Klimaat
Weermanipulatie: complot of realiteit?
Zogenaamde complotten blijven een complot zolang er geen serieus onderzoek naar gedaan wordt, of worden pas helder zodra autoriteiten inzage geven. Weermanipulatie door middel van chemtrails of HAARP-technieken is zo’n dergelijk complot. Zo zijn er honderden patenten rondom weermanipulatie, waarom zouden die ongebruikt blijven?
Bekende voorbeelden van weermanipulatie
Bekend is de weermanipulatie rondom de 1 mei-viering in Moskou, bekend is de overwogen weermanipulatie vlak na de ramp bij Tsjernobyl toen een radioactieve wolk richting Moskou dreigde te drijven en het meest recente voorbeeld is natuurlijk de uit de hand gelopen weermanipulatie in Dubai. Overigens werden persberichten hierover enkele dagen later ingetrokken of afgezwakt.
Onderzoek en weerstand rondom weermanipulatie
Dat onderzoek doen naar weermanipulatie weerstand oproept, ondervond Coen Vermeeren, in het verleden verbonden aan de TU Delft. Vermeeren zette halverwege de jaren negentig al vraagtekens bij de veranderende vliegtuigsporen in de lucht. Toen midden in een natuurgebied onderzoek werd gedaan naar sneeuw en de daarin aanwezige stoffen, bleken er vele stoffen aanwezig te zijn in de sneeuw uit die talrijke gepatenteerde weermanipulatie-technieken, maar die van nature niet op die plekken te vinden zijn. Klokkenluiders en een uit de school geklapte FBI-directeur triggerden Coen Vermeeren onderzoek te willen gaan doen bij de TU Delft naar weermanipulatie. Aanvankelijk ondervond hij overal steun voor zijn onderzoek, maar plots draaide iedereen als een blad aan de boom en mocht Vermeeren uiteindelijk het veld ruimen in Delft.
Huidige ontwikkelingen en regelgeving
Nu, enkele jaren later, komt steeds meer aan de oppervlakte dat filantropisch ingestelde miljardairs grote sommen geld steken in weermanipulatie met als doel het zonlicht op aarde te blokkeren in de veronderstelling daarmee de temperatuur te kunnen laten dalen. Maar alle partijen die er onderzoek naar doen hullen hun expertise in nevelen en willen niet kenbaar maken op welke schaal men bezig is met weermanipulatie. Ook bij de TU Delft loopt een groots onderzoek op dit vlak. Opvallend is wel dat autoriteiten nu, gedwongen door de maatschappelijke druk, bezig zijn weermanipulatie en de impact daarvan in te kaderen. In de Verenigde Staten is in diverse staten weermanipulatie inmiddels bij wet verboden en ook de EU werkt aan wet- en regelgeving.
De paradox van wetgeving rondom complotten
Waarom zouden autoriteiten wetten uitvaardigen voor complot-theorieën? Ja, dat is een lastige vraag…
Wilt u het boek bestellen? Dan kan dat hier!
Klimaat
Stroomnet overvol, maar overheid blijft desastreus beleid doorzetten
Het stroomnet is overvol, dat is inmiddels wel bij iedereen bekend. In enkele provincies is het al onmogelijk geworden een stroomaansluiting te krijgen voor een bedrijf, woning of zelfs een laadpaal. Dat het niet alleen piept en kraakt, maar zelfs uitgezet wordt is de volgende fase. Die fase is nu aangebroken. Rond Tilburg waren duizenden mensen recent de dupe nadat de stroom werd uitgeschakeld om te voorkomen dat het stroomnet overbelast zou raken, wat een domino-effect zou veroorzaken en nog veel meer bedrijven en particulieren zou treffen.
