Klimaat
REPORTAGE: Familiebedrijven vissers sneuvelen voor ‘groene’ waterstof
Vissers moeten op de Noordzee wijken voor de uitrol van mogelijk 30 duizend windmolens voor 2050, in combinatie met de sluiting van nog eens 30 procent van hun visgebied. Dit komt mede dankzij Rob Jetten’s klimaatmiljarden voor de ‘groene’ waterstofproductie van grote energie-multinationals.
Klimaatminister Rob Jetten’s ‘Klimaatfonds’ van 28 miljard euro zou de inmiddels roemruchte 0,000036 graden temperatuurverschil opleveren in 2030, in theorie. De meeste miljarden daarvan gaan naar de grootschalige industrialisatie van de Noordzee met windfarms. Die windfarms verschijnen allen in de ondiepe zandige delen van de zee, die nu de belangrijkste visgronden zijn van garnalenvissers. Zoals de Wieringer visser Dirk Koster, die van plan was zijn bedrijf over te doen aan zijn zoon Pascal. Door de nieuwe ontwikkelingen vrezen zij voor hun toekomst.
Terwijl milieu organisaties als het Wereld Natuur Fonds (WNF) zijn familiebedrijf beschuldigen dat zij met hun netten de zandige zeebodem ‘beroeren’ en dus de natuur schaden, worden nu met een lawaai van 150 decibel 69 turbinepalen in de zeebodem geheid bij Bergen aan Zee in 125 vierkante kilometer zeenatuur. Dat is het project Hollandse Kust 1 van Shell en Eneco. Laatstgenoemde bedrijf is de energiepartner van het Wereld Natuur Fonds. Eneco exploiteert ook al 19 windturbines in de Waddenzee bij Delfzijl.
‘Hernieuwbare Waterstof’
Nog meer van deze windfarms worden met extra overcapaciteit gebouwd, omdat de regering Rutte met de Europese Commissie in de productie van waterstof investeert. Die waterstof zou geproduceerd gaan worden met elektriciteit afkomstig van zeewind. Voor die productie met zogenaamde ‘elektrolysers’ reserveert het kabinet nu extra klimaatmiljarden.
Zoals de Rijksoverheid meldt op 23 juni: “Die ambities (voor een klimaatneutraal energiesysteem) vragen volgens ministers Micky Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat) en Rob Jetten (Klimaat en Energie) om voortvarend beleid, gericht op zowel de aanbod- als de vraagkant van waterstof. Om de waterstofmarkt op te schalen, subsidieert het kabinet elektrolyse en wil het de industrie met subsidies en een verplichting stimuleren om vanaf 2026 steeds meer hernieuwbare waterstof te gebruiken. In het Klimaatfonds is hiervoor 9 miljard euro gereserveerd.”
Die ambitie valt onder het zogeheten H2Global-subsidieprogramma. Onder de zelfde vlag opereert in Duitsland met deelneming van de Duitse regering een H2Global-stichting, met de grote energiebedrijven als RWE, ENGIE, Deens windfarmbouwer Ørsted en BP als sponsoren. Naast het H2Global-programma met Jetten’s klimaatmiljarden loopt sinds 2021 het Hy2Use-programma van 5,2 miljard euro van de Europese Commissie. Daar vult de Nederlandse regering de subsidiepot aan met 800 miljoen euro voor nieuwe waterstoffabrieken op Nederlandse bodem.
‘Subsidieloos’ met onderzoeksubsidie
Waterstof (H2) is geen brandstof zoals aardgas (CH4), maar een energiedrager die bijvoorbeeld met elektrische ontleding (elektrolyse) van water (H2O) ontstaat. Er gaat dus eerst veel energie verloren om waterstof te maken, voor je waterstof inzet als ‘groene’ brandstof. De meest gangbare manier waterstof te maken voor de chemische industrie, is nu door deze bij hoge temperaturen uit aardgas (CH4) met stoom (H20) te winnen. Dat is de zogenaamde grijze waterstof.
Dit energie-intensieve proces veroorzaakt echter meer CO2-productie dan wanneer gewoon aardgas wordt gestookt voor energie. Zo ontstond het idee bij energiebedrijven, dat windmolenstroom zou kunnen worden gebruikt als manier om waterstof te maken. Dat heet ‘groene’ waterstof, een vondst van grote energiebedrijven als BP en Shell en opgenomen in een ‘Hydrogen Council’, gelanceerd bij het World Economic Forum (WEF) in Davos in 2017.
