Klimaat

’Windmolens goed voor natuurherstel’

Avatar foto

op

U moet van gas af voor windparken op Zee
Deel dit nieuws

De Green Deal van Europees klimaatcommissaris Frans Timmermans voorziet de bouw van mogelijk 30 duizend windturbines in de Noordzee voor 2050. Die industrialisatie van de Noordzee zou zelfs bijdragen aan ‘natuurherstel’, aldus Timmermans. Windmolengigant Ørsted, maar ook Eneco steunt tegelijk milieuclubs om dat zelfde idee aan de man te brengen.

Windmolens die helpen bij natuurherstel, het lijkt een vergezocht idee. Toch waren dit exact de woorden van Frans Timmermans bij het NOS Journaal, nadat het Europees Parlement zijn Europese Natuurherstelwet aannam op 12 juli. Die wet verplicht lidstaten om op 20 procent van hun grondgebied aan projecten van natuurclubs te werken. Ook wacht vissers de sluiting van extra visgebied voor zogenaamde ‘zeereservaten’. Dat zijn gebieden die voor legale visserij worden afgesloten, wat de zeebodem zou beschermen.

Dat gebied verliezen ze dan bovenop de duizenden vierkante kilometers gebied die zij kwijtraken aan windmolens op de Noordzee. In windfarms en een halve kilometer rondom mag namelijk niet gevist worden. Volgens de klimaatcommissaris werd zijn Natuurherstelwet juist gesteund door de grote energiebedrijven die windmolens in natuurgebieden bouwen: “Die zeiden, geef ons deze wet zodat wij deals met natuurorganisaties kunnen sluiten, zodat zij ons helpen die windparken te bouwen, en wij ze helpen om de natuur rond die windparken te laten herstellen”, aldus Timmermans afgelopen week bij de NPO.

Die operatie, door boze vissers als ‘greenwash’ bestempeld, werd al jaren zorgvuldig voorbereid door milieuclubs gelieerd aan energiebedrijf Eneco, zoals Stichting De Noordzee en zusterclub Natuur & Milieu, beide gevestigd aan de Arthur van Schendelstraat 600 in Utrecht. Maar ook door Wereld Natuur Fonds (WNF) en zijn afsplitsing ARK Rewilding Nederland. Zij vormden met miljoenen uit het Droomfonds van de Postcode Loterij een partnerschap ‘De Rijke Noordzee’, en het project ‘Rewilding de Noordzee’.

‘Rifherstel’

De lobby voor grootschalige ontwikkeling van windenergie op zee, met duizenden palen in de zeebodem, loopt zo gelijk op met het zwartepieten van visserij als ‘schadelijk voor natuur’, door de zelfde partijen. Die milieuclubs claimen nu dat het verwijderen van visserij ten gunste van in de zeebodem geheide windmolens gelijk staat aan ‘natuurherstel.’ De zandige bodem van de Noordzee zou namelijk ooit bedekt zijn geweest met oesterbanken, maar visserij zou dit hebben vernietigd. “Door visserij, een veranderende zeebodem en ziektes zijn oesterriffen de vorige eeuw verloren gaan”, claimde Stichting De Noordzee op 3 februari 2022.

Zij betaalden onderzoekers van Wageningen UR om ‘baby-oesters’ te planten in korven, gehangen aan de voet van windmolens bij Windfarm Gemini boven Schiermonnikoog in mei 2022. Het persbericht meldde: “Met het grote aantal windparken dat de komende jaren wordt gebouwd in de Noordzee, zijn de ecologische grenzen van de Noordzee al snel in zicht. Daarom moet er tegelijkertijd fors worden ingezet op natuurversterking in en rondom de parken.”

Afgelopen mei werd deze actie voor de pers herhaald, nu door ARK Rewilding Nederland. Deze zusterclub van het Wereld Natuur Fonds werkt uit naam van het programma ‘Rewilding de Noordzee’ tegen visserij, vóór de bouw van windmolens. Daarvoor krijgt ARK sponsoring van Deens windmolenbouwer Ørsted. “Vijf miljoen baby-oesters uitgezet in Noordzee voor Rifherstel”, kopte de Volkskrant op gezag van ARK, en “Riffen vormen de basis van al het zeeleven”. Ditmaal werd een kunstmatig rif in de Voordelta bij Zeeland aangelegd, met als doel deze operatie later tussen windfarms te herhalen. “ARK en Ørsted zetten zich samen in voor de terugkeer van grote, levende riffen om de biodiversiteit te versterken”, zo ronkte het persbericht.

‘Show game van hedge funds en banken’

Die alliantie (met de zelfde sponsoren) werkt op gelijke wijze tegen visserij in Amerika. Dat constateert de met een sleepnetvisser getrouwde Amerikaanse journaliste Bonnie Brady. Naast de tevens in Europa actieve Pew Charitable Trusts (een legaat van oliemaatschappij Sunoco) is in Amerika ook de David and Lucile Packard Foundation actief tégen vissers en vóór windmolens, zo ontdekte Brady. Beide zijn ook grote sponsoren van internationale CO2-politiek. Die lobby zorgde in de staat New York voor een ’50 procent groene elektriciteit in 2030’-doel.

Net als de Klimaatwet van Timmermans hier, opende die wetswijziging aan de oostkust van de Verenigde Staten de weg om grote hoeveelheden visgronden te confisqueren voor de windmolenlobby. Zoals Brady ontdekte “werd eerder vastgesteld dat offshore windenergie vier tot zes maal duurder was dan conventionele energie. Maar na de wetswijziging wilden bedrijven plots allemaal met windenergie groen lijken”, beschrijft zij in een overzicht van haar journalistieke onderzoek op YouTube.

Aan de Amerikaanse oostkust in de buurt van New York zouden vervolgens 5000 windturbines in het beste visgebied moeten verschijnen. “Na de instelling van de exclusieve economische zones (EEZ) om juist buitenlandse vloten buiten onze viswateren te houden, laten ze nu de internationale energiebedrijven binnen”, stelt zij. Volgens Brady zou sprake zijn van een “show game van hedge funds en banken”, die de windfarms zien als ‘groene’ beleggingsproducten. Ook aan de Amerikaanse kust is het Deense Ørsted actief.

