Economie
Nederland koploper in aantal faillissementen
op
Door
Twan Houben
Op 12 september berichtte het CBS over de faillissementen in augustus; een toename van 5 procent ten opzichte van juli. Al 16 maanden op rij is het aantal faillissementen hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder, maar dat valt nog reuze mee in verhouding tot rampjaar 2013. Waar om politiek begrijpelijke redenen nauwelijks aandacht voor is, zijn de aantallen vrijwillige bedrijfsbeëindigingen. Daar wordt door de media, noch de politiek aandacht aan besteed en dat vind ik ernstig verwijtbaar. De huidige economische informatie is daarmee verre van compleet. Hoe ziet dat totaalplaatje eruit?
Faillissementen bedrijven
Als een bedrijf zijn schulden niet meer kan betalen, kan het failliet worden verklaard door de rechter. In economisch slechte tijden gaan meer bedrijven failliet dan in economisch goede tijden. Het aantal faillissementen neemt de laatste jaren structureel toe, maar is nog niet vergelijkbaar met rampjaar 2013 waarin er 8376 bedrijven failliet werden verklaard, aldus het CBS in deze rapportage.
Als je naar onderstaande grafiek kijkt, zie je de ontwikkeling sinds 2019 grafisch weergegeven. Na een korte, felle piek in mei 2020, daalt het aantal faillissementen weer. Hoofdzakelijk door de massale coronasteun van de overheid. Vanaf najaar 2021 begint het aantal echter weer te stijgen. In het eerste half jaar van 2023 gingen 1.513 bedrijven failliet. In de eerste helft van rampjaar 2013 waren dat er 4.150.

In welke branches zien we de meeste faillissementen?
De handel behoort tot de bedrijfstakken met de meeste bedrijven. Daarom zie je daar in absolute zin de meeste faillissementen. Relatief gezien, dus het aantal faillissementen als percentage van het aantal bedrijven, werden er in augustus de meeste faillissementen uitgesproken in de sector vervoer en opslag. Belangrijkste redenen hiervoor zijn de ongekende verhogingen van de brandstofprijzen en de loonstijgingen ter compensatie van de uit de hand lopende inflatie. Dat valt onder andere te lezen in deze analyse van kredietverzekeraar Allianz Trade.
“De toename van het aantal bedrijfsfaillissementen is voor de meeste landen al een feit, met name voor de Europese topmarkten (het VK, Frankrijk, Spanje, Nederland, België en Zwitserland), die twee derde van de stijging vertegenwoordigen”, aldus het Allianz rapport.
Ook in de bouw zien we een forse toename van het aantal faillissementen in augustus. Dat heeft te maken met de rem op bouwactiviteiten door de verlammende stikstofdiscussie, maar ook met de gestegen grondstof- en energieprijzen.

Wat is de verwachting voor de rest van 2023 en 2024?
Volgens de researchafdeling van Allianz loopt het aantal faillissementen nergens zo hard op als in Nederland. In totaal zijn 44 landen onderzocht. Nederland komt daarbij als koploper uit de bus. Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux: “Nederland is als open exportland altijd ultragevoelig voor internationale ontwikkelingen. De neergang van de economie komt hier hard aan. Daarbij zou je ook vraagtekens kunnen zetten bij de overheidssteun. Veel mkb-bedrijven klagen over de effectiviteit. Wat ook meespeelt is dat een groot aantal bedrijven hun corona-schulden moeten terugbetalen. Bijna 300.000 ondernemers hebben samen een schuld van ruim 19 miljard euro.”
De verwachting is dus een verdere toename van het aantal faillissementen per maand in de komende anderhalf jaar. De gevoeligste sectoren zijn daarbij de handel, bouw en industrie.
Hoogste aantal vrijwillige bedrijfsbeëindigingen sinds 2007
Bij een vrijwillige bedrijfsbeëindiging heeft de eigenaar/ DGA zelf besloten om tijdig te stoppen en daarmee een faillissement te voorkomen. Die vrijwillige beëindiging heeft uiteraard een dringende reden; doorgaans een gebrek aan toekomstperspectief, incidenteel een geval van pensionering.
In tegenstelling tot de faillissementscijfers, bericht het CBS niet maandelijks over het aantal vrijwillige bedrijfsbeëindigingen. Rapportages gebeuren ad hoc. Een laatste grote inventarisatie hield het CBS in augustus 2022.