Eerste spekkopers van Jetten’s waterstofsubsidies, zijn daardoor onder meer Shell en Eneco. Eneco kondigde aan Hollandse Kust 1-park met 759 opgesteld vermogen ‘1 miljoen huishoudens’ van stroom zou voorzien. In de praktijk levert zo’n park op zee maximaal 40 procent van dat vermogen in een jaar. Ook zou het park ‘subsidieloos’ gebouwd worden, zo verkondigde de Rijksoverheid op 29 juli 2020.
Wat het persbericht verzuimde te vermelden is de deal die Shell met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat sloot. Weliswaar zou het park zonder directe subsidies worden gebouwd. Shell zou wel subsidies voor Research en Development in ‘groene’ waterstof krijgen, net als energiebedrijven als ENGIE. Ook zouden zij deelnemen in het Europese subsidieprogramma Hy2Use, om de Europa’s grootste ‘groene’ waterstoffabriek te bouwen: Holland Hydrogen 1 op de Tweede Maasvlakte.
Waterstofillusie
Die bouw ging afgelopen jaar van start. Zoals Shell in zijn persbericht aankondigde “is het (Holland Hydrogen 1) ook een ander voorbeeld van Shell’s eigen inspanningen en toewijding om tegen 2050 een netto-emissievrij bedrijf te zijn.” Daarvoor krijgen zij nu subsidies uit het Hy2Use-programma. Net als andere energiegiganten als Ørsted, met Goldman Sachs als 18 procent-aandeelhouder. Dat Deense bedrijf bouwt nu ook een waterstoffabriek in Zeeland, met Nederlandse subsidies, net als Engie in Groningen.
De subsidieprogramma’s vinden nu doorgang ondanks vernietigende kritiek van experts. Daarvan is voormalig energie-topambtenaar bij de Europese Commissie, Samuele Furfari de belangrijkste. Hij publiceerde in 2021 zijn boek ‘The Hydrogen Illusion’ (de waterstofillusie), op grond van zijn ervaringen als energie-ambtenaar bij de Europese Commissie. Furfari’s wetenschappelijke commissie had in de jaren ’80 en ’90 al met de optie van waterstof als energievervanger geëxperimenteerd. En in die onderzoeksprojecten concludeerden ze dat waterstof nooit rendabel zou zijn, zeker niet via elektrolyse.
“Je kunt het politici bijna niet aan het verstand krijgen, ze willen zo graag een oplossing voor hun klimaatpolitiek”, reageert Furfari telefonisch. “Maar de waterstofeconomie zal ook in de verre toekomst nooit uit kunnen zonder massieve staatsteun.” Zoals de chemisch ingenieur voorrekent, spendeerde de Europese Commissie sinds 2003 ruim duizend miljard euro subsidies om de huidige capaciteit van 17 procent ‘groene’ stroom uit te rollen, 3 procent van de totale energiebehoefte. “En dan zou je die stroom, die niet uit kon zonder subsidie ,nog eens aanwenden om met elektrolyse waterstof te maken met een rendement van 60 tot 70 procent.”
Volgens Furfari zou, door alle omzettingsverliezen bij waterstofproductie, nog een factor dertien meer windmolens in zee moeten verschijnen, ten opzichte van direct gebruik in huishoudens. De ‘1 miljoen huishoudens’ die volgens Eneco dus de stroom van Hollandse Kust 1 zouden krijgen zijn dus een illusie. De gesubsidieerde productie van ‘groene’ waterstof (200 megawatt) roomt daarvan al een derde af, ten gunste van Shell’s ‘vergroening’.