Internationale bank Goldman Sachs kocht in 2018 voor 1,1 miljard dollar een aandeel van 19 procent in het Deense bedrijf. Dat leverde ze in media de kwalificatie de ‘de vieslak die groen werd’ op. Lobbyisten van milieuclubs als het Environmental Defense Fund en ook Nature Conservancy (het Amerikaanse Natuurmonumenten) helpen ‘groene’ energieregels afdwingen, die deze bedrijven helpen. Die clubs zorgden er tegelijk voor, aldus Brady, dat de bodemvisserij afgelopen twintig jaar 60 procent afnam in de Oostelijke Verenigde Staten. Dit gebeurde nadat er allerlei restrictieve regelgeving in visquota (‘catch shares’) door hun lobby tot stand kwam. Daarmee treft Amerikaanse vissers een zelfde lot als de Nederlandse vloot. Hier werden door repressief beleid dit jaar meer dan zeventig nog nieuwe vissersschepen naar de sloop gebracht.

‘De Wilde Noordzee’

Het Deense windmolenbedrijf Ørsted sponsort nu ook de ‘making off’ van een Nederlandse promotiefilm, waarbij de Noordzee als laatste wildernis wordt afgeschilderd. Andere sponsoren zijn de Nederlandse overheid, staatsnetbedrijf TenneT, baggerbedrijf Boskalis en milieuclubs als Stichting de Noordzee, Wereldnatuurfonds en ARK Rewilding Nederland. ‘De Wilde Noordzee, Natuur die zich niet laat temmen’, is de titel van de film over de ‘ongerepte natuur’ van de Noordzee. Deze moet in 2024 bij de Evangelische Omroep in vier delen worden uitgezonden.

De film van Dutch Maritime Productions brengt onder meer in beeld de natuurrijkdom die zou ontstaan in windfarms op zee. Cameraman Peter van Rodijnen begon daarvoor drie maanden terug op uitnodiging van uitbaters en bouwers van windmolens op zee te filmen, zoals in de windparken van Eneco en Shell: “Hoppa, GWO-certificering in de pocket”, stelt hij op zijn LinkedIn-pagina. “Leerzaam, maar het had in de helft van de tijd gekund. Nu wel klaar voor die unieke beelden in de windparken op zee!”

Baggergigant en mede-ontwikkelaar van windparken Boskalis verwoordt zijn enthousiasme voor de film aldus: “We steunen De Wilde Noordzee omdat daarmee het rijke onderwaterleven op een bijzondere manier in beeld wordt gebracht en daarmee tastbaar wordt gemaakt waarom we zuinig moeten zijn op de Noordzee en haar kustgebieden.” Boskalis is met 140 duizend euro per jaar industrieel sponsor van Stichting De Noordzee, en graaft jaarlijks miljoenen kuub zand op uit de volgens deze milieuclub zo ‘kwetsbare’ zeebodem.

In hun raad van toezicht zit een commissaris van Eneco, Jan-Kees Rameau. De oud-bestuurder van Stichting de Noordzee Tjerk Wagenaar was tot 2017 directeur van Natuur & Milieu, en afkomstig van de directie van energiebedrijf Eneco. Toezichthouder (lid programmatoezicht) van ‘De Rijke Noordzee’ Peter Molengraaf is tegelijk voorzitter van het bestuur van ‘groene’ energieboer Holland Solar, de belangenvereniging van de ‘groene’ energiesector. Natuur & Milieu belegt ook in zeewindfarms met haar ‘Zeekracht’-programma, wat jaarlijks anderhalve ton euro oplevert. Ook WNF ontvangt sponsoring van Eneco, samen met Shell de bouwer van windfarm Hollandse Kust 1.

En zo vindt dankzij door groene lobby ontstane wetgeving als de Klimaatwet, op de Noordzee het zelfde plaats als aan de Amerikaanse kust: decimering van de voedselvoorziening uit zee, en de aanleg van windfarms als beleggingsproducten. In Nederland geldt 15 jaar opbrengstgarantie, dankzij de 15 jaar looptijd van de SDE-subsidie die de Nederlandse regering verstrekt, en dankzij de miljardensubsidies voor ‘groene’ waterstof, die het ministerie van Economische Zaken en Klimaat verstrekt aan energiebedrijven als Shell en Eneco.

De acties van milieuclubs die natuur claimen te beschermen zijn opmerkelijk. Bewijzen dat grootschalige windfarms grote effecten op het zeemilieu hebben stapelen zich op, zoals de opvolgende reportage van dit drieluik toont.

Persbericht ‘De Rijke Noordzee’
https://www.noordzee.nl/verloren-oesterrif-wordt-in-ere-hersteld/

Ark en Ørsted herstellen natuur

https://windenergie-nieuws.nl/29/ark-en-orsted-zetten-5-miljoen-babyoesters-uit-in-pilotproject/

De Wilde Noordzee

https://www.thewildnorthsea.com/nl/partners-2/

Bonnie Brady’s Crash Course in Offshore Wind and the Anti-Fishing Lobby

www.youtube.com/watch?v=BwfKKG9vfo

The Dirty Company that’s gone green’

https://inyova.ch/en/expertise/dong-orsted/

INDEPEN staat voor een onafhankelijk en pluriform medialandschap met ruimte voor kritische en diepgaande journalistiek. Steun onafhankelijk nieuws voor slechts €2 per maand.

JA, ik help jullie!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Klimaat

Amerika stapt uit het klimaatverdrag van Rio

Avatar foto

Gepubliceerd

op

Amerika stapt uit het klimaatverdrag van Rio

De Amerikaanse president Trump heeft een meer dan symbolische daad verricht door de VS terug te trekken uit 66 internationale organisaties, waaronder het belangrijke klimaatverdrag van Rio uit 1992 en het VN-klimaatpanel IPCC. Als belangrijkste financier van de VN geeft Amerika daarmee een belangrijk signaal af dat het afgelopen moet zijn met de globalistische en misantropische VN-agenda’s.