In het eerste halfjaar van 2022 zijn 76 duizend (!) bedrijven opgeheven. Sinds de start van de meetmethode in 2007 was dit aantal niet eerder zo hoog, aldus het CBS. In dezelfde periode 2021 ging het nog om bijna 52 duizend bedrijfsopheffingen. Van alle bedrijfsopheffingen in het eerste halfjaar van 2022, betrof het in 64 duizend van de gevallen een bedrijf met één werkzame persoon, vooral zzp’ers. In 2021 waren dat er in het eerste halfjaar bijna 44 duizend. Dus een toename van maar liefst 20 duizend in één jaar tijd, oftewel 45 procent.
Het wordt heftiger als we naar de bedrijven met meer werkzame personen kijken. In de eerste zes maanden van 2022 werden iets meer dan 12 duizend bedrijven met meer werkzame personen opgeheven. In dezelfde periode van 2021 ging het nog om bijna 8 duizend bedrijven. Een stijging met 50 procent in slechts een jaar tijd!
Branches met de meeste vrijwillige bedrijfsbeëindigingen
In de eerste helft van 2022 zijn vooral meer webwinkels opgeheven, vergeleken met dezelfde periode in 2021. In totaal legden 6.785 webwinkels de werkzaamheden neer. Met name webwinkels in kleding (bijna 1.700), huis- en tuinartikelen (1.185) en een algemeen assortiment (1.180) stopten de werkzaamheden.
Naast webwinkels, zijn er in de eerste zes maanden van 2022 ook meer organisatieadviesbureaus (ruim 5 duizend) en financiële holdings (ruim 3 duizend) opgeheven. Het aantal opgeheven financiële holdings verdubbelde zelfs, vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. In de horeca werden 1.160 restaurants opgeheven.

Hoe staat het in 2023 met de vrijwillige bedrijfsbeëindigingen?
Duidelijk is dat het aantal vrijwillige bedrijfsbeëindigingen een veelvoud betreft van het aantal maandelijks geregistreerde faillissementen. Daar zit vaak veel persoonlijk leed achter, om nog maar niet te spreken van verloren werkgelegenheid.
Redenen waarom vrijwillige bedrijfsbeëindiging toeneemt, variëren van het niet terug kunnen betalen van te veel ontvangen coronasteun, het nog moeten betalen van achterstallige belastingen na de coronatijd, of de extra kosten die zijn veroorzaakt door de explosief toegenomen wetgeving en regeldruk vanuit de EU. Over dit laatste onderwerp maakt onder andere MKB-Nederland zich druk. Veelal tevergeefs, want de EU-wettenfabriek kent geen pauzestand.
Op de website bedrijfsbeëindigingen is te lezen dat het gemiddelde aantal vrijwillige beëindigingen per jaar rond de 150 duizend ligt. Dan praat je over 40 tot 50 keer het aantal faillissementen per jaar!
Hoe zit het met de ontwikkelingen tot op heden? Het aantal lijkt voor dit jaar gelijke tred te houden met 2022. Op deze pagina van de site kun je per branche onderzoeken hoeveel bedrijven er vrijwillig zijn gestopt. Duidelijk is dat de cijfers over vrijwillige bedrijfsbeëindigingen een aanmerkelijk minder rooskleurig verhaal laten zien dan alleen de maandelijkse faillissementscijfers.
INDEPEN staat voor een onafhankelijk en pluriform medialandschap met ruimte voor kritische en diepgaande journalistiek. Steun onafhankelijk nieuws voor slechts €2 per maand.
JA, ik help jullie!
Lees verder
-
Zakendoen met de VS holt Nederlandse economie uit
-
Donkere vooruitzichten voor 2026: economie daalt
-
Prijzen 81 procent gestegen in Nederland sinds start euro
-
Nog maar 4 procent van de Nederlanders heeft vertrouwen in de politiek
-
EU creëert doorlopend nieuwe crises om macht te vergroten
-
Inflatie in Nederland fors hoger door belastingdruk
Economie
Nieuwe EU-ketenregels dreigen inflatie aan te jagen en mkb te vernietigen
Gepubliceerd
3 dagen geledenop
15 januari 2026Door
Twan Houben
Vanaf 2026 en 2027 gelden nieuwe EU-regels die bedrijven verplichten tot transparantie over herkomst en milieu-impact van de gebruikte materialen uit de toeleveringsketen. Een juridisch voortvloeisel uit de Europese Green Deal. Zonder bewijs van die keten, geen toegang meer tot de Europese markt. De nieuwe verplichtingen zullen voor veel mkb-bedrijven echter niet op te brengen zijn en mogelijk tot een golf van faillissementen leiden. Een overzicht van de nieuwe EU-plannen voor het bedrijfsleven en de consument.