Extra zuur
Het is voor Nederlandse garnalenvissers ondertussen extra zuur. De Tweede Maasvlakte van 2000 hectare (waar Shell zijn ‘groene’ droom realiseert) werd door Boskalis opgespoten in visgebied met in volume 70 Feijenoordstadions uit de Noordzeebodem opgegraven zand. Vissers vragen zich nu af waarom dat geen ‘bodemberoering’ heette. Volgens de ‘passende beoordeling’ van de overheid, en het Rotterdams Havenbedrijf zou deze ingreep echter mogelijk zijn, mits elders ‘natuur’ zou worden bijgewonnen. In 2009 betekende dit aanvankelijk, dat de allergrootste vissersschepen voor de Zeeuwse kust niet meer mochten vissen in 20 duizend hectare Voordelta. Dit was milieuclubs niet genoeg. Als ‘natuurcompensatie’ voor deze bouw van industriegebied in zeenatuur, eisten Natuurmonumenten en WNF dit voorjaar succesvol bij de rechter, dat juist ook de kleinere garnalenvissers in Zuid Holland en Zeeland meer visgebied zouden moeten inleveren. Het WNF stelt dat vissers de ‘bodem beroeren’ en dus zou natuurwinst worden bereikt door hen te verjagen.
Voor het groen wassen van WNF-partner Eneco, komt deze belediging voor vissers als de Familie Koster nog bovenop de wond die mogelijk nog 30 duizend extra windmolens in natuurgebied aanbrengen. De Noordzeenatuur, waar zij drie generaties lang hun broodwinning vonden. Over ‘duurzaam’ gesproken…
Wilt u de vissers steunen?
De Stichting Tot Behoud Visserij Nederland (STBVN)
https://www.stbvn.nl/#steun-ons
‘Groene Waterstof’
https://www.weforum.org/agenda/2021/12/what-is-green-hydrogen-expert-explains-benefits/
‘Subsidieloze windfarms’
‘Waterstofillusie’
800 miljoen euro subsidie voor elektrolyse
Jetten’s Klimaatfonds voor waterstofeconomie
H2 Global Cluster
Klimaat
Kabinet-Jetten: verder op weg naar de afgrond
Het nieuwe kabinet blijft vol inzetten op klimaatdoelen en groene groei. De netcongestie wordt gezien als grootste knelpunt op weg naar het klimaatnirvana. Dat gaat het kabinet oplossen met weer een nieuwe crisiswet. Het motto van het kabinet luidt “Bouwen aan een beter Nederland”, maar volgens Indepen-auteur Marcel Crok is dit Orwelliaanse Newspeak.
Bij het programma Ongehoord Nieuws mocht ik afgelopen week aanschuiven om iets te zeggen over het klimaatbeleid van het nieuwe kabinet-Jetten. Aanleiding was onder andere het artikel dat ik eerder schreef voor Indepen over de teloorgang van de chemische industrie in Nederland. Televisie leent zich slecht voor nuance en over klimaatbeleid valt veel meer te zeggen dan de paar minuten die je krijgt in de uitzending, dus laten we hier eens rustig kijken naar wat het kabinet van plan is.
De titel van het regeerakkoord luidt: Bouwen aan een beter Nederland. Chemicus Jaap Hanekamp wees er vorige week in zijn eerste column voor Indepen fijntjes op dat het kabinet hiermee ‘de utopie’ (de niet-bestaande paradijselijke toekomst) probeert te slijten aan het Nederlandse volk. Volgens Hanekamp presenteert de overheid zichzelf als een soort verlosser die een perfect ‘beter’ of paradijselijk Nederland kan bouwen door middel van doelen, modellen, regelgeving en ingrijpende maatregelen (zoals de gasputten in Groningen volstorten met beton of sectoren ontmantelen). In de praktijk leidt zulke utopische politiek volgens Hanekamp tot een technocratisch geloofssysteem: het beleid rust op modelmatige ficties (zoals stikstofmodellen die hij elders “schijnprecisie” noemt), religieuze ijver om tegenargumenten te diskwalificeren, en bereidheid om hele bevolkingsgroepen of sectoren te schaden voor een onbereikbaar ‘natuurparadijs’ of ‘beter’ ideaal.
Stikstof
Hanekamp richt zijn pijlen vooral op het stikstofdiscours, waar de overheid alle ballen op stikstof heeft gezet als het om natuur gaat en een kunstmatige wereld heeft gecreëerd met kritische depositiewaarden voor natuurgebieden en het Aerius-model. De vergelijking met het klimaatbeleid is echter eenvoudig te maken. Hoewel stikstof een nationaal (Nederlands) geconstrueerd ‘probleem’ is (zodra je de grens met Duitsland oversteekt bestaat het ‘probleem’ plots niet meer omdat de stikstofnormen daar veel soepeler zijn) en klimaat een wereldwijde ‘crisis’ zou zijn, zijn de onderliggende mechanismen vergelijkbaar.