Balans in vraag en aanbod is zoek
Oorzaak van dit alles is wiebelstroom. Wiebelstroom wordt veroorzaakt wanneer vraag en aanbod van stroom in disbalans raken. Aangezien de stroomvraag in de afgelopen jaren niet significant is toegenomen ligt de oorzaak aan de aanbodkant. En die aanbodkant zijn windmolens, de meer dan 200 biomassacentrales en zonnepanelen. In het verleden werden vraag en aanbod in balans gehouden door de netbeheerders en de producenten samen. De producenten wisten wanneer er pieken of dalen in het stroomnet zouden optreden en konden snel bij- of afschakelen. Dat lukt niet meer als de aanbieders er honderdduizenden zijn (zonnepanelen), op efficiëntie draaiende biomassacentrales niet stil worden gezet omdat dit dan geld kost en windmolens onvoorspelbaar produceren. Voor de netbeheerder is er dan nog maar één mogelijkheid voor sturing bij een overschot: op afstand uitschakelen om grotere schade te voorkomen. De primaire oorzaak is dus heel kort te verwoorden: de energietransitie.
Overheidsdwang elektrisch rijden
Ondanks de vele waarschuwingen door experts voor de gevolgen van de energietransitie is de overheid in de afgelopen jaren doorgegaan met het faciliteren daarvan. Sterker nog, er komen regelingen aan die desastreus zullen zijn voor de stabiliteit van het stroomnet. Zo is vanaf 2027 iedere werkgever min of meer verplicht het wagenpark volledig elektrisch te maken, tenzij hij jaarlijks 12 procent van de nieuwwaarde per auto overmaakt naar Den Haag, bovenop de 24 procent die de werknemer al betaalt voor een hybride-, benzine- of dieselauto. Ze noemen dat in Den haag heel netjes de “pseudo-eindheffing” die feitelijk een straf is voor eenieder die niet volledig elektrisch wil rijden. Iedere nieuwe leaseauto van een werkgever zal dus met ingang van 1 januari 2027 theoretisch volledig elektrisch moeten zijn. Mensen woonachtig in bijvoorbeeld de provincie Utrecht krijgen echter geen laadpaal meer thuis. Maar ook mensen in appartementen of flats worden afhankelijk van gemeentelijke laadpalen die in bepaalde provincies ook niet meer mogelijk zijn door het overbelaste stroomnet.
Extra stroombehoefte uitbreiding elektrische leasevoertuigen haalbaar?
In Nederland zijn er circa 1.372.000 leasevoertuigen (personenauto’s en bestelwagens). 43 procent daarvan is momenteel volledig elektrisch. In de komende drie jaar zullen dus in theorie zo’n 782.000 elektrische auto’s extra ‘aan de stekker’ komen. Wanneer die elektrische auto’s allemaal stroom gaan laden? Als de landelijke piek maximaal is: zodra moeder de vrouw de piepers op het elektrische fornuis zet, de warmtepomp aanspringt en de zonnepanelen doven. Exact op dat moment zullen 782.000 extra elektrische auto’s stroom gaan vragen terwijl in veel provincies al geen capaciteit is.
Een woonhuis vraagt in Nederland gemiddeld 6 tot 7 kWh per dag (2.200 tot 2.550 per jaar zonder warmtepomp). Een volledig elektrische auto die 15-20.000 kilometer per jaar rijdt verbruikt 6-11 kWh per dag; dat is dus minimaal dezelfde hoeveelheid die een heel huishouden per dag ook al vraagt. Kortom, er komt in de komende drie jaar een behoefte aan stroom van minimaal 782.000 huizen erbij ‘dankzij’ deze dwangmaatregel van de overheid. Moeten wij dan nog uitleggen dat dit een ramp in slow-motion gaat worden? De donkere dagen voor Kerstmis zullen extra donker worden als de wind stilvalt en de zon ondergaat.