President Trump kondigde vorige week aan dat hij middels een presidentieel decreet uit 66 internationale organisaties stapt, waaronder diverse VN-organisaties. Die organisaties druisen in tegen de belangen van de VS, aldus het decreet. De meest in het oog springende organisaties op de lijst zijn het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC), ook wel het Klimaatverdrag van Rio genoemd en het VN-klimaatpanel IPCC, dat iedere zes tot acht jaar drie lijvige rapporten publiceert, die als basis dienen voor de onderhandelingen binnen het UNFCCC.

Het Klimaatverdrag van Rio uit 1992 is de basis geworden voor de jaarlijkse klimaatconferentie, de zogenaamde Conference of the Parties (COP), waarvan die in Parijs in 2015 de bekendste is geworden, vanwege het daar gesloten Klimaatakkoord van Parijs. Zowel het Kyotoprotocol als het Klimaatakkoord van Parijs (het is geen verdrag met bindende afspraken) borduren dus voort op het Klimaatverdrag van Rio.

Vorig jaar, meteen nadat Trumps tweede termijn inging trok hij Amerika voor de tweede keer terug uit het Klimaatakkoord van Parijs (Biden had de VS weer aangesloten bij het akkoord). Maar terugtrekking uit het UNFCCC is veel fundamenteler. “Dit is een monumentale verandering”, stelde een zichtbaar stralende Marc Morano, een van de bekendste Amerikaanse critici van het UNFCC, dan ook in een tv-interview. Ook Matthew Wielicki, een op 𝕏 zeer actieve  klimaatscepticus reageert positief op de beslissing in een op 𝕏 gepubliceerd artikel: “Tegenwoordig zijn veel onderdelen van de VN niet langer gericht op het voorkomen van oorlog. Ze zijn gericht op het afdwingen van klimaatbeleid, het bevorderen van ‘gelijkheid’ (equity), en het normaliseren van permanente financiële transfers van rijke landen naar armere landen.” Voorstanders van ambitieus klimaatbeleid veroordelen uiteraard de beslissing van Trump en stellen onder andere dat Amerika zichzelf daarmee in de eigen voet schiet.

Amerika is nu het enige land ter wereld dat geen deel meer uitmaakt van het UNFCCC. Juristen zullen nog wel een tijdje steggelen over de vraag of een Amerikaanse president dit zomaar kan doen via een decreet. Het verdrag werd namelijk in 1992 geratificeerd door de Amerikaanse senaat (met 92 voor en nul tegen). Maar voorlopig lijkt het antwoord dat het inderdaad kan en dat het best lastig kan worden om in de toekomst weer toe te treden, omdat de senaat dan opnieuw erover moet stemmen.

Geld
De jaarlijkse grote klimaatconferenties, die door tienduizenden onderhandelaars, activisten, handelaren en journalisten bezocht worden, gaan tegenwoordig vrijwel uitsluitend over geld. Hoeveel moet het Westen, dat historisch gezien het meeste CO2 heeft uitgestoten, gaan betalen, via allerlei fondsen, aan ‘ontwikkelingslanden’? Dit laatste woord staat tussen aanhalingstekens omdat landen als China en India (nummer 1 en 3 van de wereld als het om de uitstoot van broeikasgassen gaat) volgens het verdrag uit 1992 zich nog altijd mogen opstellen als een ontwikkelingsland en formeel dus geen verplichtingen hebben om hun CO2-uitstoot af te bouwen.

Jaarlijkse CO2-emissies per land. Bron: Our World in Data

Green Climate Fund
Een van de fondsen die de laatste jaren vanuit de klimaatconferenties werd opgetuigd is het Green Climate Fund. Dit fonds financiert wereldwijd projecten zowel op het gebied van mitigatie (hier: CO2-reductie) als adaptatie (je aanpassen aan veranderingen, denk aan het bouwen van dijken). Dit fonds valt direct onder het UNFCCC-proces en niet verrassend kreeg het fonds dan ook te horen dat de Amerikaanse financiële bijdrage eraan (tot nu toe twee miljard dollar) met onmiddellijke ingang wordt stopgezet en dat de VS zijn zetel in de board opgeeft.

Amerika is met 22 procent de grootste financier van de VN en ditzelfde percentage gold dan ook voor het UNFCC. De Amerikaanse bijdrage aan de UNFCCC is op zich bescheiden (orde van grootte tien miljoen dollar per jaar). Filantropen zoals Michael Bloomberg hebben al aangeboden om het gat te dichten en het hele UNFCCC-proces, dat wil zeggen de klimaatonderhandelingen en de organisatie van de jaarlijkse klimaatconferenties, komt derhalve niet meteen in gevaar. De Amerikanen praten alleen niet meer mee.

De 66 organisaties bij elkaar, waaruit Trump de VS nu terugtrekt, waren volgens schattingen van AI-model Grok goed voor 650 miljoen dollar aan Amerikaanse steun in 2023. Dat is al een wat serieuzer bedrag.

Maar het echt grote geld gaat om in het klimaatbeleid zelf, de duizenden miljarden die nodig zijn voor de transitie naar een CO2-vrije economie. Mark Carney, destijds als speciaal klimaatgezant van de VN (tegenwoordig is hij premier van Canada), zei in een speech in 2019 dat er tussen 2015 en 2030 al 90 biljoen dollar (90.000 miljard dollar, dat komt in de buurt van het mondiale bnp) nodig zou zijn aan investeringen in infrastructuur. Ook binnen de klimaatonderhandelingen worden de geëiste bedragen almaar hoger. Waar eerst 100 miljard dollar per jaar werd gevraagd door ontwikkelingslanden is dat bedrag de laatste jaren opgelopen naar 1300 miljard dollar per jaar vanaf 2035. Dit bedrag is niet toegezegd door de rijke landen en klimaatonderhandelingen gaan dus daarover. Het belangrijkste signaal dat Trump met zijn actie afgeeft is dat Amerika niets ziet in dergelijke betalingen. Daarnaast is het een duidelijk signaal dat Amerika onder Trump geen heil meer ziet in tal van globalistische organisaties (eerder stapten de VS ook al uit de wereldgezondheidsorganisatie WHO) en hun vaak misantropische agenda’s. Tenslotte is het ook het nakomen van een verkiezingsbelofte.