Bij stikstof zijn de grenzen bepaald door de kritische depositiewaarden, bij klimaat is dat de tweegradengrens (liefst 1,5 graad en dus het doel dat Nederland nastreeft) van het Parijs-akkoord. Deze ‘harde’ grens, die overigens geen wetenschappelijke basis heeft maar een politieke keuze was, is vervolgens te koppelen via modelberekeningen aan een wereldwijd koolstofbudget: er mag nog zoveel CO2 uitgestoten worden voordat we over de 1,5 of 2 graden heen gaan.
Het grootste deel van de wereld trekt zich weinig aan van dit fictieve resterende koolstofbudget en de CO2-concentratie in de lucht blijft dan ook jaar na jaar stijgen.

De sinds 1958 op Mauna Loa gemeten CO2-concentratie in de lucht, die representatief is voor de wereldwijde concentratie. Bron: NOAA
Alleen de EU en het Verenigd Koninkrijk lijken het koolstofbudget nog serieus te nemen. In de EU hebben we het Emission Trading System (ETS), waaronder 40 procent van de CO2-emissies in de EU vallen, vooral die van de industrie en de energiesector. Jaar na jaar worden er minder emissies toegestaan onder ETS. Dit creëert dus schaarste en drijft de ETS-prijzen om CO2 te mogen uitstoten op. De prijs schommelt inmiddels zo rond de 80 euro per ton CO2 (wat neerkomt op een kleine 20 eurocent per liter benzine). De komende jaren moet ETS2 uitgerold worden, wat zich richt op huishoudens, gebouwen en wegvervoer. Dan gaat de burger het klimaatbeleid dus ook direct bij het tanken aan de pomp voelen. Er is echter weerstand en ETS2 is voorlopig uitgesteld tot 2028.
Kabinet-Jetten
Het kabinet-Jetten conformeert zich (uiteraard) volledig aan het EU-klimaatbeleid. Het onlangs door eurocommissaris Wopke Hoekstra erdoor gedrukte nieuwe ambitieuze doel van 90 procent CO2-reductie in 2040 (op weg naar Net Zero in 2050) ontbreekt uiteraard niet: “We gaan met volle kracht aan het werk om de klimaatdoelen te halen. Het klimaatdoel van 2030 wordt lastig, maar we houden die ambitie vast. We gaan vol door met de implementatie en realisatie van maatregelen die reeds zijn afgesproken, lossen knelpunten in de uitvoering op en versnellen doorbraken waar mogelijk. Door vol in te zetten op lange termijnbeleid en een slimme Europese aanpak doen we alles wat nodig is om de klimaatdoelen voor 2040 en 2050 te halen.”
De klimaatparagraaf in het regeerakkoord heet: Op koers voor het klimaat en groene groei. Hoewel de economische groei van de EU al jaren flink achterblijft bij die van de VS en China, blijven onze bestuurders geloven in ‘groene groei’: “We zijn ervan overtuigd dat een innovatief klimaatbeleid en duurzame economische groei twee kanten zijn van dezelfde medaille.” Waaruit dat zou moeten blijken wordt echter niet duidelijk. Zoals eerder hier beschreven staat de chemische industrie in Nederland en Duitsland op omvallen als gevolg van de hoge energieprijzen. Internationaal blijkt er een duidelijke relatie tussen het percentage ‘duurzame’ energie (met name zon en wind) en de hoogte van elektriciteitsprijzen.

Relatie tussen het aandeel zon en wind in de elektriciteitsproductie en de elektriciteitsprijzen. Bron: WSJ
Dit soort informatie schittert altijd door afwezigheid in overheidsdocumenten. Het sprookje van de ‘groene groei’ moet tegen beter weten in overeind blijven. Hoewel ‘groene krimp’ een betere benaming zou zijn. Typerend was dat Laurens Dassen van Volt in de uitzending van Ongehoord Nieuws Chinese elektrische auto’s als voorbeeld van succes noemde in de ‘groene’ economie. Wat hij wegliet is dat westerse autofabrikanten (zowel in de EU als in de VS) massaal miljarden hebben moeten afschrijven op de ontwikkeling van elektrische auto’s. Ook deze markt komt, net als die van de zonnepanelen, dus vrijwel geheel in Chinese handen. Hoe de EU daar geld aan gaat verdienen mag Joost weten.