De nieuwe Europese Ontbossingsverordening (EUDR)
De EUDR dwingt – vanaf 30 december 2026 – samenwerking in de keten af voor bedrijven vanaf 250 medewerkers en/of een balanswaarde van minimaal 25 miljoen euro en/of een omzet van 50 miljoen euro. De EUDR is ontwikkeld om:
- wereldwijde ontbossing en bosdegradatie te verminderen;
- de CO2-uitstoot te verlagen en klimaatverandering tegen te gaan;
- de transparantie in toeleveringsketens te vergroten en ethische inkoop te stimuleren.
De regelgeving is van toepassing op zeven belangrijke grondstoffen en de daarvan afgeleide producten:
- vee
- cacao
- koffie
- palmolie
- rubber
- soja
- hout
Bedrijven die de genoemde grondstoffen verkopen of exporteren naar de EU moeten:
- locatiegegevens verstrekken waaruit blijkt waar het product is geproduceerd;
- aantonen dat het land van herkomst vrij is van ontbossing;
- aantonen dat de productie legaal plaatsvindt in het land van herkomst;
- een due diligence-verklaring indienen voordat de goederen de EU-markt betreden of verlaten.
Dramatisch gevolgen voor bedrijven en consumenten in de EU
Op het moment dat de Europese Commissie met nieuwe – ingrijpende – wetgeving voor bedrijven en consumenten komt, wordt er vrijwel nooit naar de financiële consequenties gekeken.
De markt moet dat maar oplossen, aldus de Europese Commissie. Als gevolg van dit gebrek aan verantwoordelijkheid nemen, laat de private sector vaak zelf onderzoek doen.
Wat blijkt? Dit soort wetgeving heeft een vernietigend effect op consumentenprijzen en winstgevendheid van bedrijven!
Een forse toename van inflatie en het aantal faillissementen zal het gevolg zijn van de EUDR. Dat volgt uit meerdere externe studies zoals deze waarin de volgende conclusies worden getrokken:
- 80 procent van de agrarische bedrijven in Afrika kunnen vooralsnog niet voldoen aan de EUDR en worden uitgesloten van handel met in de EU actieve bedrijven. De resterende 20 procent Afrikaanse bedrijven die wel voldoen, kunnen hun prijzen aan in EU gevestigde bedrijven torenhoog opschroeven, want; schaarste.
- Kleinere Europese importeurs van Afrikaanse soja, vee, cacao en palmolie kunnen de kosten van de nieuwe regels volgens de EUDR niet dragen en dreigen massaal failliet te gaan.
- Als gevolg van het vorige punt, zullen vele kleinere bedrijven worden opgekocht door multinationals, die de consumentenprijzen verder opdrijven.
- Cacao is al erg duur, maar wordt onbetaalbaar. Cacao die in Europa wordt geïmporteerd, is grotendeels afkomstig uit West-Afrika. Een bulkschip kan ongeveer 5.000 ton cacaobonen vervoeren, afkomstig van zo’n 80.000 boerderijen. Om te voldoen aan de regels volgens de EUDR moeten EU-importeurs voor al hun importen gegevens bijhouden waaruit blijkt dat er bij geen enkele van de 80.000 boerderijen ontbossing heeft plaatsgevonden. Ondoenlijk.
- De administratieve lasten die door de EUDR worden opgelegd aan Europese producenten van rundvlees, zuivel en sojabonen zullen ertoe leiden dat boeren overstappen op een kleiner aantal gewassen, waardoor de consumentenkeuze wordt beperkt.
- Aangezien de andere grote economische blokken – VS en China – niet meedoen met deze wetgeving, zullen alleen de prijzen in de EU tussen de 10 en 30 procent stijgen, waardoor er minder wordt gekocht.
- Dat wat niet in de EU wordt gekocht, gaat tegen dumpprijzen naar landen buiten de EU, zodat er een minimaal effect is op mondiale ontbossing.
De deadlines van de EUDR regelgeving zijn uitgesteld met als nieuwe nalevingsdata:
- 30 december 2026 – middelgrote en grote bedrijven,
- 30 juni 2027 – kleine en micro-ondernemingen.
Na deze data mogen producten die niet aan de regelgeving voldoen niet meer op de EU-markt worden verkocht of worden geëxporteerd buiten de EU.
Verwacht forse inflatie en een golf aan faillissementen en bedrijfsovernames na deze data.