De energietransitie dendert door
Ook hier blijkt dus weer dat de energietransitie er zonder enige realiteitszin doorheen gedrukt wordt. Al staan netbeheerders op hun achterste poten, gaan gemeentes laadpalen noodgedwongen beperkt beschikbaar stellen en krijgt u thuis geen laadpaal geplaatst, Den Haag drukt onverminderd door. Werkgevers zullen hun werknemers dwingen volledig elektrisch te rijden om torenhoge boetes uit datzelfde Den Haag te voorkomen, en werknemers moeten het maar zien op te lossen. Oh, en die werknemer betaalt inmiddels weer 22 procent bijtelling want tja, die benzineauto gaat Den Haag niet veel meer opleveren.
Klimaat
Wat is er met die 28 miljard euro voor het klimaat gebeurd?
Het kabinet-Rutte IV – destijds vertegenwoordigd door klimaatminister Jetten – presenteerde in april 2023 een plan om een extra reductie van 22 megaton aan CO2-uitstoot te realiseren. De in het plan genoemde 28 miljard euro is een totaalbedrag dat uit het toenmalige Klimaatfonds en andere middelen werd gereserveerd voor ongeveer 120 klimaatmaatregelen tot en met 2030. Wij vroegen ons af; waaraan is dat geld besteed, hoeveel ervan werd tot dusver uitgegeven en waar is dat bedrag vandaan gehaald?
Waar zou al dat geld aan besteed moeten worden?
Er bestaat geen officiële tabel waarin staat waar die 28 miljard aan uitgegeven moet worden. Wel een aantal beleidsstukken waarin onderdelen van die verdeling in terug te vinden zijn. De belangrijkste daarvan zijn hier te vinden en bevatten een Kamerbrief van Jetten en een Excel sheet met de bedragen.
De oorspronkelijke stukken uit 2023 worden jaarlijks geactualiseerd in de zogeheten Vaststelling van de begrotingsstaat van het Klimaatfonds.
Samengevat komt het zo’n beetje op het volgende neer:
- verduurzaming industrie 7 tot 8 miljard euro
- elektriciteitsnet en energiesysteem 5 tot 6 miljard euro
- waterstof en nieuwe energie-infrastructuur 3 tot 4 miljard euro
- verduurzaming gebouwde omgeving (isolatie, warmtepompen) 2 tot 3 miljard euro
- stimulering elektrisch vervoer circa 2 miljard euro
- glastuinbouw en landbouw circa 2 miljard euro
- overige maatregelen (innovatie, CO₂-opslag, uitvoeringskosten, enzovoort) 5 tot 6 miljard euro
Is die 28 miljard euro al uitgegeven?
Nee, die 28 miljard euro is een in 2023 gereserveerd budget dat over meerdere jaren wordt uitgesmeerd. Vele van de 120 projecten binnen dit initiatief moesten later nog worden uitgewerkt en door de Tweede Kamer worden goedgekeurd. Voor sommige onderdelen is ook nog Europese goedkeuring noodzakelijk.
De Algemene Rekenkamer tracht ieder jaar te ontcijferen hoeveel er per jaar van dit megaplan is uitgegeven en rapporteert daarover.
Die rapportages liegen er niet om en stellen – voor de zoveelste keer – vast dat de overheid niet met geld om kan gaan.
De Algemene Rekenkamer heeft meerdere keren opgemerkt dat het parlement nauwelijks kan beoordelen hoe klimaatgelden zich verhouden tot andere uitgaven, omdat de middelen chaotisch over veel begrotingen en fondsen zijn verspreid.
Ook wees de Rekenkamer op het belang van betere informatie over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de uitgaven, zodat de Tweede Kamer de gemaakte keuzes kan controleren. Dat is nu vrijwel onmogelijk volgens de conclusies van de Rekenkamer.
90 procent van de klimaatuitgaven zijn onvindbaar
In dit BNR-artikel lezen we: “In sommige gevallen is 90 procent van bepaalde klimaatuitgaven in een overzicht niet te vinden in de betreffende begroting of jaarverslag.”
Doordat een duidelijke definitie van klimaatbeleid ontbreekt, hebben ministeries ‘de vrijheid om te bepalen welke maatregelen zij aandragen en welke uitgaven zij als klimaatuitgave beschouwen’.