Onafhankelijk
“We kiezen voor een welvarend, schoon én onafhankelijk Nederland. Omdat we geloven dat een bloeiende economie en leefbare aarde hand in hand kunnen gaan”, schrijven de coalitiepartners. Het kabinet wil een “onafhankelijk” Nederland. Bij energie betekent dat in de praktijk ‘geen gas van Poetin’. Ook schrijft men: “Het Groningerveld blijft gesloten.” De oorlog in Iran laat zien hoe kwetsbaar Nederland is geworden en juist hoe afhankelijk geworden van het buitenland. Zestig procent van ons gas komt tegenwoordig in de vorm van het dure LNG uit de VS. Wat als we echt ruzie krijgen met Trump? De kersverse minister van Klimaat en Groene Groei, Stientje van Veldhoven, benadrukte vorige week dat de heropening van de Groningse gasvelden onbespreekbaar is.
Het kabinet ziet de netcongestie (die juist ontstaan is doordat we grote hoeveelheden zonne- en windstroom het net in willen persen) als de grootste hobbel voor de verdere verduurzaming van Nederland en dus als de beperkende factor voor de beloofde ‘groene groei’. Er komt daarom een Crisiswet Netcongestie, waarmee procedures flink versneld moeten gaan worden (lees: omwonenden krijgen nog minder kans om bezwaar te maken dan nu al het geval is). De kosten van deze netuitbreiding zijn echter astronomisch. TenneT schat zo’n 200 miljard euro nodig te hebben. Merk op, hiervoor krijg je geen kWh aan ‘groene’ stroom, slechts de infrastructuur die daarvoor nodig is.
De kosten voor windparken op zee zijn ook zodanig gestegen dat geen exploitant de bouw ervan ziet zitten. Niet getreurd, dan zetten we ook daarvoor nieuwe subsidies in. Deze keer heet het in Engels jargon “Contracts for Difference” (het verschil met de marktprijs legt de overheid bij). Er staat nu voor bijna 5 gigawatt (GW) aan Nederlandse windcapaciteit op de Noordzee en de uitrol komt al piepend en krakend tot stilstand. Maar niet getreurd, de ambitie van dit kabinet is 40 (!) GW in 2040.
Kaartenhuis
Ik ga nu een voorspelling doen. Die 40 GW gaan we niet halen evenmin als het doel 90 procent CO2-reductie. Het zijn onhaalbare en onbetaalbare doelen. In de uitzending van ON stelde ik – ik geef toe een gewaagdere voorspelling – dat het klimaatkaartenhuis binnen vijf jaar gaat instorten. Puur door economische malaise, niet doordat men tot inkeer is gekomen. Of de EU zelf dit gaat overleven, geen idee? Of er een ander utopisch doel voor in de plaats komt, vermoedelijk wel, want zo werkt de politiek.
Bouwen aan een beter Nederland is Orwelliaanse Newspeak. Een betere omschrijving is: Verder op weg naar de afgrond.
Klimaat
Vrouwen trekken van leer tegen de klimaatagenda
In de klimaatdiscussie zijn het vooral oudere, vaak gepensioneerde mannelijke wetenschappers die de strijd aangaan tegen het heersende paradigma. Vrouwelijke sceptici zie je maar heel weinig. Toch komt daar de laatste tijd verandering in. Zowel in de wetenschap als de media trekken vrouwen steeds vaker hun mond open tegen wat zij zien als een angstaanjagende en maatschappijontwrichtende agenda. Een goede ontwikkeling.
Het klimaatdebat is echt een mannenwereld. Of beter gezegd, een boze, witte, oude mannenwereld. Het meest hilarische voorbeeld hiervan dat ik me kan herinneren was de Ontgroeningsdag 2010, een congres in Utrecht dat georganiseerd werd door de sceptische denktank de Groene Rekenkamer. Verslaggever Rutger Castricum kwam langs om een reportage te maken voor GeenStijl en hij zoomde in op het enige “leuke meisje” dat in de zaal zat. Het bleek – uiteraard – geen sympathisant te zijn van het gedachtengoed maar een studente die voor een studieopdracht moest optekenen hoe klimaatsceptici denken.
