de sterk gegroeide invloed van de Europese Unie sinds Rutte I.
Een belangrijke ontwikkeling van de Nederlandse politiek tijdens Rutte I tot en met IV is de toenemende technocratisering. Besluiten worden gelegitimeerd met verwijzing naar modellen, regels en externe kaders: “de EU schrijft het voor”, of “de rechter dwingt het af”.
Voor veel Nederlanders voelt dit als een vorm van machteloosheid, blijkt uit de SCP-studie. Politieke besluiten lijken steeds meer buiten de eigen invloedssfeer te liggen.
Hierbij komt de rol van de Europese Unie in beeld. In de afgelopen vijftien jaar is de invloed van de EU op nationale beleidsdomeinen onvoorstelbaar toegenomen. Denk aan:
- begrotingsregels voor overheidsbudgetten (Stabiliteits- en Groeipact),
- stikstof- en milieunormen,
- energietransitie en klimaatbeleid,
- migratie- en asielbeleid,
- vergaande financiële regelgeving (anti-witwasrichtlijnen 1 tot en met 6),
- digitale controles op alternatieve- en sociale media (Digital Services Act).
Formeel is Nederland soeverein. In de praktijk bepaalt Europese wetgeving wat de bandbreedte voor nationale politiek nog is. En die is onder Rutte/ de VVD in hoog tempo beperkt.
Dit leidt tot een fundamenteel probleem: wie is er politiek verantwoordelijk voor Nederland, Den Haag of Brussel?
Wanneer beleid impopulair is, wordt verwezen naar Brussel: “het moet van de EU”. Wanneer beleid succesvol is, wordt het nationaal geclaimd. Dit verschuilen van politici achter ‘Brussel’ ondermijnt het vertrouwen van burgers, omdat het onduidelijk is wie nu eigenlijk waarvoor verantwoordelijk is.
De uitholling van nationale politiek
De explosief gegroeide rol van de EU heeft drie concrete effecten gehad op de Nederlandse politiek:
- Versmalling van het politieke speelveld
De grote beleidskeuzes zijn al vastgelegd binnen Europese wetgeving. Verkiezingen gaan daardoor minder over richting en meer over uitvoering. Dit voedt het gevoel dat ‘stemmen weinig uitmaakt’. - Afname van politieke moed
Politici kunnen zich beroepen op externe EU-verplichtingen en vermijden zo lastige keuzes. Dit leidt tot uitstelgedrag en halfslachtige oplossingen – precies wat we zien in het laatste regeerakkoord. - Verlies van democratie
Burgers zien dat besluiten grote impact hebben op hun leven, maar herkennen hun stem niet meer in die besluiten. De afstand tot de politiek groeit, niet alleen geografisch (Den Haag versus Brussel), maar vooral mentaal.
We zien nationale politiek – helemaal nu, met het nieuwe kabinet – fungeren als doorgeefluik van Brussel.
Daarnaast bewijst het hier besproken SCP-rapport dat de meeste Nederlanders een politiek willen die hoofdzakelijk elementen bevat die nu aan extreemrechts worden toegeschreven.
Partijen die – haaks op de bevindingen van het SCP – de strijd met de eigen bevolking voortzetten, zorgen ervoor dat vrijheid en democratie in ons land (bijna) zijn verdwenen.
Alle politieke partijen met de woorden ‘vrijheid’ en/of ‘democratie’ en/of ‘volk’ moeten zich achter de oren krabben en de framing van keuzes als ‘extreemrechts’ moet verdwijnen.
Politiek
Het Europees democratie- of censuurschild?
Een van de nieuwste gereedschappen om de media in de EU te controleren en aan banden te leggen is het – fraai in propagandastijl geformuleerde – Europees schild voor de democratie van Ursula von der Leyen. Het komt naast wetten als de Digital Services Act en andere vormen van inperking van vrije meningsuiting. Bij het lezen van de stukken die tot het (anti-) democratieschild hebben geleid, lopen je de koude rillingen over de rug.
Het Europees schild voor de democratie: een gecamoufleerde censuurmachine?