Een zooitje, zo lijkt het. Zowel qua omschrijving van wat klimaatbeleid nou eigenlijk is, als de financiële verantwoording daarover.
In het Verantwoordingsonderzoek 2025 gaat de Rekenkamer nog een stap verder. Zij schrijft dat:
- het Klimaatfonds zelf vrijwel geen uitgaven doet;
- geld wordt overgeheveld naar andere ministeries;
- daardoor de financiële en beleidsmatige verantwoording versnipperd is;
- het “nauwelijks te volgen” is wat met de miljarden uiteindelijk is bereikt.
Is het Klimaatfonds een dekmantel voor een financiële beerput?
Naarmate we dieper in de materie duiken, wordt het Klimaatfonds steeds meer een bijzonder obscuur verhaal.
Het Klimaatfonds is een zogenoemd overhevelingsfonds. Dat betekent:
- geld wordt eerst in het Klimaatfonds gereserveerd;
- vervolgens overgeboekt naar andere ministeries waaronder:
- ministerie van Economische Zaken;
- ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;
- ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
- ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
- pas vanuit zo’n ministerie wordt het geld daadwerkelijk uitgegeven.
Maar waaraan?
Dat wordt maar niet duidelijk.
Het jaarverslag van het Klimaatfonds kent hoofdzakelijk nullen als getal
Volledigheidshalve doken we ook nog in het jaarverslag van het Klimaatfonds zelf. En dan wordt het pas echt bizar!
Het jaarverslag laat zien dat de uitgaven van het fonds zelf nihil zijn, omdat alleen de overheveling naar de verschillende ministeries wordt verantwoord. Wat er daarna met het geld gebeurt, weten we niet.
De tabellen uit het jaarverslag van het Klimaatfonds zien er daarom zo uit:

Is het parlement door financieel en politiek wanbeleid aan de kant gezet?
In dit jaarverslag van het ministerie van Financiën lezen we dat het ministerie aan de Eerste en Tweede Kamer om decharge heeft gevraagd voor het jaarverslag van het Klimaatfonds waarin eigenlijk niets staat, behalve nullen.
Beide Kamers verleenden de gevraagde decharge en dat is vreemd met zoveel kritiek van de Algemene Rekenkamer en een jaarverslag dat feitelijk niet de gewenste informatie bevat.
Uit de Kamerstukken blijkt dat er een behoorlijke discussie is gevoerd met toenmalig minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten. Tijdens het debat over de Tijdelijke wet Klimaatfonds vroegen meerdere fracties hoe de Kamer grip houdt op miljarden die voor jaren vooruit worden gereserveerd.
Alle partijen behalve FVD, PVV en BBB steunden het fonds, maar wilden dat de Kamer jaarlijks invloed zou houden op de besteding van de middelen en niet slechts één keer bij de instelling van het fonds.
BBB, FVD en PVV betoogden dat een fonds van tientallen miljarden de normale begrotingscontrole zou uithollen en de mogelijkheid tot parlementaire controle ernstig beperkt.
Als je kijkt naar de vrij felle Kamerdebatten in 2023 bij de invoering van de Klimaatwet en je ziet wat de Rekenkamer in 2024 en 2025 voor conclusies over het financiële beheer van dit fonds heeft geschreven, kan de conclusie niet anders zijn dan dat de parlementaire democratie niet meer serieus genomen wordt door de politieke bestuurders in Nederland.
Wij vinden dit een gevaarlijke en onacceptabele ontwikkeling. Zeker nu de destijds verantwoordelijke minister voor dit dossier – Rob Jetten – momenteel als premier het land regeert.
Iemand met weinig gevoel voor financiële verantwoording en dito verhoudingen als premier kan heel schadelijk gaan uitpakken voor ons land.