Sallie Baliunas
Dit beeld was internationaal hetzelfde. Ik bezocht enkele klimaatconferenties van het conservatieve Heartland Institute in 2007 en 2008. Zelfde laken een pak. Veelal gepensioneerde mannen, nauwelijks vrouwen in de zaal, laat staan achter het spreekgestoelte. Er zijn altijd uitzonderingen natuurlijk. Sallie Baliunas publiceerde met de bekende klimaatscepticus Willie Soon in 2003 kritiek op de beruchte hockeystickgrafiek van Michael Mann. In de documentaire Climate: The Movie (al gezien? Zo niet: doen!) vertelt Baliunas dat meteen daarna de aanvallen op hen begonnen: financiering droogde op, projecten werden stopgezet. De reden: Soon en Baliunas onderzochten de rol van natuurlijke klimaatverandering en met name de rol van de zon. De dominante rol van CO2 in twijfel trekken, dat was onacceptabel. Baliunas trok het op een gegeven moment niet meer. “Ik ben vroeg met pensioen gegaan. En mijn familie zei dat ik nog veel eerder met pensioen had moeten gaan, jaren eerder. Ze hadden gemerkt hoeveel tol het van hen én van mij had geëist”, vertelt ze in de film.
Judith Curry
Een van de weinige prominente en nog actieve vrouwen in het internationale klimaatdebat is Judith Curry. Zij zat aanvankelijk in het kamp van Michael Mann en andere activistische Amerikaanse klimaatwetenschappers (vanwege een alarmistische paper over toegenomen orkaanactiviteit), maar met name de climategate-affaire in 2009, waarbij duizenden e-mails van prominente en aan het IPCC verbonden klimaatwetenschappers door een hack online werden gezet, openden haar de ogen. Ze vond het gedrag van haar collega’s niet erg professioneel. Ze begon een blog en besteedde daar ook aandacht aan ‘redelijke’ sceptici zoals Stephen McIntyre, de Canadees die had blootgelegd dat de hockeystickgrafiek van Mann een statistische artefact was.
Een wetenschapper die ‘overloopt’ naar het andere kamp is natuurlijk het ergste wat je kunt hebben. Dus werd Curry geregeld weggezet in de media als een ‘klimaatontkenner’, met name door Michael Mann. In 2017 zei Mann nare dingen over haar in een artikel in The Huffington Post, net op het moment dat Curry solliciteerde bij haar universiteit Georgia Tech. Het artikel werd breed verspreid onder haar collega’s en het was game over, aldus Curry. In een rechtszaak die Mann vanwege smaad en laster aanspande tegen twee columnisten, kwam naar boven dat Mann in e-mails aan collega’s had geïnsinueerd dat Curry zich een weg naar boven had geslapen. Curry en haar partner Peter Webster ontmoetten elkaar op de universiteit, toen zij nog een student was en hij nog getrouwd. In januari 2017 besloot Curry dat het genoeg was en gaf ze haar vaste aanstelling (dit heet tenure in de VS en is het hoogst haalbare voor een wetenschapper) aan Georgia Tech op. Op haar blog schreef ze: “De diepere redenen hebben te maken met mijn groeiende ontgoocheling met universiteiten, het academische vakgebied klimaatwetenschap en klimaatwetenschappers.” Ze is overigens niet gestopt met haar werk. Met Webster runt ze een bedrijf en vorig jaar was ze een van de vijf coauteurs die een opzienbarend klimaatrapport uitbrachten in opdracht van het Department of Energy. Komende april in Washington zal Curry spreken tijdens het eerstvolgende klimaatcongres van Heartland en aangezien ik daar ook spreker ben hoop ik haar eindelijk (na vele e-mails) in levende lijve te ontmoeten.