Het digitaal productpaspoort (DPP)
Nog zo’n fraai staaltje destructieve EU-wetgeving is het digitaal productpaspoort (DPP). Waar de EUDR vooral over landbouw- en voedselproducten gaat, treft het DPP de non-food producten zoals textiel, meubelen en elektronica.
Vrijwel elk product dat de Europese Unie (EU) binnenkomt, moet een digitaal dossier hebben met materiaalinformatie, herkomstgegevens, geverifieerde duurzaamheidsinformatie en richtlijnen voor de afvalverwerking. Sectoren zoals textiel, meubels, cosmetica en kleding zullen als eerste met deze eisen te maken krijgen.
Vanaf 2027 moet de retailer voor veel producten aantonen waar ze vandaan komen, wat erin zit, hoe ze zijn gemaakt en hoe ze gerecycled kunnen worden. Dat helpt om processen te verbeteren en verspilling te beperken, aldus de Europese Commissie.
Elk item – een kledingstuk bijvoorbeeld – heeft een unieke identificatiecode, waardoor klanten, partners en toezichthouders gedurende de gehele levenscyclus toegang hebben tot accurate herkomstgegevens.
Het DPP is volgens de TU Delft ook weer een voortvloeisel uit de Europese Green Deal en brengt vooral veel uitdagingen voor logistiek en ICT met zich mee voor de detailhandel.
De exacte voorschriften voor het bedrijfsleven zijn in deze verordening terug te vinden, en zijn zodanig kostenverhogend, dat ook voor alle non-foodaankopen zoals sokken, schoenen, televisies en koelkasten vele procenten prijsverhogingen zullen ontstaan, vele bedrijven failliet zullen gaan en/of verkocht worden en grote multinationals het nog meer voor het zeggen krijgen in de EU. Zie het lijstje kledingmerken op deze website.
Ook hier heeft de Europese Commissie verzuimd om een berekening van implementatiekosten te maken – dat zou mensen maar afschrikken – en is het rekenwerk door de markt gedaan.
- Alleen al aan de extra software betaalt een klein mkb-bedrijf circa 10.000 – 15.000 euro per jaar, naast de extra handling en opslagkosten die afhankelijk zijn van het aantal items dat verkocht wordt.
- Een middelgroot bedrijf is voor die software jaarlijks tussen de 15.000 en 50.000 euro kwijt.
- Een groot bedrijf betaalt voor deze extra software tussen de 100.000 en 500.000 euro per jaar.
Dit zijn alleen automatiseringskosten. Daar komen de extra transport-, administratie- en opslagkosten nog bovenop.
Op jaarbasis zullen de EUDR en de DPP tientallen miljarden euro’s extra kosten genereren binnen de EU-lidstaten. Deze kosten komen deels ten laste van het bedrijfsresultaat en komen deels als prijsstijgingen – inflatie – bij de consument terecht.
De EU bewijst mij keer op keer dat ze de bijl is aan de wortels van onze welvaart. Dat was niet de bedoeling, maar is zo gekomen met de regel- en controledrift vanuit Brussel.
EU staat garant voor de vernietiging van welvaart in Europa en graaft daarmee haar eigen graf.
Economie
Europese Commissie trekt zich niets aan van (Mercosur) protesten
Gepubliceerd
4 dagen geledenop
14 januari 2026Door
Twan Houben
Er gaat regelmatig wat goed fout in de Europese Unie als gevolg van beleid van de Europese Commissie. Denk aan de eurozone crisis, de immigratiecrisis en de COVID-19-crisis. En nu de mogelijke crisis door het Mercosur-handelsverdrag. Allemaal momenten waarop de Europese Commissie acties ondernam waartegen forse protesten klonken. Om op volgende crises binnen de EU zo snel mogelijk een antwoord te hebben, zijn eerdere crises geanalyseerd. Wie dat doet, waarom en met welk resultaat, volgt in dit artikel.
De EU heeft een eigen universiteit die onderzoek doet
In 1972 werd het European University Institute (EUI) opgericht door de toenmalige lidstaten van de EU. Aan dat instituut kunnen mensen met een masteropleiding aan een Europese universiteit promoveren op onderzoek naar elementen van de EU en EU-beleid.
Op de website van dit instituut lezen we:
“Het EUI is een intergouvernementele organisatie die geavanceerde academische opleidingen en baanbrekende onderzoeksmogelijkheden biedt op het gebied van economie, geschiedenis, recht, politicologie, sociale wetenschappen en meer.”