Rio en IPCC
Het Klimaatverdrag van Rio uit 1992 stelt dat een gevaarlijke verstoring van het klimaat door de mens vermeden dient te worden. Met ‘door de mens’ bedoelde men destijds al de uitstoot van broeikasgassen. Dat was opmerkelijk omdat het eerste rapport van het VN-klimaatpanel IPCC, gepubliceerd in 1990, nog geen bewijs had gevonden dat de opwarming van de aarde door CO2 en andere broeikasgassen veroorzaakt werd. Pas in 1995 concludeerde het IPCC, in het tweede rapport, dat er “een waarneembare invloed van de mens was op het klimaat”. Dat gebeurde echter na last minute wijzigingen in het rapport, die zeer omstreden waren. Het debat tussen klimaatsceptici en mainstream onderzoekers ontbrandde daarmee in volle hevigheid, eerst in de VS en later in de hele wereld. Het debat raakte gepolariseerd en gepolitiseerd en dat duurt tot op de dag van vandaag voort.

Critici, waaronder ondergetekende, stellen dat de politiek vooruit liep op de wetenschap en daarmee de klimaatwetenschap onder druk gezet heeft. Het IPCC had in feite als taak gekregen van de politiek om met ‘het bewijs’ te komen voor de politieke VN-agenda om broeikasgassen te beteugelen. Deze politisering van de klimaatwetenschap werd openlijk zichtbaar in de climategate-affaire eind 2009 (destijds voor mij de aanleiding om met de website climategate.nl te beginnen), waarbij duizenden e-mails van prominente en aan het IPCC gelieerde klimaatwetenschappers na een hack online werden gezet. Wat sceptici al jaren bevroedden bleek waar te zijn: klimaatwetenschappers gebruikten hun posities bij instituten en wetenschappelijke tijdschriften om klimaatsceptici uit de literatuur en uit het IPCC-rapport te weren. Ze sloegen zichzelf in de e-mails op de borst als dat weer eens gelukt was.

Starre klimaatvisie
In mijn boek De Staat van het Klimaat, verschenen eind 2010, analyseer ik de eerste vier IPCC-rapporten en stel ik al hardop de vraag: is het IPCC nog te redden? De Nederlandse overheid vroeg mij officieel (naar aanleiding van de kritiek in mijn boek) om het vijfde IPCC-rapport te reviewen als expert reviewer. In latere rapporten en boeken analyseerde ik met collega’s ook het vijfde en het zesde IPCC-rapport (in een boek getiteld The Frozen Climate Views of the IPCC, vertaald verschenen als De starre klimaatvisie van het IPCC).

Het probleem van het IPCC is gemakkelijk samen te vatten. Het IPCC selecteert alleen wetenschappers die de gewenste boodschap (klimaatverandering is volledig veroorzaakt door CO2 en het is een groot probleem) al volledig ondersteunen. Sceptici worden dus buitengesloten en zijn veroordeeld tot de rol van expert reviewers. Als ze al de moeite nemen om review commentaren in te dienen kunnen die gemakkelijk terzijde worden geschoven door de auteurs. Met de selectie van met name de hoofdauteurs (lead authors) ligt de uitkomst van het rapport derhalve bij voorbaat vast. Die selectie vindt ook nog eens achter gesloten deuren plaats.

De Amerikaanse klimaatonderzoeker John Christy was een van de laatste klimaatsceptici die meewerkte aan het IPCC. In reactie op de beslissing van Trump om de VS ook uit het IPCC terug te trekken zegt hij nu: “Het IPCC heeft soms best redelijke documenten geproduceerd, maar het was duidelijk een bureaucratische VN-organisatie die was opgezet met een specifiek beleidsdoel: het uitfaseren van fossiele brandstoffen”, aldus Christy. “Dat vind ik op basis van mijn eigen ervaring als lead author en doordat ik de enorme bias heb gezien bij de selectie van de auteurs.”

“Landen blijven fossiele brandstoffen gebruiken”, stelt Christy, omdat die “extreem goed werken en betaalbaar zijn.” Landen zoals Engeland en Duitsland, en staten als Californië en New York, die volop hebben geïnvesteerd in hernieuwbare energie, “gaan achteruit”, zei hij “en moeten dit zien op te lossen voordat ze zichzelf (weer) in de Donkere Middeleeuwen terugvinden.”

Het IPCC werkt op dit moment aan het zevende assessment rapport (AR7 geheten), dat tussen 2028 en 2030 zal verschijnen. Normaal gesproken is ongeveer 10 procent van de auteurs Amerikaans. Nu is dat percentage al lager en het is op dit moment onduidelijk wat de terugtrekking van Trump uit het IPCC voor hen betekent. Wel is duidelijk dat Amerikaanse auteurs niet op de kosten van de overheid naar buitenlandse bijeenkomsten kunnen vliegen. Maar ook hiervoor worden in de VS al steunfondsen opgetuigd.

Verder Lezen

Klimaat

Het jaar 2025 haalt de broeikastheorie onderuit

Avatar foto

Gepubliceerd

op

Het jaar 2025 haalt de broeikastheorie onderuit
Onderzeese Hunga Tonga vulkaan in de Stille Oceaan

De laatste drie jaar behoren wereldwijd tot de warmste jaren sinds de metingen rond 1850 begonnen zijn, maar anders dan je zou vermoeden schiet de broeikastheorie tekort om deze periode te begrijpen, aldus Marcel Crok.