Linnea Lueken
Tijdens dat congres domineren nog altijd de mannelijke sprekers maar toch is er een zekere kentering gaande. Sinds enige jaren werkt Linnea Lueken bij The Heartland Institute, een jonge vrouw van eind twintig die tijdens haar studie geleidelijk aan sceptisch werd. Ze publiceerde daar al in 2017 over bij de sceptische website Watts Up With That?, toen nog onder pseudoniem. Ze werkte een tijdje als ingenieur op een olieplatform, maar ze koos er uiteindelijk voor om zich fulltime bezig te houden met het klimaatdebat. Ze schrijft, geeft lezingen en treedt geregeld op in de podcast van Heartland. Dit is uniek, een jonge vrouw die kiest voor een ‘carrière’ als klimaatcriticus.
Lucy Biggers
Een nog opmerkelijkere verschijning op de sprekerslijst van Heartland is Lucy Biggers. Lucy zat tot enkele jaren geleden diep in de klimaatbeweging. Ze trok zelfs op met Greta Thunberg en werkte samen met het fanatieke Democratische parlementslid Alexandria Ocasio-Cortez (beter bekend als AOC).

Lucy met Greta in Stockholm (2019) en met AOC (2018), bron: The Free Press
Haar coming out vond plaats in mei 2024 met een uitgebreid artikel bij The Free Press waar ze zelf werkt en hoofd social media is. Ze heeft ook meerdere interviews gegeven bij de klimaatpodcast van Tom Nelson, en recent gaf ze een heel interessant interview bij The Free Press waarin ze ingaat op de psychologie van de klimaatbeweging. Ze benadrukt de sociale rol die de klimaatbeweging in haar leven speelde. Dat ze een ‘goed mens’ was door onderdeel te zijn van die beweging. Dat niemand ook maar iets ter discussie stelde.
De ommekeer voor haar kwam tijdens de eerste coronalockdown. Emissies gingen tijdelijk 17 procent naar beneden, maar Lucy werd depressief van de ellende en dacht: Wij in de klimaatbeweging pleiten voor 100 procent reductie. Wat voor maatschappij houden we dan nog over? Ook had ze jarenlang gestreden tegen het gebruik van plastic en nu werd ze plots geconfronteerd met een overdaad aan plastic mondkapjes en afschermborden. Ze verliet de klimaatbeweging in stilte, maar enkele jaren later besloot ze toch publiekelijk over haar ommezwaai te gaan vertellen. Ze heeft veel volgers op TikTok en Instagram en bereikt natuurlijk een heel ander publiek dan Will Happer of Richard Lindzen, twee van de bekendste klimaatsceptici, beiden nog heel actief maar inmiddels ook dik in de tachtig.
Danielle Carl
Onlangs op een online event van Heartland in Zürich sprak Danielle Carl, een vrouw die tot voor kort bij de duurzaamheidsafdeling van Netflix werkte. Bij Netflix? Die maken toch vooral films en series, zult u zeggen. Ja, maar ook daarin en natuurlijk in documentaires kun je het gewenste narratief verspreiden. Ze vertelde in haar lezing dat ze tijdens de klimaatconferentie van Dubai een ontbijtmeeting had met James Taylor, de directeur van The Heartland Institute. Een collega zag het, het was het begin van het einde. Ook hier werd zelf nadenken en vragen stellen niet geapprecieerd, aldus Carl.
Desiree Fixler
De laatste vrouw die ik in dit verband wil noemen is de Britse bankier Desiree Fixler. Zij werkte jarenlang aan Environmental Social Governance (ESG). Prachtig, dacht ze, geld verdienen en ook nog iets goeds doen voor de planeet. Ze bezocht regelmatig het World Economic Forum in Davos en klom op tot hoofd ESG bij Deutsche Bank. Daar ontdekte ze, naar eigen zeggen, dat hun ESG-beleid pure oplichting was. Ze kaartte het intern aan maar werd vervolgens ontslagen. De laatste maanden heeft ze meerdere uitgebreide interviews (kijk vooral deze) gegeven en is ze zeer actief en uitgesproken op 𝕏 en LinkedIn. In een post op 𝕏 van 25 februari 2026 schrijft ze onder andere: “Net Zero is dood — maar de verwoesting die het heeft aangericht is overal om ons heen voelbaar. Niet alleen was het waarschijnlijk de grootste financiële zwendel in de moderne geschiedenis, het heeft de geopolitiek radicaal veranderd.”