EUI-onderzoek naar hoe protesten in de EU worden gemobiliseerd
Op 6 juni 2024 publiceerde de EUI dit onderzoek naar de drie grootste crises binnen de EU sinds 2005:
- de eurozonecrisis (vanaf 2008), met bezuinigingen, werkloosheid en schuldenproblematiek;
- de vluchtelingencrisis (vanaf 2015), met spanningen rond migratie, opvang en identiteit;
- de COVID-19-crisis (vanaf 2020), met lockdowns, gezondheidsrisico’s en beperkingen van vrijheden.
De onderzoekers analyseerden protesten in Europese landen over de periode 2000–2021.
Deze drie gebeurtenissen brachten diepe maatschappelijke spanningen met zich mee en raakten burgers in hun portemonnee, veiligheid en vrijheden. Centrale vragen bij het onderzoek waren de omvang van de protesten, wie er achter de organisatie van deze protesten zaten en met welk doel.
Opzet van het onderzoek
Voor hun onderzoek maakten de auteurs gebruik van miljoenen nieuwsberichten van internationale persbureaus. In totaal werden protesten in 30 Europese landen in kaart gebracht, variërend van demonstraties en stakingen tot blokkades en gewelddadige acties.
Zo konden de onderzoekers niet alleen tellen hoeveel protesten er waren, maar ook analyseren:
- wie er protesteerden (burgers, vakbonden, partijen);
- welke thema’s centraal stonden;
- hoe radicaal of massaal de acties waren;
- en hoe dit alles door de tijd en per regio veranderde.
De grote trends: afname van het aantal demonstraties, maar toename van geweld
De belangrijkste bevinding is helder: het aantal protesten in Europa daalt, maar de intensiteit en het geweld nemen toe. Die daling in aantallen protesten zet vooral sterk door na het hoogtepunt van de eurozonecrisis rond 2011–2012.
De daling verloopt niet overal gelijk:
- Zuid-Europa (met name Frankrijk, Griekenland en Spanje) kende tijdens de eurozonecrisis uitzonderlijk veel protest, maar zag daarna een scherpe terugval.
- Noordwest-Europa liet al vroeg een afname zien bij elke vorm van protest.
- Centraal- en Oost-Europa kende gedurende de hele periode relatief weinig protest.
Na 2015 bewegen alle regio’s zich richting een lager, stabieler protestniveau qua aantallen, maar niet qua geweld. Dat nam toe.
Economische of culturele redenen voor protest?
Tot circa 2008 draaide een groot deel van protest in Europa om economische kwesties: lonen, banen, sociale zekerheid. Juist dit type protest mobiliseerde veel mensen en werd meestal georganiseerd door vakbonden.
Tijdens de eurozonecrisis explodeerde dit economische protest, vooral in Zuid-Europa. Maar vanaf 2012 stortte het economische protest vrijwel in, behalve in Frankrijk (gele hesjes en pensioenproblematiek).
Latere crises – vanaf 2015 – draaiden vooral om culturele en maatschappelijke thema’s, zoals immigratie, identiteit en coronamaatregelen.
Dit soort protesten:
- is vaker kleinschalig;
- wordt minder ondersteund door grote organisaties;
- is relatief vaker gewelddadig, radicaal of gepolariseerd.
Het verdwijnen van grootschalig economisch protest verklaart grotendeels de daling in het aantal protesten vanaf 2012.
Waarom neemt protest in aantal af?
De onderzoekers noemen meerdere verklaringen:
- verzwakking en reducering in aantal van vakbonden
Vakbonden zijn traditioneel het krachtigste in mobiliseren van protest. Het aantal vakbonden en het aantal leden van vakbonden, neemt af. Hun terugtrekking uit de maatschappij én hun kleinere rol daarin, verlaagde de protestcapaciteit het meeste. - teleurstelling en uitputting
Veel activisten zagen dat massaal protest tijdens de eurozonecrisis nauwelijks effect had op de macht in Brussel en weinig structurele verandering opleverde. Dat ondermijnt het geloof in protest als effectief middel. - verschuiving naar andere kanalen
Onvrede uit zich vaker via verkiezingen (bijvoorbeeld steun voor protestpartijen) of online activisme, en minder op straat.
2026 protesten Mercosur-handelsverdrag en verder…..
Economische onzekerheid mobiliseert het sterkst, maar alleen als mensen geloven dat actie zin heeft en zolang organisaties als vakbonden bereid en in staat zijn om die actie te dragen.
De Europese Commissie lijkt uit bovengenoemd onderzoek de conclusie te trekken dat niet reageren op maatschappelijke onvrede en protesten, het beste is. Dat leidt uiteindelijk tot uitputting, of het ondergronds gaan van protesten op sociale media.