Terwijl een voor Nederland ongekende hoeveelheid sneeuw uit de hemel neerdwarrelt is het hoog tijd om terug te blikken op het afgelopen jaar. Mediahysterie is uitgebleven, want 2025 was niet het warmste jaar ‘ooit’, waarbij ‘ooit’ dan meestal duidt op het begin van de metingen, ergens rond 1850. Wel eindigt het in de top 3 van warmste jaren, ongeveer gelijk met het jaar 2023, terwijl 2024 het warmste jaar blijft.

Hoe ‘krankzinnig’ het jaar 2024 was kan goed gezien worden in deze figuur van de Amerikaanse klimaatscepticus Roy Spencer:

Dit is een ranking van de warmste jaren sinds 1979 (links staat het warmste jaar, daarna het een na warmste enzovoorts), het jaar dat satellietmetingen van de troposfeer (de onderste paar kilometer van de atmosfeer) beginnen. Deze reeks wordt door Spencer zelf onderhouden. Het jaar 2024 torent hoog boven alle andere jaren uit. Het was tevens het eerste jaar dat uitkwam boven de grens van 1,5 graden Celsius, die gesteld is in het Parijs Klimaatakkoord in 2015.

In een artikel bij de EU-klimaatorganisatie Copernicus wordt deze piek één op één gekoppeld aan de uitstoot van broeikasgassen. “De mensheid is verantwoordelijk voor haar eigen lot, maar onze reactie op de klimaatcrisis moet gebaseerd zijn op bewijs. De toekomst ligt in onze handen –  snel en doortastend handelen kan de koers van ons toekomstige klimaat nog veranderen.”, aldus Carlo Buontempo, directeur van Copernicus.

Ronkende persberichten

Wie echter verder kijkt dan de ronkende persberichten van dit soort internationale en vaak sterk politiek beïnvloede organisaties komt er al snel achter dat zowel 2023 als 2024 zeer abnormale jaren waren die juist niet gemakkelijk te verklaren zijn door onze uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Dit werd mondjesmaat ook door zeer prominente klimaatwetenschappers erkend. Zo schreef NASA-onderzoeker Gavin Schmidt, zeer vaak geciteerd in de Amerikaanse pers, al in maart 2024 het volgende in tijdschrift Nature: “Rekening houdend met alle bekende factoren, warmde de planeet vorig jaar [in 2023 dus, red.] 0,2 °C méér op dan klimaatwetenschappers hadden verwacht. Meer en betere data zijn dringend nodig.”

Een recenter stuk bij Carbon Brief, een platform dat ook keurig de mainstream wetenschap volgt, constateert feitelijk hetzelfde. Het somt een viertal logische kandidaten op die de warme periode 2023-2025 veroorzaakt zouden kunnen hebben:

  1. een relatief sterke El Niño,
  2. een snelle daling in zwaveldioxide-uitstoot door aangescherpte regels voor de scheepvaart,
  3. een onverwachte vulkaanuitbarsting op Tonga in 2022 en
  4. een sterker dan verwachte zonnecyclus.

Onderaan de streep blijft er echter ook bij Carbon Brief een onverklaarde restwarmte over.

Bij Clintel hebben we een artikel geplaatst van de Spanjaard Javier Vinós over deze materie. Vinós is van origine een neurowetenschapper, maar de laatste tien jaar spendeerde hij vrijwel fulltime aan klimaatonderzoek. Hij spitte duizenden wetenschappelijke artikelen door en schreef op basis daarvan het boek Solving the Climate Puzzle, een doorwrocht (maar niet eenvoudig) boek met krankzinnig veel data en grafieken. Het heeft als belangrijkste boodschap,  dat we veel meer moeten kijken naar energietransport binnen het klimaat (vooral van de tropen naar de Noordpool) dan naar alleen het broeikaseffect, dat zich uitsluitend focust op binnenkomende (zonne-) en uitgaande (infrarode) straling.

Hunga Tonga

Het stuk van Vinós maakt duidelijk dat we bij een uitzonderlijke gebeurtenis, de opwarming in 2023 en 2024, op zoek moeten gaan naar een uitzonderlijke mogelijke oorzaak. De enige en meest logische kandidaat is de uitbarsting op 15 januari 2022 van de onderzeese Hunga Tonga vulkaan, in de Stille Oceaan ten noordoosten van Nieuw-Zeeland. Dit was de grootste vulkaanuitbarsting wereldwijd sinds de uitbarsting van de Pinatubo in 1991. Maar anders dan bij de Pinatubo, wat geen onderzeese vulkaan is, leidde de uitbarsting van de Hunga Tonga tot een spectaculaire toename van waterdamp in de stratosfeer, de hoge luchtlaag boven de troposfeer. Ook Carbon Brief meldde deze spectaculaire toename door onderstaande figuur te tonen:

De grafiek toont de extreme toename van waterdamp op een hoogte van 20 tot 80 kilometer en hoe die extra waterdamp na de uitbarsting lang in die luchtlaag blijft rondhangen en nog steeds niet helemaal weg is.

De mainstream klimaatwetenschap probeert het klimaateffect van zo’n spectaculaire waterinjectie te begrijpen door het in klimaatmodellen te stoppen. Die modellen suggereren vervolgens dat het effect zeer gering is, in de orde van 0,05 graden opwarming, veel minder dan de totale opwarming die in 2023 en 2024 plaatsvond. Dat kan het dus niet zijn, concludeert men dan.

Vinós wijst op een waslijst aan bijzondere gebeurtenissen in de periode 2023-2025, waaronder uitzonderlijke opwarming in de oceanen, extreem weinig zeeijs rond Antarctica, extreme droogte in de Amazone, een opmerkelijke stilte in orkaanactiviteit in de Noord-Atlantische Oceaan, extreme hitte in grote delen van de wereld en een laagterecord aan wolkenbedekking.