In november 2025 kwam het nieuwste hersenspinsel van de Europese Commissie onder leiding van Ursula von der Leyen uit om de democratie in de EU te redden; het Europees schild voor de democratie.
Slechts een maand eerder dan het ‘democratieschild’ – in oktober 2025 – kwam de studie uit die de noodzaak hiervoor aangeeft. Die studie brengt in beeld wat de EU allemaal al aan wapens in stelling heeft gebracht om die democratie te beschermen, zoals de veelbesproken Wet inzake digitale diensten (DSA) uit 2024. Maar wat er al is, blijkt absoluut onvoldoende, aldus de Europese Commissie.
Slechts één jaar na het in werking treden van de uiterst krachtige EU-censuurmachine – de DSA – blijken verdere aanscherpingen van de EU-regels voor media en vrije meningsuiting weer noodzakelijk, aldus betreffende studie.
Als je die recente EU-studie Strengthening Resilience – Towards the European Democracy Shield aandachtig leest, zie je geen geruststellend verhaal over democratische verdediging, maar een blauwdruk voor structurele machtsconcentratie en verregaande controle over het publieke debat vanuit Brussel.
De studie bevestigt waarvoor critici al jaren waarschuwen: de Europese Unie verschuift van democratisch bestuur naar technocratisch/dictatoriaal toezicht, met volledige censuur over de lidstaten als eindstation.
Democratie onder curatele
Het woord ‘censuur’ komt in die Brusselse stukken uiteraard niet voor. In plaats daarvan lezen we termen als “weerbaarheid”, “informatie-integriteit”, “systemische risico’s” en “bescherming van democratische processen”. Maar wie deze taal ontcijfert, ziet vooral een fundamenteel wantrouwen tegenover de Europese burgers en hun vermogen om zelfstandig informatie af te wegen en beslissingen te nemen.
De kern van het democratieschild is eenvoudig: democratie wordt niet meer gezien als een open proces van meningsvorming, maar als een kwetsbaar systeem dat beschermd moet worden tegen verkeerde ideeën. En wie bepaalt wat verkeerd is?
Uiteraard niet de kiezer, niet het Europees Parlement, maar een samenspel van de Europese Commissie, niet-gekozen toezichthouders, ‘factcheckers’ en Big Tech-platforms die onder zware dreiging van boetes preventief content moeten verwijderen in opdracht van de Commissie.
‘De Commissie’ is, sinds de machtsovername door Ursula von der Leyen in 2019, synoniem geworden met Big Brother uit 1984.
Van buitenlandse dreiging naar EU-censuur en zelfs dictatuur
Officieel richt het democratieschild zich op buitenlandse actoren: Rusland, China, Iran. Maar in de praktijk biedt het onderzoek mogelijkheden om nationale media, maatschappelijke organisaties, politieke partijen en zelfs individuele burgers onder een steeds dichter netwerk van monitoring, meldsystemen en normering te laten vallen.
Wie afwijkt van de dominante Brusselse lijn over klimaat, migratie, oorlog of EU-integratie, loopt het reële risico onder het democratieschild te worden geframed als ‘ondermijnend’, ‘polariserend’ of ‘democratisch schadelijk’. Niet omdat uitspraken aantoonbaar onwaar zijn, maar omdat ze politiek ongewenst zijn.
Platforms als Indepen merken dat al en gaan er steeds vaker mee te maken krijgen.
Dit is geen complottheorie, maar een structureel gevolg van het systeem dat nu door de Europese Commissie wordt opgetuigd.
Dat ook individuele burgers al onder de dictatuur van de EU vallen, is sinds december 2025 duidelijk. Toen werden 59 burgers, waaronder EU-inwoners, door de Europese Commissie op een sanctielijst geplaatst, aldus dit bericht van professor Pascal Lottaz. Op die lijst stonden aanvankelijk alleen Russische burgers die het Poetin bewind ondersteunen met betrekking tot de oorlog in Oekraïne.