Vanaf 2022 zijn er vele ontwikkelingen in de EU die een nieuw traject van maatschappelijke onvrede en protesten hebben ingeluid:
- Protesten tegen kosten van levensonderhoud en inflatie (2022–2024).
In 2022 protesteerden tienduizenden mensen in Frankrijk tegen stijgende energie- en voedselprijzen, met landelijke stakingen en blokkades. Ook in Duitsland, Roemenië en Tsjechië waren er omvangrijke demonstraties, met zorgen over energieprijzen en inkomensdruk als gevolg van EU-beleid.
- In heel Europa waren er in 2023 en 2024 aanzienlijke arbeidsconflicten; spoorwegen, luchtvaart, gezondheidszorg en onderwijs waren vaak betrokken bij stakingen en demonstraties.
- Vanaf eind 2023 escaleerde een nieuwe golf van protesten onder landbouwers in verschillende EU-lidstaten.
- Op 9 januari 2026 stemde een meerderheid van regeringsleiders – inclusief Nederland – voor ondertekening van het Mercosur-handelsverdrag. Frankrijk, Polen, Ierland, Oostenrijk en Hongarije stemden tegen. België bracht geen stem uit.
- Nederlandse boeren zijn niet tegen het Mercosur-handelsverdrag omdat Nederlandse veehouders meer mest mogen produceren in ruil voor instemming met het verdrag.
- Op 10 januari 2026 trokken tienduizenden boeren in vele EU-lidstaten opnieuw de straten op om te protesteren tegen het Mercosur-handelverdrag (met Zuid-Amerikaanse landen), dat zij vrezen zal leiden tot goedkope import en concurrentievervalsing.
- In de vroege ochtend van 13 januari 2026 liep het in Parijs volledig uit de hand met 350 tractoren die het centrum van de stad platlegden tijdens spitsuur.
De enorme woede van boeren uit Frankrijk, Polen en Ierland tegenover de Europese Commissie is ook sterk gericht tegen de tsunami aan wetten en regels waaraan hun bedrijven in de EU moeten voldoen, maar de bedrijven in Zuid-Amerika niet. Dat leidt tot ongelijke concurrentie en het wegvagen van Europese boerenbedrijven.
Onderzoeksbureau Verisk Maplecroft verwacht in 2026 een aanzienlijke toename van instabiliteit in 60 procent van de Europese landen door mislukt EU-beleid en anti-regeringssentimenten.
2026 wordt een pittig jaar!
Economie
De mogelijke gevolgen van de Bulgaarse euro voor Nederland
Gepubliceerd
5 dagen geledenop
13 januari 2026Door
Twan Houben
Per 1 januari 2026 heeft de Bulgaarse regering, na maandenlange massale burgerprotesten, de euro als wettig betaalmiddel ingevoerd. De euro lijkt de Bulgaarse bevolking door de strot te zijn geduwd. Waarom is deze munt ingevoerd in een land met een protesterende bevolking en een zwakke economie, en welke effecten heeft die invoering voor de eigen bevolking, de eurozone en Nederland?
De problematische besluitvorming rond de Bulgaarse euro
Het Europees Parlement stemde op 24 juni 2025 met een ruime meerderheid vóór een rapport dat de euro voor Bulgarije aanbeveelt. De totstandkoming van dit rapport riep in Bulgarije zelf direct vragen op over mogelijke belangenverstrengeling.
De Bulgaarse Europarlementariër Rada Laykova – politica van de partij Vazrazhdane – noemde het hele proces “politiek theater.” Ze wees erop dat de economische cijfers van Bulgarije in het plan volgens haar twijfelachtig zijn. Laykova vindt bovendien dat de Bulgaarse bevolking wordt buitengesloten: een referendum over de euro werd afgewezen en belangrijke zorgen van de Bulgaarse bevolking worden genegeerd.“ De gewone Bulgaren betalen straks de prijs”, waarschuwde ze, aldus een artikel in het blad Brusselse Nieuwe.
Woede onder de Bulgaarse bevolking, tevredenheid bij het Bulgaarse grootbedrijf
Op 29 december 2025 publiceerde BNR Nieuwsradio dit artikel, dat er geen doekjes om windt: “Europa gaat ten onder” aan de Bulgaarse introductie van de euro. “Per 1 januari 2026 ruilt het Balkanland de nationale munteenheid lev in voor de euro. Die langverwachte mijlpaal wordt onthaald met een mengeling van enthousiasme, scepsis en in sommige kringen zelfs woede.”