Klimaat
Er is een stroomoverschot, geen tekort
TenneT waarschuwt in een nieuw rapport dat er in 2028 al een tekort aan stroom kan ontstaan. Wie echter de situatie in Nederland en Duitsland goed analyseert ziet dat die boodschap behoorlijk vertekend is. Een overschot aan groene stroom is het echte probleem waar we mee zitten. En dat gaan we niet oplossen met nog meer windmolens en zonneparken.
Er dreigt in 2028 al een elektriciteitstekort, aldus netbeheerder TenneT in een persbericht dat door de NOS en vrijwel alle mainstreammedia is overgenomen. De NOS stelt dat “[h]et dreigend tekort aan elektriciteit wordt veroorzaakt door de toenemende vraag. Steeds meer bedrijven schakelen over van gas op elektriciteit. Ook particulieren rijden steeds vaker op elektriciteit in plaats van benzine en stoken hun huis warm met elektrische warmtepompen in plaats van gas.”
Wat de NOS niet vermeldt, maar het onderliggende advies van TenneT wel, is dat er in de afgelopen twintig jaar helemaal geen sprake was van een toenemende vraag. Dit schrijft TenneT: “Ondanks dat de vraag naar elektriciteit al sinds ongeveer 2005 niet significant is veranderd (CBS, 2026), blijft de verwachting dat de energietransitie gepaard zal gaan met een significante groei van de elektriciteitsvraag.”
Stijging elektriciteitsverbruik?
De laatste maanden peilde ik tijdens lezingen de kennis hierover bij het publiek door middel van een quizvraag. Hoeveel is het elektriciteitsverbruik veranderd sinds 2005? A) gelijk gebleven B) 25 procent gestegen C) 50 procent gestegen of D) 100 procent gestegen. Vrijwel iedereen in de zaal kiest C of D. Want, zo redeneert men, we zijn toch aan het elektrificeren? Huizen van het gas, meer warmtepompen, meer elektrische auto’s en al die datacenters. De overheid zette zelfs een publiekscampagne in – Zet ook de knop om – om niet allemaal tegelijk stroom te gebruiken.
Daar tegenover staat echter dat apparaten steeds efficiënter worden en dat steeds meer industrie de deuren sluit, onder andere vanwege de hoge energieprijzen hier, die weer het gevolg zijn van de in gang gezette energietransitie.
Het elektriciteitsverbruik in Nederland steeg met zo’n 2 procent per jaar tussen 1990 en 2008 tot zo’n 123 TWh (terawattuur ofwel miljard kilowattuur) om daarna zelfs licht te dalen tot zo’n 115-120 TWh in de laatste jaren. Voor wie het niet gelooft, hieronder de grafiek op basis van CBS-data.

Stroomverbruik in Nederland in de periode 1990 tot en met 2023. Bron: CBS
TenneT blijft erin geloven dat de stagnatie in het stroomverbruik in de nabije toekomst toch echt voorbij is. “Elektrificatie wordt voor steeds meer toepassingen gezien als de belangrijkste verduurzamingsroute, zoals bijvoorbeeld voor het leveren van industriële proceswarmte (Rijksoverheid, 2025c). Hoewel efficiëntiewinst op een aantal vlakken de vraag omlaag brengt, zal de geëlektrificeerde energievraag in de industrie, transport en warmtesectoren en de nieuwe energievraag van datacenters deze efficiëntiewinsten ruimschoots overstijgen.”
TenneT verwacht dat zowel in een laag als een hoog scenario de elektriciteitsvraag de komende tien jaar flink gaat stijgen:

Figuur 3-1 uit het Tennet-advies met de verwachte vraag voor de komende tien jaar.
Zoals betoogd in een eerder artikel voor Indepen staat de chemische industrie in Europa het water aan de lippen. Vooral vanwege de hoge energieprijzen. Diverse chemische fabrieken en raffinaderijen gaan sluiten of zijn al gesloten. In Nederland gaat dit harder dan bij onze buren door de extra maatregelen van onze regering om gasgebruik peperduur te maken.