Wolken

De clou om deze periode te begrijpen ligt volgens hem bij die zeer geringe wolkenbedekking (het laagste sinds 1940). Een jaar na de uitbarsting van de Hunga Tonga is er opmerkelijk weinig lage bewolking in de tropen, wat tot gevolg heeft dat de zon diep in de oceanen kan doordringen. Dit kan onmogelijk door de El Niño veroorzaakt zijn want die begint pas later in dat jaar. Vinós laat ook zien dat de opwarming begint in de Zuidelijke Oceaan en zich later uitbreidt naar de Grote Oceaan. Dit leidde ertoe dat wereldwijd de oceanen in 2023 en 2024 een spectaculaire opwarming vertoonden. In 2025 koelden de oceanen echter weer af waardoor we inmiddels terug zijn op het niveau van voor de uitbarsting:

Deze grafiek geeft de wereldwijde temperatuur van de oceanen weer. Klimaatmodellen zijn niet in staat al bovengenoemde exceptionele gebeurtenissen te ‘verklaren’. Met name de sterke afkoeling in 2024 en 2025 is een ‘ramp’ voor de modellen. Klimaatmodellen warmen op als de concentratie CO2 stijgt (wat het deed in 2024 en 2025) en als de luchtverontreiniging daalt (want aerosolen als zwaveldioxide reflecteren zonlicht en hebben daarmee een koelend effect). De uitstoot van zwaveldioxide (SO2) daalt al decennia (juist in China waar luchtverontreiniging ook een issue is geworden) en strengere normen voor de scheepvaart leidde op de oceanen tot een extra daling rond 2020. Dus de combinatie van stijging van broeikasgassen en daling van luchtverontreiniging zou in 2024 en 2025 moeten leiden tot opwarming, niet spectaculaire afkoeling.

Dus concludeert Vinós, en ik deel die mening, dat de spectaculaire opwarming en afkoeling in de periode 2022-2025 juist de zwakte van de broeikastheorie blootlegt. Het is niet zo dat Vinós precies begrijpt (en dus kon voorspellen) waarom Hunga Tonga deze uitwerking heeft gehad op het klimaat. Het lijkt echter volgens hem duidelijk, dat de uitbarsting een hele reeks aan dynamische effecten heeft gehad op het klimaat, die veel verder gaan dan alleen de directe effecten op straling en dus het broeikaseffect. Om het klimaat beter te begrijpen zullen klimaatonderzoekers zich dus veel meer in deze effecten op de atmosferische circulatie moeten gaan verdiepen. De klimaatwetenschap zit echter muurvast in haar denken en zal dat advies niet snel ter harte nemen, vreest Vinós.

De bekende Amerikaanse klimaatalarmist James Hansen, de vroegere directeur van het NASA klimaatcentrum GISS, ziet louter opwarming in het verschiet en voorspelt dat 2026 met 1,7 graden boven pre-industrieel zelfs zal uitkomen boven het recordjaar 2024. Vinós zelf houdt het op een lichte daling waarbij 2026 uitkomt op 1,4 graden boven pre-industrieel en op 𝕏 daagt hij lezers uit een weddenschap met hem aan te gaan als ze denken dat Hansen gelijk zal krijgen. Over precies een jaar praat ik u bij. Als het recente verleden ons iets geleerd heeft is het wel dat het klimaat verrassingen voor ons in petto kan hebben.

Verder Lezen

Klimaat

Teruggetrokken klimaatonderzoek blijft onterecht leidend

Avatar foto

Gepubliceerd

op

Teruggetrokken klimaatonderzoek blijft onterecht leidend
Foto: ANP

Een zeer invloedrijke Nature-studie over economische schade van klimaatverandering is vorige week teruggetrokken door Nature. De studie werd meteen omarmd door een invloedrijk netwerk van Centrale Banken. Allerlei signalen dat de studie zeer problematisch was werden lange tijd genegeerd. Ook het Nederlandse Klimaatexamen, gesponsord door vier provincies, maakte gretig gebruik van de alarmerende conclusies in de paper.

Eerder dit jaar nam ondergetekende in Lisserbroek deel aan het Klimaatexamen, een landelijk initiatief van Darel Education, gefinancierd door vier provincies. Het examen kon op tientallen locaties in het land en ook online gedaan worden. De online versie is nog steeds beschikbaar. Een van de vragen ging over de economische gevolgen van klimaatverandering en klimaatbeleid.

Op basis van mijn kennis ligt het eerste antwoord het meest voor de hand. De schade door klimaatverandering valt reuze mee, doordat mensen slim genoeg zijn om zich aan te passen en omdat de gevaarlijkste extremen, zoals orkanen en overstromingen, nog helemaal niet toenemen. Klimaatbeleid daarentegen is ondoordacht en overdreven duur, denk aan de honderden miljarden euro’s die nodig zijn voor de bouw van windmolen- en zonneparken en de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk. Maar iets zei me dat het ‘goede’ antwoord vermoedelijk het derde antwoord zou zijn. En jawel, mijn voorgevoel werd beloond. Hieronder de uitleg bij het goede antwoord.

 

Resultaten studie klimaatschade blijken specifieke belangen te behartigen

Klimaatschade is volgens de deskundigen van het Klimaatexamen goed voor maar liefs 20 procent van de wereldwijde economie. Eenmaal thuis was het niet moeilijk om de bron van de 38.000 miljard dollar aan schade terug te vinden. Volgens CarbonBrief, een Brits platform over klimaatverandering, was de paper (het ging dus niet om meerdere ‘studies’ zoals de vraag suggereerde) de op een na meest besproken klimaatpaper wereldwijd in 2024. De drie auteurs zijn allen verbonden aan het Potsdam Institute for Climate Impact Research (PIK), een instituut dat zeer invloedrijk is, maar ook bekend staat om het maken van alarmistische claims (het een kan verband houden met het ander).