“Anderen vrezen dat gebruik van de euro de prijzen zal opdrijven. Daarnaast is er ook veel wantrouwen richting de Bulgaarse regering, die deze maand is afgetreden vanwege een verhitte discussie over voorgestelde belastingverhogingen.”
Dit NRC-artikel van 30 december 2025 (paywall) geeft aan dat bijna 50 procent van alle Bulgaren tegen de invoering van de euro is.
Er is woede onder de bevolking tegenover tevredenheid bij het grootbedrijf en multinationals.
Veroorzaakt de introductie van de euro inflatie?
Veel Bulgaarse burgers vrezen voor een snelle stijging van de inflatie vanaf 1 januari 2026. In Nederland steeg de inflatie direct na de introductie van de euro naar 4,5 procent, om het jaar daarna weer af te nemen naar 3,4 procent en nog een jaar later naar 2,1 procent.
Het voorlaatste land dat toetrad tot de Europese Unie, was Kroatië dat per 1 januari 2023 de euro invoerde. Ook in dat land steeg de inflatie – kort na de introductie – aanzienlijk tot bijna 3 procent en ligt momenteel zelfs op 3,8 procent waardoor het tot de top 3 van landen in de eurozone met de hoogste inflatie behoort. De inflatie is het hoogst in de dienstensectoren horeca en recreatie. Daar gingen de prijzen met 9,2 procent omhoog, vooral ten nadele van vakantiegangers.
Volgens deze langjarige studie naar de inflatoire effecten na invoering van de euro, is de hierboven gemelde prijsstijging slechts van tijdelijke aard; na introductie van de euro ontstaat een inflatie-effect door het afronden naar boven van de nieuwe consumentenprijzen.
Introductie van de euro zou na de eerste twee jaar dus geen effect meer hebben op consumentenprijzen.
Maar………..
Kredietzeepbellen en exploderende huizenprijzen: activa inflatie
Als je kijkt naar de algemene effecten van de introductie van de euro, dan valt het met de consumentenprijzen relatief mee. Het venijn zit in de inflatie van activa zoals huizen, aandelen en obligaties, maar ook groeiende staatsschulden:
- Kredietzeepbellen
Veel landen met een vergelijkbare economie als Bulgarije, konden na introductie van de euro tegen veel lagere rentes lenen. Immers; de eurozone = stabiliteit als je deze vergelijkt met landen als Griekenland, Spanje, Italië, Ierland vóór de introductie van de euro.
De staatsschulden van – met name – Griekenland, Portugal, Ierland, Spanje en Cyprus namen fors toe na invoering van de euro. Die hogere staatsschulden werden gebruikt om overheidsuitgaven, ambtenarensalarissen en pensioenen te verhogen. Dit gebeurde echter zonder herstructureringen van de economieën in deze zwakke eurolanden met als gevolg dat Griekenland, Portugal, Ierland en Cyprus in 2010-2011 met belastinggeld van de lidstaten uit de eurozone gered moesten worden.
Je ziet in onderstaande grafiek weer hetzelfde gebeuren in Kroatië sinds de invoering van de euro: een staatsschuld die 20-30 procent groeit vanaf 2020, nadat bekend werd dat het land tot de eurozone toe ging treden. Ergo, nieuwe landen die tot de eurozone toetreden met een zwakke economie, leunen op de andere, sterkere EU-lidstaten, waaronder Nederland.

(Bron: Trading Economics)
- Exploderende huizenprijzen
Invoering van de euro doet overal de rente dalen. Niet alleen voor de overheid, maar ook op de hypotheek- en huizenmarkt. In brede zin heeft de euro daarom de grootste bijdrage geleverd aan het onbetaalbaar worden van huizen in de landen die deze munt gebruiken.
Meer specifiek ging dat in Spanje en Ierland zo ver, dat er een bankencrisis ontstond zoals in Griekenland, waarbij de ECB en het IMF genoodzaakt werden om in te grijpen met leningen die opliepen tot 40 procent van het bnp van deze landen.
Wat betekent invoering van de euro in Bulgarije voor de EU en Nederland ?
Vanuit het belang van Bulgarije bezien aan de positieve kant:
- meer financiële integratie bij de rest van de EU,
- lagere financieringskosten voor bedrijfsleven en burgers,
- groei in Oost-Europa.