Ook Nederlandse vrouwen actief en de Ontgroeningsdag
Zo zijn het vrouwen uit verschillende disciplines die niet langer kunnen aanzien hoeveel schade het klimaatdebat (Biggers: angst onder jongeren, die geen kinderen meer op de wereld durven te zetten) en het klimaatbeleid (Fixler: biljoenen aan belasting- en aandeelhoudersgeld zijn verspild aan projecten die nooit levensvatbaar zouden zijn) hebben aangericht. We hebben hen hard nodig want de praktijk heeft geleerd dat mannelijke wetenschappers op leeftijd, hoe dapper zij ook de strijd aangaan, slechts een klein van de samenleving weten te bereiken.
Ook in Nederland zijn er vrouwen die de strijd aangaan met de klimaatagenda, denk aan onderzoeksjournalist Elze van Hamelen (die waarschuwt voor De Grote Verbouwing van Nederland) en Marianne Zwagerman (die strijdt tegen windturbines en campagne voert voor het ‘redden’ van het platteland). In de politiek hebben we Lidewij de Vos (FVD) die het klimaatdossier goed in de vingers heeft en Mona Keijzer, die inmiddels ook een kritisch standpunt heeft.
Volgende week (op 4 maart in Antropia, Driebergen) is er opnieuw een Ontgroeningsdag van de Groene Rekenkamer. Helaas staan er geen vrouwen op de sprekerslijst (maar wel ondergetekende). Toch een lichtpuntje: cabaretière Karin Bloemen verzorgt de slotact. Benieuwd of de samenstelling van het publiek anders is dan in 2010.
Klimaat
Professor Hanekamp haalt uit: ‘stikstofdiscours is staatsterrorisme’
In dit interview met Indepen Nieuws bekritiseert Professor Jaap Hanekamp de wetenschappelijke basis van het Nederlandse stikstofbeleid waarbij hij het rekenmodel AERIUS als onbetrouwbaar en onnauwkeurig bestempelt. Hij stelt dat de overheid ten onrechte schijnprecisie gebruikt om ingrijpende besluiten te forceren, terwijl fundamentele onzekerheden in de data worden doodgezwegen door onderzoeksinstituten.
Volgens Hanekamp is er sprake van een ideologische tunnelvisie waarbij andere natuurlijke drukfactoren worden genegeerd ten gunste van een eenzijdige focus op stikstofreductie. Hij trekt de discussie breder door dit te koppelen aan scientisme, het gevaarlijke geloof dat de wetenschap alle maatschappelijke problemen kan dicteren.
De kern van zijn betoog is dat dit beleid leidt tot staatsterrorisme tegen de agrarische sector op basis van fictieve modellen. Uiteindelijk pleit hij in zijn nieuwe boek voor een terugkeer naar de menselijke maat en een realistische erkenning van de grenzen van wetenschappelijke kennis.
Jaap C. Hanekamp is van huis uit chemicus (gepromoveerd in 1992). In 2015 is hij nogmaals gepromoveerd in de theologie en filosofie. In januari 2026 publiceerde hij zijn boek ‘Vertrouwd met de werkelijkheid – Reflecties op het moderne crisisdenken’. Hanekamp is lid geweest van het adviescollege meten en berekenen stikstof (de commissie Hordijk), dé commissie die eind 2019 opdracht kreeg van de overheid om het wetenschappelijk onderdeel van het stikstofbeleid te analyseren.
Zijn boek is hier te bestellen.
-
Politiek1 week geledenUitgaven energietransitie: 4,4 miljard – belastingen: 26,5 miljard euro
-
Column1 week geledenStikstof als staatscomplot tegen de Nederlandse samenleving
-
Politiek4 dagen geledenEuropese Rekenkamer luidt de noodklok over nieuwe EU-begroting
-
Politiek7 dagen geledenNederland tankt het duurst van Europa
-
Column1 week geledenLockdowns, afstand houden, waar blijven de maatregelen?
-
Klimaat2 dagen geledenKabinet-Jetten: verder op weg naar de afgrond
-
Klimaat2 weken geledenVrouwen trekken van leer tegen de klimaatagenda
-
Politiek2 weken geledenHoe houdbaar is het leiderschap van Christine Lagarde bij de ECB?