Inmiddels staan er ook Europeanen, zoals de Zwitser Jacques Baud, op die in strijd met de opvattingen van de Commissie hebben gehandeld. Volgens de Commissie, hebben deze mensen propaganda bedreven in het belang van Rusland. Hun bankrekeningen en bezittingen zijn geconfisqueerd en ze mogen nergens meer binnen de EU in dienst worden genomen.
De censuurstempel van Ursula von der Leyen staat op alle documenten
Als je de juridische planning van het democratieschild bestudeert, zie je vanaf het allereerste begin de stempel van Ursula von der Leyen overal onder staan. Dat begint al bij het politieke programma dat Von der Leyen gebruikte om herkozen te worden in 2024. Daarin benoemt zij zichzelf al tot “de keuze van Europa”.
Op pagina 30 van haar plan voor Europa staat het idee van het democratieschild letterlijk verwoord met daarbij de tekst:
“We zullen ook de digitale handhaving blijven opvoeren, zodat gemanipuleerde of misleidende informatie kan worden opgespoord, gesignaleerd en zo nodig verwijderd overeenkomstig de digitaledienstenverordening [DSA].”
De planning over de invoering van het ‘democratieschild’
Op 7 januari 2025 besloot de gehele Europese Commissie om het voorstel voor een democratieschild van Von der Leyen te ondersteunen middels het installeren van een projectgroep die een onderzoek in moest stellen naar bestaande EU-regelgeving om desinformatie op te sporen.
Op 1 april 2025 lanceerde de Commissie een oproep tot het oprichten van een Europees netwerk van feitencontroleurs, die op 2 september 2025 werd afgesloten.
In haar State of the Union-toespraak tot het Europees Parlement op 10 september 2025 kondigde Von der Leyen het plan aan om een nieuw Europees Centrum voor democratische veerkracht op te richten, om opsporingscapaciteit uit de lidstaten te centraliseren.
Op 12 november 2025 publiceerde de Commissie de oprichting van het Europees schild voor de democratie.
De implementatie, die in 2026 start en uiterlijk in 2027 moeten worden afgerond, kent als belangrijkste pijler het Europees Centrum voor democratische veerkracht waarvan de taken in dit document staan weergegeven.
Dit document leest als de oprichtingsakte voor een Europese Gestapo-organisatie en besluit met de beangstigende woorden:
“Een aanval op één van ons is een aanval op ons allemaal!”
Joseph Goebbels had het niet kunnen verzinnen.
Een schild met interne politieke doeleinden
Het Europees schild voor de democratie wordt gepresenteerd als verdediging tegen externe vijanden. In werkelijkheid richt het zich voornamelijk naar binnen. Tegen kritische journalisten. Tegen lastige parlementsleden. Tegen burgers die zich niet voegen naar het gewenste narratief.
Dat is geen bescherming van de democratie, maar de uitholling ervan, en het is een opmaat naar een dictatuur zoals we die in Nederland alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben gekend.
De vraag is niet langer óf de EU afglijdt richting dictatuur, maar hoe snel — en hoe ver — zij bereid is te gaan, vóórdat burgers en parlementen van lidstaten aan de noodrem trekken.
Duidelijk is wel dat we van onze nieuwe coalitie niets hoeven te verwachten in dit opzicht.
-
Politiek1 week geledenHet is afgelopen met vrijheid en democratie in Nederland
-
Politiek5 dagen geledenNederland onder het EU-gemiddelde qua steun aan gezinnen
-
Column1 week geledenTwijfel aan zeespiegelmetingen: wat klopt er van het Nieuwsuur-verhaal?
-
Column2 weken geledenDe ware aard van 30 km/u: veiligheid of verdienmodel?
-
Gezondheid6 dagen geledenHoe verontreinigd waren de coronavaccins?
-
Column4 dagen geledenEen kerncentrale financieren die alleen mag draaien als het niet waait?
-
Klimaat1 dag geledenDuurzaam is het probleem, niet de oplossing
-
Economie2 uur geledenNederland betaalt een hoge prijs voor de oorlog in Iran