Vanuit het belang van de rijkere EU-lidstaten – waaronder Nederland – zijn de gevolgen vooral negatief:
- De eurozone kent één rente, maar meerdere economische werkelijkheden die in toenemende mate gefinancierd worden door een steeds kleiner wordend deel rijkere – noordelijke – lidstaten.
- Noord-Europese landen worden risicodragers voor de economische ontwikkeling van Bulgarije.
- Vakanties in Bulgarije worden circa 10 procent duurder, als Bulgarije het pad volgt van Kroatië na euro-introductie.
- Bulgarije krijgt een zetel binnen de ECB waarmee de balans van de stemmen binnen het ECB-beleid doorslaat richting de belangen van zuidelijke en oostelijke – armere – lidstaten. Dit gaat ten koste van de rijkere noordelijke lidstaten waaronder Nederland.
- De nieuwe stroom euro’s gaat – als het klassieke pad van toetreding wordt gevolgd – niet naar productiviteitsgroei in Bulgarije, maar vooral naar consumptie en vastgoed.
- De overheveling van vermogen vanuit de Noord-Europese lidstaten naar het oosten en zuiden van de EU wordt versterkt doorgezet waardoor de armoede in ons land toeneemt.
In juni 2025 – en nog voorafgaand aan de ministeriele stemming over invoering van de euro in Bulgarije – kraaide onze VVD-minister van Financiën Eelco Heinen al geen bezwaren te hebben tegen deze toetreding. Heinen: “Nu ze aan de eisen voldoen, kunnen we vandaag een volgende stap in dit proces nemen.”
Leuk, een minister als Heinen. Volledig vertrouwend op wat de EU en ECB hem voorschotelen en blijkbaar zonder eigen mening, noch inzicht. Met zulke ministers, geeft Nederland het stuur over de eigen toekomst uit handen.
Recent
Amerika stapt uit het klimaatverdrag van Rio
De Amerikaanse president Trump heeft een meer dan symbolische daad verricht door de VS terug te trekken uit 66 internationale...
Nieuwe EU-ketenregels dreigen inflatie aan te jagen en mkb te vernietigen
Vanaf 2026 en 2027 gelden nieuwe EU-regels die bedrijven verplichten tot transparantie over herkomst en milieu-impact van de gebruikte materialen...
Europese Commissie trekt zich niets aan van (Mercosur) protesten
Er gaat regelmatig wat goed fout in de Europese Unie als gevolg van beleid van de Europese Commissie. Denk aan...
De mogelijke gevolgen van de Bulgaarse euro voor Nederland
Per 1 januari 2026 heeft de Bulgaarse regering, na maandenlange massale burgerprotesten, de euro als wettig betaalmiddel ingevoerd. De euro...
Zakendoen met de VS holt Nederlandse economie uit
Het Centraal Planbureau (CPB) deed voor de Nederlandse politiek onderzoek naar de gevaren van economische en financiële samenwerking met de...
Armoede in Nederland neemt toe
Uit nieuwe cijfers van het CBS uit december 2025 blijkt dat de armoede in Nederland voor het eerst in vijf...
Bewuste onwetendheid drijft maatschappij afgrond in
Lange, nee zeer lange tijd, heb ik mij afgevraagd hoe het toch mogelijk is dat op het oog intelligente mensen...
Het jaar 2025 haalt de broeikastheorie onderuit
De laatste drie jaar behoren wereldwijd tot de warmste jaren sinds de metingen rond 1850 begonnen zijn, maar anders dan...
VS voornemens NAVO-lidstaat aan te vallen?
De NAVO lijkt op het punt te staan het meest ondenkbare moment in haar geschiedenis mee te maken: de machtigste...
Wie bepaalt wat een dreiging is?
Cees van den Bos heeft een uitgebreid artikel (bomenenbos.substack.com) geschreven over de complexiteit die schuilgaat achter het functioneren van onze...
Trending
-
Column1 week geledenBewuste onwetendheid drijft maatschappij afgrond in
-
Klimaat1 week geledenHet jaar 2025 haalt de broeikastheorie onderuit
-
Economie3 dagen geledenNieuwe EU-ketenregels dreigen inflatie aan te jagen en mkb te vernietigen
-
Economie1 week geledenArmoede in Nederland neemt toe
-
Buitenland2 weken geledenVS voornemens NAVO-lidstaat aan te vallen?
-
Economie5 dagen geledenDe mogelijke gevolgen van de Bulgaarse euro voor Nederland
-
Economie4 dagen geledenEuropese Commissie trekt zich niets aan van (Mercosur) protesten
-
Klimaat2 dagen geledenAmerika stapt uit het klimaatverdrag van Rio