Een scenario waarbij een groot deel van de industrie verdwijnt uit ons land behoort blijkbaar niet tot de opties van TenneT. Alleen de toekomst zal leren hoe realistisch de verwachtingen van TenneT zijn geweest.Tijdens lezingen stel ik nog een andere vraag. Welk percentage van de stroom in Nederland is duurzaam? A) 3 procent B) 15 procent C) 30 procent of D) 50 procent.
Hier denkt het publiek juist dat het goede antwoord A of B is, terwijl antwoord D het goede is, 50 procent. Veel mensen vergeten dat in Nederland elektriciteit slechts zo’n 20 procent van het totale energieverbruik uitmaakt. Vijftig procent ‘duurzame’ stroom betekent dus pas tien procent ‘duurzame’ energie.
Vijftig procent ‘groene’ stroom uit met name zon en wind op land en wind op zee (en nog wat biomassa) is een hoog percentage als je bedenkt dat het om een jaargemiddelde gaat. In de winter levert zon nauwelijks iets op en in de zomer is er met name ’s nachts weinig wind. Met 50 procent als jaargemiddelde komen er al geregeld pieken voor waarop zon en wind meer dan 100 procent van de vraag leveren, stroomprijzen negatief worden en er stroom moet worden weggegooid (curtailment heet dat met een duur woord).
Zon en wind in Duitsland
In Nederland merken we dat en in Duitsland merken ze dat nog sterker. Dagblad Die Welt kwam onlangs met een artikel over wat ze daar het windstroom-raadsel noemen. Sinds 2020 bouwde Duitsland zo’n 2600 windmolens erbij en ook vele zonneparken (en zonnepanelen op daken). De jaarlijks geproduceerde groene stroom nam echter nauwelijks toe. De Nederlandse ingenieur Theo Wolters zette de Duitse cijfers op een rijtje. Hij gebruikte daarbij de eerste vijf maanden van het jaar zodat ook 2026 al meegenomen kan worden.

Het is een ingewikkeld plaatje, maar zeer belangrijk, dus ik leid de lezer er doorheen. Langs de y-as staan percentages. Het jaar 2020 is gekozen als referentiejaar en staat daarom op honderd procent. Alle lijnen op een na gaan daar dus doorheen. De lichtgroene lijn die vrij stijl omhoog loopt geeft de spectaculaire groei aan van het geïnstalleerd vermogen aan zon en wind. Dat klinkt ingewikkeld maar geeft simpelweg aan dat er veel nieuwe capaciteit is bijgekomen, windmolens en zonneparken.
De groei sinds 2020 is ongeveer 80 procent. Dus tachtig procent meer groene stroom zou je zeggen. Helaas niet. Daarvoor kijken we naar de gele lijn, geleverde zon en wind. Die steeg slechts 7 procent! Dus 80 procent meer wind- en zonnecapaciteit om slechts 7 procent meer zon en windstroom op te wekken. Allemaal gesubsidieerd. Dat is een zeer slechte investering! Er blijkt in het huidige Duitse systeem dus een maximum aandeel zon en wind te zijn dat het net aan kan en dat blijkbaar rond 2020 bereikt werd.
Het aandeel zon en wind (blauwe lijn) volgt in grote lijnen uiteraard de gele lijn, maar komt iets hoger uit. Dat komt doordat het totale elektriciteitsgebruik (stippellijn) gedaald is! Dat is een trend die in Duitsland al tien jaar gaande is. In 2015 was het stroomverbruik nog zo’n 600 TWh, in 2025 was het gedaald tot minder dan 500 TWh. De voornaamste reden: de-industrialisatie. De Duitse industrie staat mede vanwege de hoge energieprijzen (geen goedkoop gas meer uit Rusland, kerncentrales die gesloten zijn) zwaar onder druk.