Het resultaat van de PIK-studie, die verscheen in topblad Nature, kan zonder meer spectaculair genoemd worden. De 20 procent in 2050 is al exceptioneel, voor 2100 schatten de auteurs de schade aan de economie zelfs op 60 procent. De Nederlandse klimaateconoom Richard Tol komt in recent werk niet verder dan een kleine 2 procent aan schade bij een opwarming van 2,5 graden, iets dat in 2050 vermoedelijk nog niet bereikt zal zijn. Nobelprijswinnaar economie (2018) William D. Nordhaus komt tot vergelijkbare schattingen en hij liet in zijn Nobelrede expliciet zien dat bij ambitieus beleid (onder de twee graden proberen te blijven) de kosten van klimaatbeleid juist aanzienlijk hoger zijn dan de kosten van de klimaatverandering.

Waarom koos het Klimaatexamen ervoor een vraag te baseren op slechts één studie, terwijl er talloze studies gepubliceerd zijn die tot veel lagere schattingen van klimaatschade aan de economie komen? De vraag stellen is ‘m beantwoorden: de studie levert het gewenste antwoord op, namelijk dat we beter nu kunnen stoppen met fossiele brandstoffen. Dat zou dus veel goedkoper zijn dan de schade afwachten. Dit is het antwoord dat klimaatactivisten willen horen.

Naast veel media-aandacht werd de PIK-studie ook gretig omarmd door het Network for Greening the Financial Sector (NGFS), een internationaal samenwerkingsverband van Centrale Banken, waaronder de Nederlandsche Bank. Dit netwerk stelt klimaatscenario’s op voor banken om te kunnen bepalen hoe groot de klimaatrisico’s voor banken zijn of kunnen worden. In november 2024 (de PIK-paper verscheen in april) hebben centrale banken en andere toezichthouders wereldwijd, onder auspiciën van NGFS, een klimaatschade-functie opgenomen in hun klimaat-toolkit, gebaseerd op de dramatische schadeschattingen uit de PIK-paper, die strengere klimaatdoelstellingen voor banken kan rechtvaardigen, die boetes voor banken in Europa kan opleveren en die ertoe kan leiden dat banken extra kapitaalvoorraden moeten aanhouden. Dat laatste kan leiden tot hogere rentes voor de markt en dat kan economische groei juist remmen.

Kortom, een spectaculair paper, gepubliceerd in een wetenschappelijk toptijdschrift, direct omarmd door de financiële wereld. Vorige week, echter, op 3 december, werd de paper teruggetrokken (retracted). Voor ingewijden was het niet onverwacht, want afgelopen augustus verschenen er in hetzelfde Nature al twee studies die de PIK-studie zwaar bekritiseerden en de auteurs zelf gaven ook toe dat er fouten in hun studie zaten. Dit kreeg echter heel wat minder media-aandacht.

Econometrie
De studie probeert allerlei temperatuur- en neerslagvariabelen aan elkaar te koppelen in 83 landen en ruim 1600 regio’s, en gebruikt data uit de periode 1960 t/m 2019. “In feite kijkt de studie meer naar weer dan naar klimaat”, laat klimaateconoom en hoogleraar aan de University of Sussex Richard Tol via een videoverbinding vanuit Engeland weten. “De onderzoekers proberen namelijk kortetermijn weerschokken te koppelen aan verminderde economische groei en trekken die resultaten vervolgens door naar de toekomst aan de hand van de klimaatscenario’s van het IPCC.”

Tol is niet verbaasd dat de studie is teruggetrokken. Hij is wel verbaasd dat de studie überhaupt door de peer review heen is gekomen. Het is vrij technische materie. Volgens Tol worden er zoveel parameters gebruikt in de studie dat het gevaar van overfitting levensgroot is. Tol: “Hier is meer sprake van data mining dan van een robuuste analyse.” Volgens Tol leidt de aanpak ook tot bizarre uitkomsten. “Kleine schokken in het weer, zoals een hittegolf, kunnen volgens de onderzoekers geen effect hebben op de economie in het jaar zelf of het jaar erna, maar wel opeens tien jaar later. Dat snijdt geen hout.”

Niet verrassend is dat daarbij het al lang ontkrachte RCP8.5-scenario weer opduikt, een scenario dat zo onrealistisch is (de wereld gaat daarin de komende eeuw bijvoorbeeld tien keer zoveel steenkool gebruiken) dat gebruik ervan voor beleidsdoeleinden wordt afgeraden. Het scenario is echter ook erg aanlokkelijk voor wetenschappers omdat het garant staat voor spectaculaire resultaten en blijft daarom veelvuldig gebruikt worden.

Volgens Tol trapt de studie in de val dat arme landen vaak warm zijn. “Dat zijn veelal voormalige kolonies die om historische redenen economisch achterblijven. Dat heeft vrijwel niks met weer of klimaat te maken. Een kleine staat als Singapore doet het economisch zeer goed terwijl het ook een zeer warm klimaat heeft.”

En dan is er nog het geval Oezbekistan. Critici ontdekten dat als het land Oezbekistan, goed voor slechts 0,4 procent van het mondiale bnp werd weggelaten, het eindresultaat plotseling veel minder negatief werd. Dat duidt er uiteraard op dat de statistische analyse helemaal niet robuust is.

Schade aan de economie later in de eeuw in de PIK-studie, met en zonder Oezbekistan.

(Bron: BPI – Greg Hopper)

De afbeelding is gemaakt en gepubliceerd door Greg Hopper van het Amerikaanse Bank Policy Institute (BPI). En nu wordt het interessant want diezelfde Hopper publiceerde al in december 2024 een zeer uitgebreide kritiek op de PIK-studie op de website van het Bank Policy Institute. De titel van zijn artikel geeft aan hoe ernstig hij de situatie vond: “The NGFS’s New Climate Damage Function: A Flawed Analysis With Massive Economic Consequences”. Een maand eerder had Nature zelf ook al een waarschuwende tekst op haar website geplaatst:

Dit is echter ook precies de periode waarin NGFS zijn nieuwe klimaatschade-functie in gebruik neemt. Inmiddels weten we dat een van de kritieken die pas in augustus van dit jaar in Nature verscheen, al op 8 mei 2024 (slechts drie weken na verschijning van de PIK-paper) was ingediend. In een uitgebreide analyse op zijn Substack-pagina afgelopen augustus beschrijft de Amerikaanse wetenschapper Roger Pielke Jr. de vele problemen met de studie en ook hoe vaak er aan de bel werd getrokken. Tijdens de peer review van de paper rezen er al serieuze twijfels over de studie. Nature sloeg de bezwaren in de wind en later deed NGFS hetzelfde. De studie lijkt wel “too big to fail”, aldus Pielke.