Het gevolg van bovenstaande is dat de capaciteitsfactor (de lijn met onderbroken streepjes) – dat is een getal dat aangeeft hoe vaak een windmolen of een zonnepaneel op vol vermogen draait – flink is gedaald. Het percentage ‘groene’ stroom is door de licht gestegen productie en de dalende vraag echter wel gestegen en dat is te zien aan de onderste donkergroene lijn. Het was 40 procent in 2020 en is nu gestegen tot 47 procent. Die toename wordt uiteraard breed uitgemeten in de Duitse pers om de indruk te wekken dat de Energiewende een succes is.
Meer groene stroom dan het net aankan
De 47 procent in Duitsland is vergelijkbaar met wat we in Nederland halen (zon en wind zijn bij ons goed voor 44 procent want bij onze 50 procent groene stroom is ook biomassa inbegrepen) en in Duitsland loopt het systeem al helemaal spaak. Duitse energiedeskundigen speculeren nog over de belangrijkste oorzaken. Een opvallende trend is dat de productie van wind op zee de laatste jaren zelfs terugloopt ondanks de bouw van nieuwe molens.
Volgens prof. Sigismund Kobe van de TU Dresden is het mogelijk dat windmolens op zee veel wind afvangen waardoor de opbrengst van nieuwe molens terugloopt. Volgens een andere deskundige is er sprake van ‘kannibalisatie’. Door de explosieve groei in zon (zoals in Duitsland sinds 2022) zal windstroom minder opbrengen, omdat er op zonnige dagen al veel stroom is. En omgekeerd geldt hetzelfde op zeer winderige dagen.
Er is kortom meer groene stroom dan het net in Duitsland op dit moment aan kan. Natuurlijk is het mogelijk dat er op windstille dagen in de winter (zogenaamde Dunkelflautes) ook tekorten gaan ontstaan de komende jaren, omdat kolen- en gascentrales door het overschot aan gesubsidieerde zon en wind uit de markt gedrukt worden dan wel gesloten worden op last van de overheid vanwege ‘het klimaat’.
TenneT pleit nu voor het snel opzetten van een capaciteitsmarkt, waarbij kolen- en gascentrales betaald worden om stand-bye te blijven. Het geeft aan hoe onzinnig en inefficiënt het systeem is dat we aan het bouwen zijn. Zelfs als je nog tien keer zoveel zon- en windcapaciteit neerzet zullen er dagen zijn waarop die nagenoeg geen stroom leveren en blijven we afhankelijk van de back-up van kolen-, gas- of kerncentrales.
-
Wetenschap1 week geledenBewijs voor pandemie van de gevaccineerden werd 3 jaar achtergehouden
-
Klimaat1 week geledenWat is er met die 28 miljard euro voor het klimaat gebeurd?
-
Column1 week geledenDestructie66 van de landbouw of doelbewuste polarisatie van de samenleving
-
Media2 weken geledenHoe de EU het medialandschap in Nederland bepaalt
-
Column5 dagen geledenPleegde Grapperhaus meineed tijdens coronaverhoren?
-
Klimaat3 dagen geledenStroomnet overvol, maar overheid blijft desastreus beleid doorzetten
-
Wetenschap2 weken geledenCoronaverhoren: schoolsluitingen zonder berouw
-
Wetenschap4 dagen geledenArtikel ‘Pandemie van de gevaccineerden’ leidt tot merkwaardige reacties van professoren


Jan Bruggink
26 juni 2024 in 09:08
Niet alleen het weer, ook de beeldvorming rondom het weer is een belangrijke factor. Kijk naar de boeken van Jacob Nordangård, over Rockefeller, dan wordt een hele boel duidelijk.
Sjoerd de W.
26 juni 2024 in 11:42
Zijn boek ‘Verduisterende Praktijken’ is een aanrader. Heb ik recent gelezen en geeft veel inzichten.
Rienus
30 juni 2024 in 13:09
En wat kan er nou fout gaan met die knutselende `weldoeners`