Resultaten studie klimaatschade blijken niet betrouwbaar

Inmiddels is de studie dan toch teruggetrokken en NGFS laat dat ook op zijn website weten. Maar de tekst doet vermoeden dat er weinig aan de hand is. Hopper was al in augustus dit jaar niet te spreken over deze nonchalante houding van NGFS ten aanzien van de zwakke studie. Als  NGFS deze problemen al niet detecteert, hoeveel andere problemen kleven er dan nog meer aan hun scenario’s, aldus Hopper.

Ook de bedenkers van het Nationale Klimaatexamen hadden dus al in november van het vorig jaar kunnen weten dat er aanzienlijke problemen waren met de PIK-studie. Desalniettemin besloten ze een vraag te stellen over de economische gevolgen van klimaatverandering die uitsluitend gebaseerd was op die ene studie, alle andere studies over het onderwerp negerend.

Dit schrijft het Klimaatexamen over de commissie die de vragen opstelt: “De examencommissie bestaat uit experts van verschillende universiteiten en toonaangevende instellingen. Met hun expertise borgen zij de kwaliteit van het Klimaatexamen en kunnen wij deelnemers betrouwbare, actuele en wetenschappelijk onderbouwde kennis bieden om bewustwording over klimaatverandering te vergroten en actie te stimuleren.”

Actie stimuleren ja, dat lijkt het voornaamste doel, maar betrouwbare kennis bieden, helaas. De retractie lijkt nog niet tot de makers van het Klimaatexamen doorgedrongen. De vraag staat nog altijd online zonder disclaimer. Hier is mijn ongevraagde advies: stuur alle deelnemers, zowel van het fysieke als het online examen een e-mail met daarin uitleg over de kwestie.

Verder Lezen

Recent

Amerika stapt uit het klimaatverdrag van Rio Amerika stapt uit het klimaatverdrag van Rio
Klimaat2 dagen geleden

Amerika stapt uit het klimaatverdrag van Rio

De Amerikaanse president Trump heeft een meer dan symbolische daad verricht door de VS terug te trekken uit 66 internationale...

Nieuwe EU-ketenregels dreigen inflatie aan te jagen en mkb te vernietigen Nieuwe EU-ketenregels dreigen inflatie aan te jagen en mkb te vernietigen
Economie3 dagen geleden

Nieuwe EU-ketenregels dreigen inflatie aan te jagen en mkb te vernietigen

Vanaf 2026 en 2027 gelden nieuwe EU-regels die bedrijven verplichten tot transparantie over herkomst en milieu-impact van de gebruikte materialen...

Europese Commissie trekt zich niets aan van (Mercosur) protesten Europese Commissie trekt zich niets aan van (Mercosur) protesten
Economie4 dagen geleden

Europese Commissie trekt zich niets aan van (Mercosur) protesten

Er gaat regelmatig wat goed fout in de Europese Unie als gevolg van beleid van de Europese Commissie. Denk aan...

De mogelijke gevolgen van de Bulgaarse euro voor Nederland De mogelijke gevolgen van de Bulgaarse euro voor Nederland
Economie5 dagen geleden

De mogelijke gevolgen van de Bulgaarse euro voor Nederland

Per 1 januari 2026 heeft de Bulgaarse regering, na maandenlange massale burgerprotesten,  de euro als wettig betaalmiddel ingevoerd. De euro...

Zakendoen met de VS holt Nederlandse economie uit Zakendoen met de VS holt Nederlandse economie uit
Economie6 dagen geleden

Zakendoen met de VS holt Nederlandse economie uit

Het Centraal Planbureau (CPB) deed voor de Nederlandse politiek onderzoek naar de gevaren van economische en financiële samenwerking met de...

Armoede in Nederland neemt toe Armoede in Nederland neemt toe
Economie1 week geleden

Armoede in Nederland neemt toe

Uit nieuwe cijfers van het CBS uit december 2025 blijkt dat de armoede in Nederland voor het eerst in vijf...

Bewuste onwetendheid drijft maatschappij afgrond in Bewuste onwetendheid drijft maatschappij afgrond in
Column1 week geleden

Bewuste onwetendheid drijft maatschappij afgrond in

Lange, nee zeer lange tijd, heb ik mij afgevraagd hoe het toch mogelijk is dat op het oog intelligente mensen...

Het jaar 2025 haalt de broeikastheorie onderuit Het jaar 2025 haalt de broeikastheorie onderuit
Klimaat1 week geleden

Het jaar 2025 haalt de broeikastheorie onderuit

De laatste drie jaar behoren wereldwijd tot de warmste jaren sinds de metingen rond 1850 begonnen zijn, maar anders dan...

VS voornemens NAVO-lidstaat aan te vallen? VS voornemens NAVO-lidstaat aan te vallen?
Buitenland2 weken geleden

VS voornemens NAVO-lidstaat aan te vallen?

De NAVO lijkt op het punt te staan het meest ondenkbare moment in haar geschiedenis mee te maken: de machtigste...

Wie bepaalt wat een dreiging is? Wie bepaalt wat een dreiging is?
Column2 weken geleden

Wie bepaalt wat een dreiging is?

Cees van den Bos heeft een uitgebreid artikel (bomenenbos.substack.com) geschreven over de complexiteit die schuilgaat achter het functioneren van onze...

Trending

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

© Stiching Indepen - alle rechten voorbehouden. - indepen.eu | KVK: 88160408 | Algemene voorwaarden

Colofon FAQ Contact

Volg ons via

 


Dit zal sluiten in 0 seconden